‘Meer taken en minder budget – dat gaat wringen’

Eurocommissaris over minder geld naar Europa

Janusz Lewandowski houdt niet van revolutionaire vergezichten of gezwollen retoriek. De Poolse eurocommissaris (62), verantwoordelijk voor de Europese begroting, heeft zijn portie onpraktisch idealisme ruimschoots gehad, tijdens de socialistische dictatuur die zijn vaderland tot 1989 was. Hij zweert bij pragmatisme.

Maar er zijn grenzen.

Vandaag en morgen stemt het Europees Parlement over de begroting voor de periode 2014-2020, die op aandringen van lidstaten voor het eerst lager uitvalt dan de voorgaande. De rechtsliberaal Lewandowski is niet vies van bezuinigen, maar het budget van de Europese Unie begint in zijn ogen onverantwoord klein te worden. „Het wordt steeds moeilijker voor de Europese Commissie om geloofwaardig te blijven”, zegt hij tijdens een gesprek.

Dat er een meerjarenbegroting ligt is een klein wonder. In juni bereikten Parlement, lidstaten en Europese Commissie een compromis, maar vorige maand ontstond opeens ruzie over 400 miljoen euro. Dat is het bedrag dat naar Midden-Europa en in het bijzonder Duitsland (360 miljoen) gaat voor compensatie van schade door overstromingen afgelopen zomer. De lidstaten wilden dat alsnog afwentelen op de begroting van 2014, de eerste van het meerjarenpakket. Het Parlement zag dat als valse start en weigerde te stemmen.

Nu ligt er een nieuw compromis. Het merendeel van het geld wordt, mede dankzij extra bezuinigingen op het ambtenarenapparaat van Europese Commissie, onder de begroting van dit jaar geschoven. De rest wordt doorgeschoven naar volgend jaar. En in ruil daarvoor komen de lidstaten met iets meer geld over de brug.

Vond u het niet vervelend dat de overstromingen erbij werden gehaald? Berlijn kan dat toch makkelijk zelf betalen?

„Ik ben tijdens de overstromingen per helikopter naar Saksen-Anhalt geweest en het was duidelijk dat de Duitsers een teken van solidariteit verwachtten, ook omdat hun land het meeste bijdraagt aan de EU-begroting. Ik heb daar echt alle begrip voor.”

De dood van 400 bootvluchtelingen maakt beduidend minder solidariteit en vrijgevigheid los.

„Pan-Europese oplossingen liggen altijd moeilijk, ook omdat er geen Europees publiek is. Maar het zou een vergissing zijn om lokale problemen te verwaarlozen, omdat ze niet pan-Europees genoeg zouden zijn. Wat Europa legitimiteit geeft, is het nut dat mensen eraan ontlenen. De een vindt het belangrijk dat hij overal kan werken, de ander hecht waarde aan het afschaffen van extra kosten bij grensoverschrijdend bellen, de bescherming van privacy of investeringen in infrastructuur.”

Om nuttig te zijn heeft Europa middelen nodig.

„En dat die krimpen is zonder meer zorgelijk: als gevolg van de eurocrisis heeft de Europese Commissie er zeer zware controletaken bij gekregen, zij moet nu waken over nationale begrotingen en de regie voeren over Europees economisch beleid. Nu wordt zij geacht diepgaande kennis te hebben van de economische situatie in 28 landen. Maar zij mag daarvoor geen extra mensen aannemen. Dat gaat wringen.”

De Europese Centrale Bank, die toezicht op grote Europese banken gaat houden, mag 1.000 mensen aantrekken, met het argument dat zij alleen zo geloofwaardig kan blijven. U bent dus gedoemd?

„Tot nu toe redden we het. Wat we aan economische versterking nodig hadden hebben we weggehaald bij de administratie elders of bij agentschappen. Zo’n exercitie kan best nuttig zijn, maar ik denk dat we een grens hebben bereikt. Parijs heeft net zoveel ambtenaren als de Europese Unie: 40.000. In de Verenigde Staten werken 800.000 mensen in de federale administratie, exclusief het Pentagon. De VS hebben 350 miljoen inwoners, wij hebben er 500 miljoen. Een veelgehoord klacht is dat Brussel steeds meer uitgeeft. Maar als je naar de cijfers kijkt zijn er maar twee landen waarvan de nationale begroting in de afgelopen tien jaar langzamer is gestegen dan de Europese: Zweden en Duitsland. In alle andere landen zijn de kosten sneller gestegen. Kosten rationaliseren is belangrijk. Maar we moeten niet overdrijven.”

Hoe verdedigt u een begroting die voor het grootste deel uit landbouw- en structuurfondsen bestaat, uit subsidies aan Oost-Europese lidstaten dus?

„Die fondsen behoren tot het krimpende deel van de begroting: ooit ging 80 procent naar landbouw, nu is dat eenderde. Het deel dat groeit – innovatie en onderzoek – is voor Oost-Europese lidstaten onbereikbaar, omdat hier niet per hectare of per hoofd van de bevolking wordt uitbetaald, maar op basis van kwaliteitscriteria. Het onderzoek moet excellent zijn. Dat is weer in het voordeel van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Scandinavische landen. Oost-Europese landen leggen hier juist op toe.”