Les Bleus plaatsen zich, maar twijfel blijft

Zo gaat dat in Frankrijk: als het nationale team zich voor een groot toernooi plaatst, wordt de president van de republiek gevraagd om een reactie. Hollande zei desgevraagd: „Het is vaak het geval in Frankrijk: we nemen niet de meest directe weg. De hoofdzaak is om er te arriveren.”

Niet de meest directe weg, dat was nog een understatement. Vorige week vrijdag hadden Les Bleus uit tegen Oekraïne nog met 2-0 verloren, wat de natie bewoog tot grootscheeps zelfonderzoek. De nationale ploeg, anderhalf decennium geleden nog wereldkampioen, presteert al jaren niet meer naar verwachting. Kunnen de Fransen eigenlijk nog wel voetballen?

Ja, dat kunnen ze. In de returnwedstrijd, gisteravond in Parijs, werden de Oekraïners overtuigend met 3-0 verslagen, door doelpunten van Liverpool-verdediger Mamadou Sakho, spits Karim Benzema van Real Madrid en een eigen doelpunt van vleugelspeler Oleg Gusev van Dinamo Kiev.

Met de overwinning lijken Les Bleus hun impopulariteit – zelfs Hollande is geliefder – voorlopig te hebben overwonnen. De grootste sportkrant, L’Équipe, kopte vanochtend: Respect!

Maar na de initiële feestvreugde kwam toch ook al snel weer de twijfel: hebben de Fransen eigenlijk iets te zoeken in Brazilië? Sinds het EK van 2012 liet bondscoach Didier Deschamps pas vijf spelers hun debuut maken in de nationale ploeg. Ervaren krachten als linksback Patrice Evra van Manchester United kregen de laatste tijd veel kritiek, en de selectie voor het duel van gisteravond telde slechts vijf spelers onder de 25 jaar.

Volgens het weekblad Le Point kan Frankrijk maximaal de kwartfinale halen met een verouderde selectie of nu alvast kiezen voor verjonging, met spelers die geboren zijn tussen 1990 en 1994. De keuze is aan Deschamps.