Een paranoïde icoon van de 21ste eeuw

Julian Assange maakte vanuit zijn schuiloord stemming tegen zijn biopic – biografische film – ‘The Fifth Estate’. Een propagandafilm, of vastgelopen in nuance?

WikiLeaks-oprichter Julian Assange is niet de eerste computernerd die al heel vroeg een biopic (biografische film) krijgt. En niet de eerste die daar diep ongelukkig mee is.

In 2010 lanceerde Facebookoprichter Mark Zuckerberg een glimlachoffensief om de schade van The Social Network te beperken. Ook dat was een film over een briljante hork met een uitvinding die de wereld veranderde. Ook die film werd verteld door een teleurgestelde ex-adjudant – bij computers gaat het al snel over mannenvriendschap. Maar waar Zuckerberg directe kritiek vermeed – hij heeft een miljardenbedrijf te verdedigen – kiest eenzame wolf Julian Assange vol de aanval tegen The Fifth Estate. Toen de film in Amerika flopte, e-mailde hij verheugd dat dit „reactionaire snurkfeest alleen in smaak valt bij de Amerikaanse regering”.

En dat terwijl Assange toch als ‘het icoon van zijn generatie’ wordt gepresenteerd, alsmede ‘de rebel van de 21ste eeuw’ - met die grote woorden lanceert filmstudio DreamWorks The Fifth Estate. Het lijkt nog wat vroeg voor zo’n oordeel. Nog geen zes jaar geleden richtte Assange klokkenluiderssite WikiLeaks op, dat in 2010, na eerdere onthullingen over de Zwitserse bank Julius Bär, Scientology en Keniaanse doodseskaders, maandenlang wereldnieuws was door ruim 700.000 Amerikaanse overheidsdocumenten over Guantánamo Bay, Irak, Afghanistan en buitenlandse politiek te lekken.

De tussenstand: WikiLeaksklokkenluider Bradley (nu Chelsea) Manning wacht op zijn hoger beroep tegen een draconisch vonnis van 35 jaar celstraf, Assange zit verschanst in een kamertje van de ambassade van Ecuador te Londen om uitwijzing naar Zweden voor een verkrachtingzaak te voorkomen. Een onaf verhaal, al voelt WikiLeaks tegelijk een beetje als oud nieuws na de onthullingen van Edward Snowden over de NSA. Maar had Snowden gelekt zonder Assange?

The Fifth Estate gaat over een cruciale kwestie: transparantie versus vertrouwelijkheid. Dat dilemma werd al uiteengezet in de documentaire WikiLeaks: We Steal Secrets. Sinds de aanslagen van 9/11, die slaagden door slechte communicatie binnen de overheid, delen Amerikaanse staatsorganen hun informatie breed. Maar zo kan één labiele legeranalist in Oost-Bagdad zomaar het hele diplomatieke verkeer sinds 1966 op cd’s met het opschrift ‘Lady Gaga’ downloaden. Zonder delen van informatie loopt een bureaucratie vast, delen betekent lekken.

De Amerikaanse regering heeft op dit dilemma nog geen beter antwoord dan keihard straffen en dreigen; Republikeinse politici riepen in 2010 zelfs op tot een moordaanslag op Assange. Hij geeft een gezicht aan een digitale rebellie die, in het geval van Anonymous, als amorfe zwerm opereert. Zijn spierwitte haar is net zo herkenbaar als de baret en baard van Che Guevara.

Geen wonder dus dat DreamWorks haast maakte met deze biopic. En dat Assange die nu als onderdeel ziet van een lastercampagne tegen hem. Dat DreamWorks de film produceert, geeft te denken: het is de studio van Obama’s kameraden Steven Spielberg, David Geffen en Jeffrey Katzenberg, die in 2012 ruim 30 miljoen dollar aan donaties hielpen inzamelen voor Obama’s herverkiezing.

Zoals ook de hoofdrolspeler Assange zal hebben gealarmeerd. Een biopic kent een wisselwerking tussen acteur en persoon: de acteur kruipt in diens huid, maar zijn imago bepaalt ook hoe wij tegen die echte persoon aankijken. Beroemdheden praten niet voor niets zo vaak over de acteur die hen moet spelen. Voor Julian Assange maakt het groot verschil als Brad Pitt of Benedict Cumberbatch hem vertolkt. Het werd Cumberbatch, vooral bekend als schurk of antiheld. Zo speelde hij Sherlock Holmes als een ijzige, ongeduldige asperger in de hitserie Sherlock, was hij wereldverwoester Khan in Star Trek: Into Darkness en is hij in de Hobbit-trilogie zowel de stem van draak Smaug als de ongure Necromancer.

Stripschurk

Op 15 januari liet Assange de acteur in een lange e-mail weten geen heil te zien in een ontmoeting; Cumberbatch had graag zijn maniertjes van nabij bestudeerd. Assange waarschuwde hem dat hij „als huurling werd gebruikt” in een propagandafilm; Cumberbatch zelf zei later dat regisseur Bill Condon Assange aanvankelijk als „megalomane asociaal” (Vogue) en „stripschurk” (The Guardian) dreigde af te schilderen.

