Schoppen, slaan en spugen op de evangelische school

De inspectie had onlangs nog een voldoende gegeven. Maar nu moet de Rotterdamse evangelische basisschool Timon toch dicht. Ouders zijn verontwaardigd.

De moeders staan voor de deur van de evangelische basisschool Timon uit Rotterdam en praten met schelle stem. Gistermiddag, tien voor drie. De school gaat zo uit. Maar ze willen vast naar binnen om te horen hoe het nu verder moet. De school sluit per 1 januari 2014 haar deuren omdat er slecht onderwijs wordt gegeven en omdat er een „chaotische en onveilige situatie” is ontstaan, zo werd gisteren bekend.

De moeders en een enkele vader, de meeste van Surinaamse afkomst, beamen de chaos. Sommigen geven hun kinderen thuis zelf les, omdat ze niet meer naar school durven.

Cianiaro (10), de zoon van Naira Batta, gaat nog wel naar school, maar ze haalt hem er liever vandaag dan morgen af. Midden in het schooljaar een andere school vinden is echter niet eenvoudig. Haar zoon vertelt over kinderen die schoppen, slaan en spugen zonder gecorrigeerd te worden.

Precies wat de onderwijsinspectie, die de school in september nog een voldoende had gegeven, vorige week concludeerde. Volgens de ouders is het mis gegaan toen directeur Joyce Riedewald in oktober werd geschorst door het bestuur van de Stichting Voor Evangelische Scholen (SVES), dat vanuit Amsterdam de scepter zwaait over Timon en nog zes andere scholen. Riedewald wordt door de ouders op handen gedragen. Het verhaal gaat dat zij gesjoemel met subsidiegeld door het bestuur aan de kaak wilde stellen, zeggen de moeders.

Een woordvoerder van de SVES laat vanochtend weten dat Riedewald te veel ‘zorgleerlingen’ had aangenomen, waardoor het mis ging in de lessen. Toen er een conflict ontstond tussen directeur en bestuur, koos het hele team van vijf leerkrachten de kant van de directeur, zegt ze. „De situatie die toen ontstond was niet een-twee-drie op te lossen.” Op beschuldigingen van gesjoemel wil ze niet ingaan.

Bij de ouders voor de deur van Timon valt verschillende keren de naam van Eddy Kolf. Dat is de voorzitter van de Stichting Voor Evangelische Scholen. De ouders zouden graag van hem horen wat er precies is gebeurd; ze vertrouwen het niet.

De SVES is een bijzondere stichting. Ze heeft sinds 2007 met grote voortvarendheid her en der in Nederland evangelische basisscholen gesticht, terwijl daar weinig animo voor lijkt te zijn. De leerlingaantallen, die vorige maand zijn vastgesteld, zien er niet best uit: De Toermalijn in Tilburg heeft 21 leerlingen, Tabitha in Apeldoorn 13, Talisha in Hoofddorp 19, Talitha in Utrecht 60, Tamar in Den Haag 117 en Tanisha in Amsterdam 47. Al deze scholen zitten ruim onder het minimale leerlingenaantal dat een nieuwe school na vijf jaar moet hebben om niet te worden opgeheven. Dat aantal verschilt, als naar gelang de omvang van de gemeente, van 200 tot ruim 300.

Op de scholen van de SVES zitten niet alleen weinig leerlingen, ook het onderwijs kent grote problemen. Volgens de onderwijsinspectie zijn de scholen in Hoofddorp en Amsterdam op dit moment zwak. De Amsterdamse school was vorig jaar zelfs zeer zwak. De Toermalijn in Tilburg was zwak, maar is sinds april van dit jaar weer voldoende.

Voorzitter Kolf van de stichting was gisteren niet bereikbaar voor commentaar, maar het Nederlands Dagblad sprak vorig jaar met hem. De filosofie van de SVES is dat eerst een basisschool gesticht wordt, en dat het personeel daarna op zoek gaat naar geïnteresseerde leerlingen. „Desnoods gaan we briefjes posten op het prikbord bij Albert Heijn”, aldus Kolf.

Hij toonde zich in de krant aangedaan over het feit dat zijn scholen, die miljoenen euro’s aan bekostiging ontvingen, zo klein bleven. „Het was toch een soort kind, de scholen die we gestart zijn. Je wilt dat zo’n kind groeit. Als dat niet gebeurt, ben je teleurgesteld. Maar besturen is vooruitzien. Ik geloof nog steeds dat er behoefte is aan evangelisch onderwijs. Als SVES willen we in die behoefte voorzien.”

Om drie uur precies gaat de deur van Timon open. Een van de moeders stampt naar binnen met twee journalisten in haar kielzog. Ze loopt de kamer van de interim-directeur binnen, die achter haar computer zit, en zegt: „Misschien wilt u aan hen vertellen wat er aan de hand is?” De interim-directeur kijkt boos en zegt dat ze het daar veel te druk voor heeft.

Als de journalisten tien minuten later in de hal met ouders spreken, komt ze haar kantoortje uit. Met overslaande stem roept ze dat ze weg moeten gaan. „Nu, nu, naar buiten! Het geeft de leerkrachten een onveilig gevoel.”