‘Paranoia is een oorlogstactiek van Israël’

Na een mislukt avontuur in Hollywood komt de Palestijns-Nederlandse cineast ijzersterk terug met ‘Omar’. „Dan leef je in een werkelijke thriller, maar het wantrouwen is terecht.”

In Omar moet de gelijknamige held (Adam Bakri) steeds over de veiligheidsmuur om bij zijn meisje te zijn.

Na zijn Oscarnominatie voor Paradise Now maakten alle grote Amerikaanse studio’s regisseur Hany Abu-Assad het hof. Maar zijn plannen strandden, en de actiefilm The Courier met Mickey Rourke, die hij uiteindelijk aannam, ging direct naar video. Terug in Nederland kon hij niet meer aarden, maar ontstond wel het plan voor Omar, een film die hij geheel met Palestijns geld wist te financieren en die dit voorjaar in Cannes werd bekroond met de Juryprijs van Un Certain Regard, de competitie voor meer vernieuwende en avontuurlijke films.

„Omar gaat over liefde, trouw en paranoia. Het is zowel een liefdesverhaal als een politieke thriller, twee genres die normaal niet zo vaak gecombineerd worden. De paranoia ontstaat omdat er maar een dunne lijn loopt tussen trouw en ontrouw. Dat veroorzaakt spanning”, vertelt de regisseur in Cannes.

Later spreken we hem uitgebreid telefonisch in zijn woonplaats Nazareth. Voorzichtig, want is het met alle afluisterschandalen wel veilig om over de telefoon te praten over ‘aanslagen op een Israëlische militair’, ‘radicaliseren’ en de vraag ‘of iemand zelf wel eens over de scheidingsmuur heeft willen klimmen’? Want daarover gaat Omar, de man die over de muur moet om bij zijn geliefde te zijn.

Kent u die paranoia ook?

„Natuurlijk, iedereen heeft geheimen. Zelfs kleine, persoonlijke geheimen kunnen je op je hoede laten zijn. Kijk maar naar Omar, hij is onzeker. Hij kan niet geloven dat Nadia van hem kan houden, dat hun liefde een kans van slagen heeft, en dat wordt gespiegeld in een groter verhaal van verraad en collaboratie.

„Het is een combinatie van karakter en de situatie waarin hij zich bevindt die alles aan het rollen brengt. Alle Palestijnen leven met die alledaagse paranoia. De hele samenleving is paranoïde en dat creëert verlamming. Het is een oorlogstactiek. Dat heeft het hoofd van de Israëlische geheime dienst zelf in een interview bevestigd. Je hoeft er niet veel voor te doen. Het is goedkoop. Als er een vliegtuig laag overvliegt, denken mensen al dat ze in de gaten worden gehouden. En als iedereen achterdochtig is, doet niemand meer iets.”

Heeft u een voorbeeld?

„Tijdens het draaien van mijn vorige film Paradise Now was het extreem, toen dacht ik echt dat iemand van de crew een verrader was die mijn plannen doorgaf aan het Israëlische leger. Ik dacht dat ik werd afgeluisterd en voerde geen privégesprekken meer als er iemand in de buurt een mobiele telefoon had. Op dat moment leef je in een werkelijke thriller. Maar het is terecht wantrouwen. Geen waan. Elke twee, drie maanden lees je wel een verhaal in de krant over iemand die door zijn beste vriend verraden is.”

Een klassiek dramatisch gegeven.

„Kort nadat ik de eerste opzet van het verhaal over Omar en Amjad – vrienden, verliefd op hetzelfde meisje, de een krijgt haar, de ander dwarsboomt dat – had geschreven, las ik Shakespeares Othello. Eigenlijk vertel ik een universeel verhaal. Het had zich ook ergens anders kunnen afspelen. Verraad en collaboratie is van alle tijden.

„Het conflict zit in de mensen zelf, maar de omstandigheden waarin ze leven drijven dat op de spits. Alles wat ze doen, doen ze met de beste bedoelingen, maar ze falen omdat het systeem machtiger is dan zijzelf. Ze zijn goede mensen in slechte tijden.”

Is ‘Omar’ minder politiek dan ‘Paradise Now’?

„In de tijd dat ik na de Oscarnominatie voor Paradise Now in Amerika heb gewerkt heb ik al die dramaturgische principes goed bestudeerd. Amerikanen maken alles bewust. Ze willen dat hun films over de hele wereld dezelfde reacties oproepen. Ik laat dat graag meer open.

„Ik denk dat het een minder politieke film is, ik wilde echt heel graag een thriller maken die een hommage is aan de Amerikaanse, de Franse en de Egyptische thrillers waarmee ik ben opgegroeid. Maar voor een publiek kan het heel goed als politieke film werken. Voor mij hoeft dat niet allemaal dichtgetimmerd te zijn. Zeker als je je eigen scenario’s verfilmt, blijf je er dingen in ontdekken. Op de set word je als regisseur sowieso meer op je eigen instincten teruggeworpen.

„Op een gegeven moment zegt Tarek, de broer van Nadia, en het meest militant: ‘De prijs die je betaalt om vrijheidsstrijder te worden is dat je een normaal leven opgeeft.’ Maar in de praktijk werkt het natuurlijk ook andersom. De prijs voor een normaal leven is dat je vaak ook een deel van je vrijheid opgeeft.”