Na alcohol en wit brood pakt Erdogan nu ‘losbandigheid’ aan

Het moreel offensief van de premier is beleid én een afleidingsmanoeuvre

Studenten protesteerden deze maand tegen premier Erdogan. Studentenhuizen waar mannen en vrouwen samenwonen, zijn doelwit van de moraalpolitie. Foto Reuters

Meer dan dertig politieagenten in burger en gemeenteambtenaren stonden afgelopen week op de stoep van dit appartementengebouw in het hart van Istanbul. Ze hadden tal van vragen over de bewoonster van het bovenste appartement. Met wie woonde ze daar? Hoe laat kwam ze thuis? Wie kwam er nog wel eens meer langs in dit studentenhuis?

De studente die ze zochten was niet thuis. De afgelopen dagen is ze zo onder druk gezet, dat ze nu niet wil praten over die inval, zegt ze over de telefoon. Maar de buurt wel. „Prima dat de politie hen in de gaten houdt”, zegt Mehmet Sanli, die wijdbeens op een kruk zit voor het theehuis in Tophane, een wijk in het centrum van Istanbul waar conservatieve migranten van het platteland samenleven met studenten. „Er gebeurt daar binnen van alles”, wijst hij naar het studentenhuis aan de overkant. „Prostitutie. Kamers die voor een uurtje worden verhuurd. Wildvreemde mannen die bij meisjes op bezoek komen. Dat wil je toch niet in de buurt? Natuurlijk moet de premier daar iets aan doen.”

Want premier Recep Tayyip Erdogan begon er deze week zelf over. Meisjes en jongens die samen in hetzelfde studentenhuis wonen, dat moest maar eens afgelopen zijn. „Het is onduidelijk wat daar allemaal gebeurt. Het is chaos, van alles kan er gebeuren”, sprak hij. „Als conservatieve regering moeten we ingrijpen.”

Briefje

De Turkse politie voegt nu de daad bij het woord. In de wijk Usküdar verscheen een briefje op de voordeur van een studentenhuis: ‘We weten dat hier meisjes en jongens samenwonen. We gaan jullie er uit schoppen.’ In de plattelandsprovincie Manisa deed de politie een vergelijkbare inval als hier in Tophane.

Na zijn eerdere uitbarstingen tegen abortus en alcohol, zijn advies aan gezinnen ten minste drie kinderen te baren, en zijn raad wit brood en het nationale drankje raki te laten staan, bemoeit de premier zich nu met de levens van de adolescente jeugd. De moraalpolitie regeert, en Erdogan speelt hoofdagent.

Het emotionele debat dat volgde, splijt niet alleen deze straat, deze stad, dit land, maar zelfs de almachtige regeringspartij. Erdogans standpunten werden openlijk bekritiseerd door zijn eigen vicepremier Bulent Arinc, die liet doorschemeren af te willen treden over de kwestie. Toen Arinc afstand nam van de uitspraken, dikte Erdogan ze nog verder aan, geholpen door andere kabinetsministers die studentenhuizen broeinesten van „terroristen” noemden.

Uitbarsting

Waarom? Waarom nu, na de uitbarsting van protest afgelopen juni tegen zijn autocratische regeerstijl en zijn onverzoenlijke houding tegen de andere helft van het land? „Hij omarmt de levensstijl van zijn conservatieve kiezers en hij wil ons onderdrukken met zijn idealen, zijn ideale leefwereld”, zegt Cagla Ural, leider van een protest aan de Mimar Sinan Güzel Universiteit, net onderaan de heuvel van Tophane. Deze avond is hier een ‘slaapprotest’, waar evenveel jongens als meisjes aan meedoen. Ze drinken bier en wijn en spelen rockmuziek, alles waar de premier van gruwt. Er is geen hoofddoek te zien. „Ik voel me beledigd als vrouw, hij schendt mijn rechten. Hij mag zich niet bemoeien met wie ik samenleef of met wie ik omga”, zegt de jonge studente.

Erdogan kiest voor ‘moraalconservatisme’, zoals columnist Mustafa Akyol het omschrijft. Akyol is zo’n Turkse liberaal die Erdogan jarenlang steunde, maar sinds de protesten rond het Gezipark afstand neemt van de premier en zijn wilde uithalen. „Deze moraalpolitie is onacceptabel in iedere vrije maatschappij”,schrijft Akyol.

Maar het is juist die woede, die verontwaardiging aan de andere kant van de barricaden, die Erdogan opzoekt, waarschuwt een collega. „Hij wil een crisis. Hij wil spanning, hij wil die keiharde scheidslijn van twee kampen. Want alleen daarin kan een leider als hij gedijen”, zegt Koray Caliskan, eveneens columnist en hoogleraar aan de Bogazisi Universiteit. „Dit heeft niets met zijn psychologie te maken, dit is pure strategie.”

Die strategie past Erdogan al veel langer. Toen hij onder druk kwam te staan door een bombardement waarin tientallen Koerdische smokkelaars omkwamen, leidde hij critici af door tegen de liberale abortuswetgeving in Turkije te ageren. Toen bij een aanslag aan de Syrische grens meer dan vijftig doden vielen, kondigde Erdogan strengere wetgeving aan tegen alcohol. Toen de seculiere jeugd in het stadscentrum boos werd om omgehakte bomen in het Gezi-park, noemde Erdogan ze „plunderaars”. „Als Turkije werkelijk zou democratiseren, zou er voor een leider als Erdogan geen plaats zijn”, meent Caliskan. „Hij regeert als een generaal. Hij redeneert: hoe harder hij schreeuwt, hoe steviger zijn machtsbasis is.”

Volgend jaar augustus kiezen de Turken voor het eerst rechtstreeks een nieuwe president. Premier Erdogan zal dan kandidaat zijn. Tegenkandidaat is zittend president Abdullah Gül, die net als vicepremier Arinc een verzoenende toon aanslaat.

Deze drie mannen vormden de drie-eenheid van de AK-partij die in 2002 aan de macht kwam, maar die nu grote scheuren vertoont. „Dat lossen we binnenskamers wel op”, suste Erdogan deze week. De collega’s binnen de AK-partij zijn volgens hem „niet de vijand”. Die werkelijke vijand woont elders, en die heeft hij duidelijk genoeg voor zijn kiezers aangewezen.