Deense kinderanimatie met iets te veel tekst en te weinig actie

Het oeuvre van de Deense kinderboekenschrijver Ole Lund Kirkegaard bleef tot negen boeken beperkt: in 1979 viel de docent op 38-jarige leeftijd dronken in slaap in de sneeuw en vroor dood. In Rusland noemen ze zo iemand een sneeuwklokje: komt in de lente weer boven de sneeuw uit.

Otto is een neushoorn is een van Kirkegaards bekendste boeken. Held is de energieke, dappere Topper met sproeten, peentjeshaar en knaagdiergebit. Zijn vrienden zijn de timide Viggo en Cille, tevens zijn evenbeeld. Topper tekent met een magisch potlood een neushoorn in zijn slaapkamer, die tot leven komt. Waarna alle volwassenen – met name een John Cleese-achtige caféhouder – er een potje van maken, zoals volwassenen dat doen in Scandinavische kinderboeken. Op Toppers absente vader na dan, kapitein van een stoomboot. Dat lijkt de vader van Pippi Langkous te zijn, met zijn baard, buik, pet en papegaai. De man heeft kennelijk in elk haven een ander liefje.

Otto is een neushoorn kan je als een verademing zien naast het luide, hyperkinetische geweld van Amerikaanse kinderanimatie van Pixar, Disney of DreamWorks. Maar hij is wel erg statisch en saai voor kinderen die gewend zijn aan het tempo, de humor en de visuele finesse daarvan. Hen zal niet ontgaan dat het aantal decors gering is, de personages een simpele mimiek hebben en vaak een beetje in de lucht lijken te wandelen. Zulke bescheiden ‘production values’ zijn voor kleuters geen bezwaar, maar wel voor de oudere kinderen waarop Otto is een neushoorn mikt. Wnat er wordt best veel gepraat, in Vlaamse nasynchronisatie.

Coen van Zwol