Leuke cult over apocalyptische en heel ondeugende generatie

Het heette New Queer Cinema indertijd. Met een snufje splatter en een toefje Nouvelle Violence. Halverwege de jaren negentig toerde regisseur Gregg Araki door het filmfestivalcircuit met zijn Teenage Apocalypse Trilogy: films over seksueel ambivalente, nihilistische tieners in Los Angeles met zuurstokhaar, skateboards en postpunk. Ze spoten en slikten erop los en kraamden keiharde, maar eigenlijk nogal gekunstelde taal uit („Ik hak je testikels eraf en niet ze vast aan je enkels”).

Bij Araki gebeurden de raarste dingen: een afgehakt hoofd hield een speech, bij een simultaan orgasme kreunde iedereen plots ‘mama’ of ‘papa’. Je kon daar Freud bijhalen, maar dat leek verspilde moeite bij Araki die er onbevangen en associatief op los filmde. Vast onderdeel: bi, homo en hetero die seks hebben, met een markante voorkeur voor triootjes van twee mannen en een vrouw.

Al dat grens overschrijden oogt nu achterhaald en braaf, Nowhere en The Doom Generation zijn eerder ondeugend dan schokkend. Er komt nog geen tepel in beeld en vingers verdwijnen altijd net buiten camerabereik in kringspieren. Veel insinuaties ook: het is een puberale mix van onbevangen, besmuikt en overmoedig.

Neem Nowhere (1997), een chaotisch mozaïek van oversekste adolescenten op weg naar een feest met punk, speed en travestieten. Iedereen lijkt in verhoogde staat van excitatie zonder dat er iets gebeurt. Zulke landerige opwinding tref je wel vaker op hangplekken voor de jeugd.

The Doom Generation (1995) is beter. In deze roadmovies reist de bitchy Rose McGowan met de softe Jordan (James Duvall, de muze van Araki) en macho Xavier door Amerika, van slachtpartij naar slachtpartij. Overal liggen namelijk jaloerse exen op de loer, onder wie drie ‘jocks’ met swastika’s op hun torso die iets naars doen met een heggenschaar.

Het was de tijd van Natural Born Killers en Pulp Fiction. Hoewel Araki zich als filmmaker niet kan meten met Oliver Stone of Quentin Tarantino – al bewees hij zich in 2004 met Mysterious Skin ook als volwassen filmmaker – toch zou het me niet verbazen als zijn films overleven, als leuke cult en tijdsdocument.

Coen van Zwol