Oranje weert zich manhaftig tegen agressief Colombia

Nu eens geen schitterend combinatievoetbal, maar wel volwassen assertiviteit.

De Duitse assistent-scheidsrechter Holger Henschel werd gisteravond bedolven tussen een Nederlandse en een Colombiaanse speler. Foto Reuters

Van al die wedstrijden waarin Nederland dit jaar ongeslagen bleef en soms met voortvarend gemak tegenstanders als Hongarije en Turkije overklaste, heeft bondscoach Louis van Gaal dus het meest genoten van de niet zo vriendschappelijke wedstrijd gisteravond tegen Colombia. Waarin Oranje ruim de helft van de wedstrijd met tien man speelde en zonder de uit de wedstrijd geschopte vormgever Rafael van der Vaart standhield, met Leroy Fer als stootkussen in de punt van de aanval.

Een mannelijke pot voetbal was het. Nederland was op zoek naar het WK 2010-gevoel, met Kevin Strootman – aanvoerder in afwezigheid van Robin van Persie en Arjen Robben – als inspirator en debutant Joël Veltman als gretige leerling. In de tweede helft deed nog maar één speler mee die op dat bijna gewonnen WK speelde, de tegenvallende rechtsback Gregory van der Wiel. Van de tien meest gebruikte internationals in Van Gaals tweede termijn als bondscoach, stonden bovendien in de tweede helft alleen Ron Vlaar en Strootman op het veld. Maar de reserves van Oranje weerden zich manhaftig tegen Colombia, de nummer vier van de wereld.

De imagoschade was aanzienlijk na de verloren WK-finale in 2010, waarin Oranje zakelijke hardheid verkoos, en zich een enkele keer schuldig maakte aan buitensporige grofheid. Nederland had afstand genomen van, bijvoorbeeld, het betoverende spel in de groepsfase van het EK 2008. Toen werd de kwartfinale eindstation, en de idee was in 2010 dat naïviteit Oranje nooit meer te verwijten zou vallen.

Het huidige Oranje zal ook een manier moeten vinden om het voetballende tekort te compenseren. Teamspirit? Over-mijn-lijk-mentaliteit? Kort na de mentale ineenstorting twee maanden geleden tegen Estland (2-2) en, afgelopen weekend, de ontluisterende tweede helft tegen Japan (2-2), moest de ploeg met een eervol slot komen van het succesvolle jaar 2013. Dat lukte, tegen de verdrukking in.

Pas in februari komt de selectie weer samen. Dan moet het ‘proces’ beginnen. Althans: „Richting het EK vorig jaar hadden we ook een goede voorbereiding gehad, en dan klopt het niet”, zei Van der Vaart vorige week. „Het moet gebeuren als het WK begint. Natuurlijk moet je op elkaar ingespeeld raken in zo’n voorbereiding, maar het belangrijkste is dat je gaandeweg een team wordt.”

Oranje lijkt er van doordrongen dat het geen favoriet is, indachtig de inschatting van de bondscoach dat er acht ploegen zijn die meer kans maken op de WK-titel. Wat staat Oranje dan mooi achtste op de FIFA-ranglijst. Met inachtneming van eigen beperking, zonder spoor van arrogantie. Bescheiden, maar niet nederig. De ongeslagen status in 2013 is iets om aan vast te houden, met trots en realisme.

Oranje toonde zich strijdbaar. „Ik laat me in eigen stadion niet voor lul zetten”, zei Strootman na de wedstrijd stoer over het moment waarop James Rodríguez de bal secondenlang stil voor zich hield, Strootman uitdaagde en volgens de wetten van de straat rechtmatig een beuk kreeg.

Alleen Jeremain Lens – „hoeveel leermomenten heb ik nog nodig?” – had moeite met zijn emoties. Hij liet zich nu ook in het shirt van Oranje eens gaan, al had de rode kaart voor zijn greep naar de keel van Pablo Armero ook aan zijn Colombiaanse provocateur getoond mogen worden. Op een WK zijn zulke emotionele opwellingen vaak fataal voor een ploeg. Zoals de schlemielen van het WK 1998 David Beckham (schopje tegen Diego Simeone van Argentinië) en de Argentijn Ariel Ortega (kopstootje tegen Edwin van der Sar) zullen beamen.

Doseren is de sleutel, zegt Strootman. Zijn overstap naar AS Roma is een zegen voor het Nederlands elftal gebleken, een stoomcursus Italiaanse leepheid. „Je moet voor een deel meegaan in het spel van zo’n tegenstander. Je moet je er tegen wapenen, je moet niet alles maar laten gebeuren. Dat hebben we goed gedaan. Ron [Vlaar] die een paar keer op iemand doorliep, en als hij op iemand doorloopt moet je uitkijken”, grijnsde de aanvoerder een zeldzame grijns. „Het was in ieder geval niet gezapig.”