Nederland moffelde de koloniale oorlog weg

Pas na de politionele acties nam het militaire geweld in Indonesië echt grote vormen aan.

De bloedigste episode uit de koloniale oorlog die Nederland in de jaren 1946-49 uitvocht in Indonesië is door de militaire voorlichtingsdiensten bijna helemaal uit de pers gehouden. Er vielen in de eerste zes maanden van 1949 duizenden doden, maar die zijn stelselmatig verzwegen en legervoorlichters wisten te voorkomen dat journalisten getuige waren van dit geweld.

Dat is een van de opvallendste conclusies in het boek Gecensureerde oorlog waarop historicus Louis Zweers vrijdag promoveerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Zweers deed decennialang onderzoek naar de verslaggeving over de zogeheten ‘politionele acties’ in de Nederlandse pers en naar de informatie die de militaire voorlichtingsdiensten vrijgaven – of juist de kop indrukten – over het verloop van de strijd. Hij begon met een speurtocht naar beelden van de krijgshandelingen.

Louis Zweers vertelt: „In de jaren 80 en 90 was er maar heel weinig materiaal. Geleidelijk vond ik steeds meer collecties van vergeten foto’s. Uiteindelijk dook ik ook de papieren archieven in, om te reconstrueren wat Nederland en de wereld te horen en te zien kregen van dit koloniale achterhoedegevecht.”

In die archieven bleken flinke lacunes te zitten, wat het onderzoek bemoeilijkte. Zweers: „Sommige archieven zijn helemaal weg. Zoals die van de voorlichtingsdiensten van marine (MARVO) en mariniers (MARNSVO). Hoe die zijn verdwenen is niet duidelijk. Ze kunnen ginds zijn vernietigd, maar daarover verschaft Defensie weinig helderheid. Het archief van de voorlichtingsdienst van de landmacht, de DLC (Dienst Legercontacten), is er nog, maar dat is flink geschoond. Het kan in twintig kartonnen archiefdoosjes en dat is bijna niks. Er werkten 200 mensen op het DLC-hoofdkantoor in Batavia en er zaten 50 correspondenten op de buitenposten. Die hebben in vier jaar tijd heel wat papier geproduceerd, maar het meeste is gewoon weggedaan.”

De meeste publicaties over de strijd in Indonesië gaan over de Eerste en Tweede Politionele Actie, respectievelijk in juli 1947 en december 1948. Zweers: „Dat is niet terecht. In de eerste helft van 1949 nam het militaire geweld pas echt grote vormen aan. Alleen al op Java voerden de Nederlanders 1.200 luchtaanvallen uit met gevechtsvliegtuigen die kampongs bestookten met bommen en boordwapens. Nederlandse militaire buitenposten werden continu aangevallen door nationalistische guerrilla’s.”

Zweers constateert dat juist toen de Nederlandse en internationale pers werd weggehouden. „Die episode is helemaal niet in beeld gebracht. De DLC maakte alleen korte persberichtjes: ‘We hebben last van rondzwervende bendes die we proberen uit te schakelen’.

Vergelijk dat eens met de cijfers die militair historica Petra Groen geeft: aan Nederlandse kant 1.000 doden en 2.500 gewonden en aan nationalistische kant 46.000 doden. In Midden- en Oost-Java zijn in die periode 500 Nederlandse militaire voertuigen op bermbommen gereden waarbij ongetwijfeld doden en gewonden vielen. Vijfhonderd! En daar is niets van in de media te vinden.”

Er was niet alleen sprake van censuur van bovenaf, maar ook van zelfcensuur van verslaggevers en redacties. „Er was op dat moment sprake van verzuilde media. Als je voor Het Vrije Volk werkte, volgde je de partijlijn van de PvdA, die zitting had in een rooms-rode coalitie met de Katholieke Volkspartij van Romme. De Volkskrant was toen nog heel katholiek en liep aan de leiband van Romme. Er waren ook media die uit die dwangbuis braken, zoals Het Parool, links, maar kritisch tegenover de PvdA-lijn.”