Column

Ombuigen

Het woord dat gemeenteambtenaren het vaakst gebruiken om niet te hoeven zeggen dat ze moeten bezuinigen, is ombuigen. Dat weet iedere ambtenaar financiën. Gisteren waren ze verzameld in de Utrechtse Jaarbeurs, waar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) congresseerde over ‘De Financiële Agenda’. Men sprak er over de vraag hoe ze de komende vier jaar een immens gat van 6,1 miljard in de gemeentebegrotingen weg kunnen werken. Het Rijk kan nog ‘ombuigen door lastenverzwaringen’. Maar gemeenten innen maar 3 procent van alle belastingen. Zij moeten die ruim 6 miljard dus grotendeels bezuinigen – maar we noemen het ‘overtollig vet weghalen’, ‘laaghangend fruit’ plukken, of als het echt niet anders kan: ‘afslanken’. Desnoods ‘met de kaasschaaf’.

Op verdiepingen vol bontgekleurde designfauteuils en citruspersen – ook het decor van een bezuinigingscongres echoot nog de vette jaren – waren sessies te volgen met namen als ‘Transparant de rekening presenteren’, ‘Houdbare gemeenteschuld’ en ‘Bezuinigen? Bekijk het eens van een andere kant!’ Ik koos ‘Frame the debate!’. Hier zou ‘argumentatiecoach’ Henri Raven gemeenteambtenaren onderwijzen hoe je met slim gekozen en onvermoeibaar herhaalde beeldspraak bezuinigingen kunt verkopen. Het woord ‘frame’ is dus ook gewoon een ‘frame’ voor iets dat van alle tijden is. Maar ‘framing’ is uit de Amerikaanse politiek afkomstig, dus imponerend, ook al hebben ze het land daar intussen ernstig richting onbestuurbaarheid ‘geframed’. En nu we toch bezig zijn: ‘argumentatiecoach’ is eveneens een ‘frame’: bij de vakgroep Neerlandistiek was je dan althans gewoon een droogstoppel van de afdeling taalbeheersing, waar ze ‘argumentatieleer’ bestudeerden. Wij van letterkunde haalden daar nuffig de neus voor op. ‘Argumentatiecoach’ klinkt al wat creatiever, en deze had er ook nog een artistiek overhemd en een fluwelen jasje bij aan.

Maar goed. We gingen ‘framing’ dus „handen en voeten geven”. En het moet gezegd: Raven had sterke voorbeelden uit financiële rapportages van gemeenten gevist. Ik „geef ze u even mee”, zodat u de komende tijd begrijpt wat u boven het hoofd hangt:

Trap op trap af-beleid: (Gelach: „Dat gebruiken we állemaal!”) De uitgaven moeten gelijk oplopen met wat gemeenten wordt toebedeeld. Trap op: er komt weer wat geld binnen. Trap af: bezuinigen. Vroeger noemde je dit gewoon inconsequent beleid.

Negatieve groei. (Bulderend gelach.) Negatieve groei is krimp.

Taakstelling. Bezuinigingsmetaforiek die heldendom suggereert. Henri Raven: ,,Jullie gaan dat bezuinigen dus eens even daadkrachtig regelen.”

Subsidie. Blijkt nu ook al een synoniem van bezuinigingspost: voor subsidie waarop níet gekort kan worden bestaat intussen een ander woord. Dat is een ‘waarderingssubsidie’. Alleen mensen met een ‘waarderingssubsidie’ zijn nog veilig – voorlopig althans.

Egalisatie- of schommelreserves: Een reserve die wordt aangehouden om gaten in andere potjes te vullen.

Stille reserve: Officieel heeft de gemeente niets meer over, maar ergens verstopt toch wel. „Dat mag ook niemand weten!”, riep de zaal.

En toen de argumentatiecoach door zijn voorbeelden heen was, vroeg ik de ambtenaren om nog meer. Probleemloos bleven ze komen:

„Kerntakendiscussie!”

„Dienstverleningsverbetering!”

„Menselijke maat!”

Et cetera. Conclusie: Nederlanders hebben meer woorden voor bezuinigen dan Eskimo’s voor sneeuw.