‘Ouders die hun kind omruilen, dat is pas geweld’

In ‘Like Father, Like Son’ ontdekken twee gezinnen dat hun zonen in het ziekenhuis werden verwisseld. „Kinderen wordt niets gevraagd.”

Een kind went aan zijn nieuwe leven achter glas in Like Father, Like Son.

De Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda (51) zou dit jaar zeker in de prijzen vallen op het filmfestival van Cannes, voorspelde een collega me begin mei. Steven Spielberg was voorzitter van de jury en het prachtige Like Father, Like Son ging over vaderschap, familie en verlies: Spielbergs kernthema’s. Het klopte: de film won de Juryprijs, de bronzen medaille van Cannes.

Kore-eda is met zijn subtiele, serene en dromerige oeuvre een vaste waarde op de grote filmfestivals. Een bedachtzame man, die bij elk antwoord eerst even naar het plafond staart en ‘mmmmm’ bromt. Naar eigen zeggen ‘ontwaakte’ hij op 19-jarige leeftijd als filmmaker. „Ik zag toen de films van Fellini: La Strada, Le Notti di Cabiria. Fellini begreep emoties en kon ze mij laten voelen. Vanaf toen wilde ik films maken.” In 1995 brak hij door met het ontroerende Maborosi, waarin een vrouw wordt geplaagd door de herinnering aan haar man die zich onverwachts voor een trein wierp. De film won de prijs voor beste regie in Venetië.

In Like Father, Like Son ontdekt de ambitieuze, gesloten Ryota dat zijn zoon zes jaar geleden in het ziekenhuis verwisseld werd met Keita, een zoontje uit een eenvoudig, warmbloedig gezin. Terwijl de gezinnen elkaar leren kennen en praten over kinderruil, wordt Ryota zich bewust van de leegte in zijn welvarende bestaan.

Kore-Eda wil graag benadrukken dat de film geen sociaal commentaar is. „Ik wil echt niet zeggen dat rijkdom je emotioneel armer maakt of zo. Vroeger wilde ik sociaal commentaar leveren, tot ik me realiseerde dat je het moet hebben over dingen die je persoonlijk raken. Dat komt veel harder binnen dan als je begint met: ‘hoe zal ik deze sociale kwestie eens aansnijden?’ Als kijkers er alsnog sociale kritiek in zien, is dat mooi.”

Wat komt uit uw eigen leven?

„Eerlijk gezegd: ik kom uit een eenvoudige familie. Mij vader was heel grappig, maar vaak werkloos, mijn moeder werkte keihard. Bij ons thuis was altijd lawaai. Zelf leef ik met mijn gezin in een kleine, stille flat in het centrum van Tokio. Net als bij mijn hoofdpersoon Ryota staat daar een piano waar mijn dochter op leert spelen. Ik verwacht ook goede schoolprestaties van haar. Als ik naar mijzelf kijk, lijk ik een beetje op Ryota.”

Dus het gaat over uw vader en over uzelf? Is deze film uw biecht?

„In zekere zin. Mij eigen leven is mijn inspiratie, zoals ik al zei. Misschien is zelftherapie een beter woord.”

Kinderen die werden verwisseld, gebeurde dat veel in Japan?

„Het is iets van de jaren zeventig, toen waren er een stuk of dertig gevallen. Hoe kwam dat? Vroeger baarde men thuis en dat ging prima. Babyboomers kozen voor het ziekenhuis, waar niet genoeg personeel was en het vaak misliep met de labeltjes die ze aan babyteentjes hingen.”

Waar ik van schrik, is de vanzelfsprekendheid waarmee ouders afstand doen van hun kind.

„Het choqueerde mij ook wel een beetje. 100 procent van de Japanse families die zo’n omwisseling ontdekte, ging voor hun biologische kind en ruilde het aangenomen kind om. 100 procent! Bloedverwantschap is erg belangrijk bij ons.”

In uw film lijkt de verwisseling opzet. Is dat ook een bestaande zaak?

„Een snufje misdaad maakt een film boeiender, maar het is gewoon fictie. Toen ik het script schreef, was er een verpleegster in het nieuws die bejaarde patiënten beet en sloeg. Ik kon haar goed gebruiken als katalysator in de relatie tussen Ryota en zijn vrouw Midori. Zij laat haar man alles bepalen, maar de verwisseling maakt haar woedend en sterk. Ryota beseft voor het eerst dat hij niet alles in de hand heeft en wordt juist zwakker. Zo werkt inspiratie: je pikt van alles op en gebruikt dat.”

Waarom is uw werk zo zachtaardig?

„Ik vind dit een heel gewelddadige film hoor. Stel je voor: een kind van zes dat van zijn ouders te horen krijgt dat ze hem omruilen. De kinderen wordt niets gevraagd, de ouders beslissen onderling. Dat is pas geweld, heel traumatisch. Maar ik zal nooit een horrorfilm maken of geweld tonen, denk ik. Niet omdat ik daartegen ben, maar omdat ik daar niet goed in ben.”