Prijsdaling treft pril Spaans herstel

In Spanje zijn de prijzen vorige maand gemiddeld gedaald.

Is die deflatie een gevaar of een zegen voor het euroland?

De rij voor bioscoop Ideal in het centrum van Madrid is zo lang, dat zij de hoek van het huizenblok omslaat. „We zijn al twee jaar niet naar de bioscoop geweest. Voorheen gingen we bijna elke week, maar 8 of 9 euro voor een kaartje is echt te duur geworden”, zegt Marta die met haar vriend José María in de rij staat. Dat ze deze dinsdagavond weer eens naar de film gaan, komt omdat er een prijzenoorlog is uitgebroken. Cinemaketens stunten sinds kort met entreebewijzen voor 3,50 euro.

Het is een van de vele producten en diensten die in Spanje momenteel goedkoper worden. Vorige week bleek dat de prijzen in oktober gemiddeld 0,1 procent zijn gedaald. Sindsdien woedt een debat of deze deflatie een gevaar of zegen is voor de economie.

De prijsdalingen lijken welkom nieuws. Een kwart van de beroepsbevolking heeft geen (wit) werk. En wie die nog wel een baan heeft, leverde vorig jaar gemiddeld 3,6 procent loon in. Ambtenaren zijn er door alle bezuinigingen na vijf jaar in reële termen zelfs 30 procent op achteruitgegaan. De opeenvolgende belastingverhogingen breken de koopkracht verder af.

Dit geldt ook voor bioscoopgangster Marta, die werkt als verpleegster in een ziekenhuis. Zij moest een loonsverlaging van 100 euro in de maand slikken, raakte veel secundaire arbeidsvoorwaarden kwijt en haar werkweek is verlengd van 35 naar 37,5 uur. Zeker sinds de regering ‘cultuur’ vorig jaar in het hoogste btw-tarief zette, besteedt ze haar geringe uitgaansbudget liever aan theater. „Ik verwelkom elke prijsdaling van harte.”

Maar er bestaat ook onrust over de deflatie. Als het fenomeen aanhoudt, kan het ook gevaarlijk worden. Consumenten gaan bestedingen uitstellen: waarom nu een (grote) aankoop doen, als het morgen, of volgende maand goedkoper kan? Bovendien gaan schulden zwaarder wegen. En daar heeft Spanje er na het uiteenklappen van zijn vastgoedzeepbel veel van.

Voor de Europese Centrale Bank was het risico van deflatie in de eurozone begin deze maand reden haar belangrijkste rente met een kwart punt te verlagen. ECB-president Draghi ontkende toen deflatie te verwachten. Hij stelde te willen inspelen op een „langdurende periode van lage inflatie”.

Een soortgelijke reactie kwam van de regering na het bekend worden van de deflatie in oktober. Staatssecretaris Fernando Jiménez Latorre zei „geen deflatiegevaar te voorzien”, maar wel „een prijsmatiging”. Hij verwelkomde dit: „Het kan een van de traditionele onevenwichtigheden corrigeren.”

Na de invoering van de euro stegen de lonen en prijzen in Spanje jarenlang veel harder dan gemiddeld in de muntunie. In het ideale scenario vertoont het land de komende jaren daarom een lagere inflatie dan andere eurolanden. Op die manier kan het zich internationaal weer in de markt prijzen en de export aanzwengelen. Het is wat economen ‘interne devaluatie’ noemen. Kon Spanje vroeger in een klap competitiever worden door de peseta te devalueren, sinds de euro moet het door een pijnlijk proces van loondaling en prijsmatiging.

„Het is een bitter medicijn, net zoals het afbouwen van onze schulden, maar er is geen andere remedie dan het te slikken. Je ertegen verzetten verlengt de crisis alleen maar”, meent Ángel Laborda, hoofdeconoom van de economische denktank Funcas.

Laborda was verrast door de deflatie in oktober. Maar voorlopig denkt hij niet dat het verschijnsel doorzet: het werd deels veroorzaakt door statistische eigenaardigheden. Zo daalden prijzen in de subcategorie ‘onbereid voedsel’, omdat de oogst van groente en fruit dit jaar beter was. Ook het wegebben van de btw-verhoging van september 2012 speelde een rol. „Ik voorzie lage inflatie. Dat is gunstig, omdat mensen bij dalende nominale lonen toch enige koopkracht behouden. Dit is belangrijk nu de bestedingen net weer wat aantrekken.”

Spanjaarden blijven daarbij goed op hun geld letten. Recent marketingonderzoek wees uit dat ze meer tijd doorbrengen in de supermarkt, maar minder kopen: ze doen veel moeite prijzen te vergelijken. Voor Benicio García is dit goed nieuws. Hij runt een winkel waar klanten uit grote flessen eau de toilette kunnen tappen in hervulbare flesjes. Voor een derde van de prijs van merkparfum. „Wij zijn de Ryanair van de parfumerie, we snijden alle overbodige kosten weg”, legt hij uit.

Het concept slaat aan. García opende dertien maanden geleden de eerste winkel in Madrid; gisteren ging de 38ste in de hoofdstad open. In heel Spanje heeft de Catalaanse licentiehoudster vierhonderd vestigingen. „Vooral oudere mensen stappen zonder schroom binnen. Die kunnen zich nog herinneren dat ze in de naoorlogse periode eau de cologne uit het vat kochten. De situatie is nu niet zo slecht als toen, maar zij blijft nog wel een tijdje belabberd.”