Schutter

Een rilling ging door mij heen toen ik de beelden zag van de Franse nieuwszender BFMTV, waarop een gewapende man de burelen van dit tv-station in Parijs binnendringt. Dat gebeurde afgelopen vrijdag. Mijn aandacht ging vooral uit naar de oude man-met-stok die op dat moment verbijsterd onderaan de trap staat. Die man hadden wij allemaal kunnen zijn.

De gewapende man daalt de trap af terwijl hij haastig een geweer tevoorschijn haalt, hij passeert de oude man die tersluiks bezorgd omkijkt, en betreedt het kantoor van BFMTV. Hij loopt achter een journalist die niets in de gaten heeft, via een poortje het kantoor binnengaat en uit beeld verdwijnt. De gewapende man lost snel enkele ongerichte schoten, waarbij hij zou hebben gezegd: „De volgende keer zal ik u niet missen.” Twee mannen aan de balie duiken weg. Als de gewapende man het gebouw verlaat, bevindt de oude man-met-stok zich nog altijd op de trap. De gewapende man moet een beetje moeizaam achter hem langs om de uitgang rennend te bereiken.

Op maandag, drie dagen later, zou vermoedelijk dezelfde gewapende man verantwoordelijk zijn voor een aanslag op het kantoor van de linkse krant Libération, waarbij een fotografe zwaargewond raakte. Hij zou ook geschoten hebben op de bank Société Générale en een automobilist op de Champs-Elysées hebben gegijzeld. De politie ging meteen op klopjacht, daarbij later geholpen door een redelijk scherpe foto van het gezicht van de man.

Ik ben nu even die oude man-met-stok die ’s avonds de krant leest en naar de beelden van BFMTV kijkt. Ik zie de man met het geweer in de aanslag op me afkomen, ik zie hoe hij het kantoor binnengaat en ik wil daar zo snel mogelijk weg, maar dat lukt niet vanwege mijn been dat al een hele tijd een stok nodig heeft. Ik hoor de man terugkomen, hij hijgt in mijn rug en wringt zich achter mij langs, op weg naar boven. Dan is hij weg. Of staat hij nog ergens buiten iemand op te wachten? Kan ik wel naar buiten of bestaat het risico dat hij weer terugkomt?

Als ik ’s avonds naar bed ga, heb ik alles twee keer meegemaakt, wat niet bevorderlijk is voor mijn slaap. Maar drie dagen later wordt het nog erger als ik hoor hoe die man bij Libération, de Société Générale en op de Champs-Elysées tekeer is gegaan. Ik besef aan welk gevaar ik ben ontsnapt.

De schutter van Parijs ziet er, als je het geweer even weg denkt, tamelijk normaal uit: blank, jaar of veertig, petje, bril, beetje bol gezicht. In Amsterdam kom ik ze zo bij dozijnen tegen, maar dat was niet zozeer de reden dat ik me met die oude man-met-stok kon vereenzelvigen.

Dat kwam meer doordat mij maandag op een wandeling door de Jordaan een woedende fietser tegemoetkwam. Hij was een jaar of zestig en hing met een verbeten gezicht over het stuur, terwijl hij als een razende pedaleerde. Al van verre hoorde ik hem iets schreeuwen, steeds hetzelfde. Het bleek te zijn: „Motherfuckin’ cunt!” Hij keek mij niet aan en reed scheldend door.

Aan het einde van de straat riep hij nog steeds hetzelfde. Enkele minuten later en een blok verder kwam hij me achterop, nog altijd luid in de weer met zijn vrouwonvriendelijke verwensing. Hij passeerde me in een nauw straatje, aan de overkant liepen twee vrouwen die deden alsof ze hem niet hoorden. Of misschien was hun Engels niet zo best.

De idioten zijn onder ons; achteraf ben ik blij dat deze zonder geweer was.