Politieke vragen in avontuur vol bravoure

Regisseur Hany Abu-Assad is op dreef met Omar. Wie van de regisseur van de eerste grote film over zelfmoordterroristen Paradise Now na zijn Amerikaanse avontuur een politieke of een op Amerikaanse leest geschoeide film verwacht, krijgt allebei. En dat pakt goed uit; behalve als je vindt dat politieke vragen niet spannender en avontuurlijker mogen worden gemaakt dan ze al zijn.

Maar weet maar eens de bravoure te weerstaan waarmee Omar opent, een achtervolging met de Israëlische scheidingsmuur als middelpunt. Hij introduceert zo hoofdpersoon Omar, een jonge bakker, verliefd op het zusje van zijn beste vriend en een man tussen twee werelden: die van het jong en verliefd zijn, en die van kwajongensgedrag en idealisme die samenhangen met de politieke situatie in zijn land.

En dan is er nog trouw versus verraad, want als Omar na een aanslag op een Israëlische militair wordt opgepakt, valt hij in handen van de geheime dienst waardoor zijn vrienden hem nooit meer helemaal kunnen vertrouwen.

Niets is eenvoudig in Omar. En misschien wel daarom weigert Abu-Assad zijn personages zwart-wit af te schilderen. Ze vallen ten prooi aan kettingreacties van slechte beslissingen, maar zijn geen slechte mensen. Sterker nog: ze zijn vooral mensen, en dat wat ze zo menselijk maakt – liefde, hoop, twijfel – maakt ze ook (politiek) corrumpeerbaar.

Dana Linssen