Heeft Assange dus een punt? Dat lijkt wel zo. Een biopic is een vorm van geschiedschrijving, en The Fifth Estate baseert zich vooral op het negatieve boek Inside WikiLeaks van Daniel Domscheit-Berg, zijn Duitse adjudant die gebrouilleerd raakte en een rivaliserende site opzette, OpenLeaks. Berg, wiens boek ontsierd wordt door een huilerige ondertoon, presenteert zichzelf als bevlogen maar redelijke technocraat die eerst betoverd wordt door de charismatische Assange, maar gaandeweg inziet dat zijn idool een manipulerende en veeleisende ploert is.

Nu is Assange een lastpak: vrijwel iedereen krijgt vroeg of laat ruzie met hem. Een ‘gekke monnik’ noemt iemand hem in de film, met de ascetische rechtlijnigheid van een ouderwetse revolutionair. Assange is een autoritaire anarchist die van de macht absolute transparantie eist, maar zelf extreem gesloten is: zo legde hij vertrouwelingen een zwijgcontract op met een dwangsom van 19 miljoen dollar. Hij wil de leugens van de macht bloot leggen, maar schept op over zijn eigen leugens: als hacker voerde hij de naam van ‘nobele leugenaar’ Mendax. Maar die contradicties passen bij een radicaal die een digitale guerrillaoorlog denkt te voeren; die spiegelen meestal hun vijand. En Assanges paranoïde, nomadische levensstijl – hij was altijd onderweg met drie lagen kleding over elkaar en een rugzak vol laptops en kabeltjes – is ook te herleiden tot een turbulente jeugd. Vanaf 1982 vluchtte hij met zijn moeder en halfbroer jarenlang onder valse namen van stad tot stad voor zijn stiefvader, lid van een agressieve sekte.

In Cumberbatch’ charismatische vertolking krijgt Assange iets demonisch. Zo was WikiLeaks volgens Berg aanvankelijk pure bluf: niet meer dan twee nerds met laptops, een krakkemikkige server en honderden verzonnen medewerkers zoals ‘juridisch expert’ Jay Lim (Julian). The Fifth Estate visualiseert dat door een oneindig redactielokaal met een grijnzende Assange achter elk bureau, wat herinnert aan het malicieuze computervirus agent Smith uit The Matrix. Als Assange steeds nieuwe verhalen over zijn spierwitte haar opdist, doet hij denken aan The Joker in Batmanfilm The Dark Knight.

The Fifth Estate lijkt zijn ware kleuren te tonen als een Libische informant wordt opgevoerd die door WikiLeaks bijna in de martelkelder van Gadaffi belandt – een nobele Amerikaanse diplomaat weet hem op het nippertje te waarschuwen. In een eerdere scriptversie betrof het zelfs een mol in het Iraanse kernwapenprogramma. Dat spiegelt de succesvolle pr van het Witte Huis in 2010 dat WikiLeaks ‘bloed aan zijn handen’ heeft: Amerikaanse informanten zouden in levensgevaar zijn gebracht. Drie jaar na dato is nog geen concreet slachtoffer opgedoken, dus waarom toont The Fifth Estate dan dat WikiLeaks bijna bloed aan zijn handen heeft?

Man of Mystery

Maakt dat The Fifth Estate tot propaganda? Toch niet: hij is juist te genuanceerd. Assange wordt niet zwart gemaakt, zijn gênante Zweedse verkrachtingszaak blijft vrijwel onvermeld. De hele film draait om hem: zo krijg je bijna medelijden met Carice van Houten, die als IJslands parlementslid Jónsdóttir alleen functionele tekst oplepelt en mooi mag zijn. Maar tegelijk blijft Assange een onpeilbare ‘Man of Mystery’ naar wie gewone stervelingen verwonderd kijken, platitudes fluisterend als „hij is een messias op lemen voeten”. Heel zelden – Assange die stuurs vlucht voor warme huiselijkheid in huize Berg – is er een hint van een beschadigd, licht autistisch mens.

Dat maakt The Fifth Estate tot een ouderwetse biopic over een Grote Man die de geschiedenis verandert en natuurlijk geen lieverdje is. Als een dankzij WikiLeaks ontslagen Amerikaanse diplomaat zich in de film afvraagt waarover de geschiedenis milder oordeelt, zijn gepriegel op de vierkante centimeter of Assanges zevenmijlslaarzen, weten wij het antwoord: Assange natuurlijk. Die krijg een biopic.

Dat Assange geen contouren krijgt, komt ook doordat regisseur Bill Condon de kwestie-WikiLeaks in al zijn complexiteit wil uitleggen. Veel tekst dus, en internet leent zich al zo moeilijk voor drama. Beeldschermen die wereldwijd oplichten, lichtjes die door kabels zoeven, datafiles die zich tergend traag laten kopiëren: de visuele hulpmiddelen zijn nu al clichés. En The Fifth Estate mag in zo’n hectisch tempo van Kenia via Berlijn naar IJsland reizen, ook op een ruig krakersfeest blijft WikiLeaks twee slecht geschoren mannen die op toetsenborden hameren.

The Fifth Estate valt juist door de mand omdat hij prijzenswaardig genuanceerd is en zich op de vlakte houdt. Typerend is dat Assange het laatste woord krijgt: in een epiloog zegt Cumberbatch namens hem dat de film een leugen is en niemand de waarheid vertelt. „Daar ligt de macht: uw wens om verder te kijken.” Vrome, postmoderne woorden, maar ook timide. Misschien is het gewoon te vroeg voor een biopic over Assange en moet het stof nog even neerdwarrelen.