Het Russische rechtssysteem is ‘onvoorspelbaar en gesloten’

Door een goede advocaat hoefde zij niet naar een werkkamp. Pussy Riot-lid Jekatarina Samoetsevitsj steunt de Greenpeace-activisten.

Je zou haar een ervaringsdeskundige in het Russische recht kunnen noemen: Jekatarina Samoetsevitsj van de Russische punkband Pussy Riot. Samen met Nadja Tolokonnikova en Masja Aljochina werd zij in maart 2012 gearresteerd nadat zij een politiek protest in de vorm van een ‘punkgebed’ had gehouden in de Christus Verlosserkathedraal van Moskou.

De vrouwen werden veroordeeld tot twee jaar strafkolonie wegens ‘door religieuze haat ingegeven hooliganisme’. Samoetsevitsj (31) ontliep tewerkstelling omdat haar straf in hoger beroep werd omgezet in een voorwaardelijke. De andere bandleden hadden minder geluk. Ze zitten nog tot maart 2014 vast en gingen in hongerstaking.

In een telefonisch gesprek vertelt Samoetsevitsj over haar rechtsgang. Zij trekt ook parallellen met de zaak van de Greenpeaceactivisten die sinds september vastzitten in Rusland. „In beide gevallen gaat het om gefabriceerde processen met veranderende tenlasteleggingen” zegt Samoetsevitsj. Het Russische rechtssysteem noemt zij „onvoorspelbaar en gesloten”.

Aanvankelijk deelden de bandleden drie advocaten. Maar die functioneerden volgens Samoetsevitsj zó slecht, dat zij ook voor aanklagers hadden kunnen doorgaan. „Ze concludeerden alleen dat wij onschuldig waren. Na de uitspraak verzuimden zij in beroep te gaan. We werden niet eens op de hoogte gehouden. Of ze partijdig waren weet ik niet, maar ze hebben mij wel laten vallen.”

De bandleden spraken elkaar alleen even bij de zitting. Voor de rest moesten zij zichzelf zien te redden. Samoetsevitsj had het geluk dat zij na de uitspraak werd benaderd door een advocaat die zich haar lot aantrok. Met haar ging zij in beroep. „Zij concentreerde zich op onjuistheden in het verhaal van de aanklager. Zo stelde zij dat ik nooit aan het protest in de kerk kon hebben deelgenomen, omdat ik vlak voor aanvang door een bewaker was verwijderd.”

Twee van de drie advocaten die Samoetsevitsj in eerste instantie bijstonden, ontkennen dat ze haar hebben bijgestaan. „Om hun fouten te verdoezelen hebben ze lasterlijke praatjes over mij verspreid”, zegt zij. „Ik zou een voorwaardelijke straf hebben gekregen omdat ik afstand heb genomen van de andere bandleden.” Afgelopen september klaagde Samoetsevitsj haar voormalig advocaten aan wegens laster.

Samoetsevitsj verdenkt de advocaten er ook van dat zij middels een vals contract de muziekrechten van Pussy Riot in handen kregen – en doorverkochten. En het heeft er volgens haar alle schijn van dat de enorme sommen geld die vanuit de hele wereld door sympathisanten op de rekening van het advocatenkantoor werden gestort – om de invrijheidstelling van de bandleden te bespoedigen – achterover zijn gedrukt. „Ook daar wil ik nog een rechtszaak over beginnen.”

Volgens Samoetsevitsj is het een goede zaak dat Greenpeace een strenge selectie toepast voor Russische advocaten, want „er is geen garantie dat zij de belangen van hun cliënt voorop stellen” en „niets is erger dan als je advocaat je vijand blijkt te zijn”. Zij raadt de activisten aan een vertrouweling aan te wijzen die nauw contact houdt met hun advocaat en iedere stap met argusogen volgt.

Samoetsevitsj hoopt dat de activisten „moreel sterk blijven” ondanks de zware omstandigheden in de Russische cel. „Ze moeten zichzelf blijven inprenten dat ze onschuldig zijn, ook al worden zij als schuldigen behandeld. Want zonder hoop wordt het nog zwaarder.”

Sinds Pussy Riot in 2011 werd opgericht, is er een wet ingevoerd die het beledigen van gelovigen zwaar bestraft in Rusland. De band bestaat nog steeds, maar hoe de acties er uit gaan zien als Masja en Nadja vrijkomen, durft Samoetsevitsj niet te zeggen. „Eerst maar eens concentreren op al die rechtszaken.”