Dit onder water zetten? Dat nooit!

Zet de Hedwigepolder onder water, en het wordt een slibdepot, zeggen juristen namens de eigenaar. Niks natuurontwikkeling. Herzie de afspraken met België.

Foto Wim Daneels

Het onder water zetten van de Hedwigepolder is onwettig, brengt de bestaande natuur schade toe en is alleen bedoeld om de haven van Antwerpen te plezieren. Dat stellen de advocaten van eigenaar De Cloedt van de Hedwigepolder.

Het kabinetsplan tot ontpoldering ligt ter inzage. Bij de provincie Zeeland, die het project namens het Rijk met tegenzin uitvoert, zijn tweeduizend zienswijzen – lees: bezwaarschriften – ingediend. Het verzet is groot.

Nederland en Vlaanderen hebben acht jaar geleden al in een verdrag afgesproken de natuur in en rond de Westerschelde te herstellen. In menig advies en ecologisch rapport werd vervolgens de beste methode, ja zelfs „de enige begaanbare weg” daartoe beschreven: de dijken van de Hedwigepolder doorsteken.

Ook oordeelt vandaag de Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER) in grote lijnen positief over de MER die voor het plan is gemaakt. Namelijk „dat de heringerichte polder in elk stadium van zijn ontwikkeling natuurwinst voor het estuarium van de Westerschelde oplevert”.

Maar nee, zeggen advocaten van Houthoff Buruma in Amsterdam namens De Cloedt, ontpolderen zal een omgekeerd effect hebben. De polder zal „in een zeer snel tempo” verlanden. Na het doorsteken van de dijken zal het gebied vijf tot tien keer sneller opslibben dan het kabinet aanneemt. „Het oorspronkelijke doel van de ontpoldering, te weten een uitbreiding van estuariene natuur, zal dan niet langer haalbaar zijn”, stellen de advocaten in hun reactie op de plannen van het kabinet. „De ontpolderde Hedwigepolder wordt geen natuur, maar een permanent slibdepot.”

Volgens hen ontstaat er een „rietvlakte”. Bovendien, stellen de advocaten, zal het ontpolderingswerk de natuur bij de driehonderd hectare grote polder „tijdelijke” schade toebrengen die pas over tien tot vijftien jaar wordt gecompenseerd, als er nieuwe slikken en schorren zijn ontstaan. Die vertraging is „in flagrante strijd” met nationale en Europese regels, aldus de advocaten.

Het kan niet anders, in deze redenering, of Nederland en Vlaanderen moeten onderhandelen over het verdrag dat de ontpoldering regelt. Advocaat Marloes Brans: „Wat in dat verdrag staat, is in strijd met de natuurbeschermingswet. Het verdrag is op dat punt onuitvoerbaar.” De advocaten baseren hun conclusies op „nieuwe feiten” uit onderzoek dat zij hebben laten verrichten door de technische bureaus Svasek Hydraulics en Tauw.

Het doel van de ontpoldering is volgens de advocaten niet het herstel van de natuur in de Westerschelde, maar uitbreiding van de haven van Antwerpen. De Belgen willen diepe dokken bouwen, zoals het Saeftinghedok. Net als het Deurgancksdok ernaast heeft dat geen sluizen, en dus zal er ongewenst slib in spoelen. De Hedwigepolder is ideaal, zeggen de advocaten, om het slib af te zetten dat anders in de dokken terecht zou komen.

Aan de oorspronkelijke en nooit veranderde keuze voor de Hedwigepolder lagen een rapport van de havendienst ten grondslag en twee werkstukken van studenten – niet overtuigend, vinden de juristen.

Advocaat Arjen de Snoo: „Vlaanderen heeft altijd aangedrongen op het onder water zetten van de Hedwigepolder. Deze keuze is logisch als je redeneert vanuit het belang van de haven van Antwerpen. De Hedwigepolder is vervolgens in rapporten als locatie voor natuurontwikkeling aangenomen. Ook al omdat Vlaanderen beloofde de ontpoldering te betalen. Maar met natuurontwikkeling heeft deze niets te maken.”

Verdrag herzien

Nederland en Vlaanderen zouden met een „open blik” naar de kwestie moeten kijken, vindt advocaat Jan Frans de Groot. Als de ontpoldering niet tot nieuwe natuur leidt, „dan valt het hele kaartenhuis in elkaar”. Dan zal de Europese Commissie Nederland in gebreke stellen, omdat het niet voldoet aan de verplichting de natuur in het Europees beschermde Westerscheldegebied te herstellen. De Groot: „Dan is Nederland nog veel duurder uit dan nu.” Want dan moet Nederland alternatieve locaties vinden om de natuur in het Westerscheldegebied te herstellen. De natuur in het estuarium bevindt zich volgens Europa immers in een „zeer slechte staat van instandhouding”. Veel beter is het daarom, aldus de advocaten, om het verdrag te herzien.

De kwestie over het onder water zetten van de Hedwigepolder sleept al tien jaar. Vorige kabinetten hebben steeds geprobeerd er onderuit te komen, vooral na grote weerstand in Zeeland en in de Tweede Kamer. Maar steeds opnieuw bleek ontpoldering van de Hedwigepolder onontkoombaar. Het aangrenzende gebied in Vlaanderen, de Prosperpolder, is al deels onder water gezet. Samen moeten de polders een „intergetijdengebied” worden.