Maffia in Nederland en elders

Is het plan van minister Opstelten (Justitie, VVD) om de aanstelling van de vaste politie-liaisonofficer in Rome in 2014 te laten verlopen „een geschenk aan de maffia”? Dat zeiden verontruste kenners van de ’ndrangheta in Italië, vorige week in deze krant.

In Italië bestaat de indruk dat de Nederlandse politie de rol van de maffia hier systematisch onderschat. Nederland zou nog onlangs ten onrechte maanden hebben gewacht met de arrestatie van een kopstuk van de maffia, uiteindelijk op 21 september in Nieuwegein. Dergelijke kritiek is uiteraard welkom, maar is van een afstand ook moeilijk te beoordelen.

Van eenzijdige terugtrekking uit Italië van de Nederlandse politie is in ieder geval geen sprake. Volgens de brief die het kabinet op 9 oktober zond, worden geleidelijk de taken van álle vaste liaisonofficers in de EU overgenomen door de Nederlandse desk bij Europol. Dat past bij een nauwere Europese samenwerking op justitiegebied. Een zekere centralisatie is daarbij onvermijdelijk en mogelijk ook doelmatig. Naar de mate waarin de maffia een Europees probleem wordt, dient ook de samenwerking te worden geïntegreerd en opgeschaald. Daarnaast organiseert Den Haag een netwerk van flexibele liaisonofficers die ‘themagericht’ werken en meerdere landen in hun portefeuille hebben.

Ook in die beslissing is de internationalisering van de georganiseerde misdaad verdisconteerd. Of deze bovennationale aanpak vruchtbaarder is dan de traditionele aanpak per lidstaat, zal moeten blijken. Maar een zekere logica kan er niet aan worden ontzegd.

Dat Nederland de ’ndrangheta hier onderschat, kan evenmin worden gesteld. Begin dit jaar publiceerde de Nationale Politie een onderzoek naar de aard, activiteiten en werkwijze op Nederlandse bodem van deze gesloten en gevaarlijke misdaadgroepering. Conclusie: er is hier „ten minste één vaste ’ndrangheta-cel met minstens twaalf ingewijde leden aanwezig, onder leiding van een hooggeplaatst lid”. Andere schattingen lopen uiteen van enkele tientallen tot ruim honderd, vooral in Amsterdam en omgeving.

Verontrustend is dat de Nederlandse politie tot op heden geen systematische registratie kent van criminelen van Italiaanse herkomst. Dat is wél een ernstige tekortkoming. De organisatie gebruikt ons land als schuilplaats, tevens als uitvalsbasis voor criminele activiteiten. En niet alleen Nederland. Behalve met andere Italiaanse en Nederlandse criminelen wordt vooral met Albanezen en Zuid-Amerikanen samengewerkt. De ’ndrangheta in Nederland is een ernstig probleem, dat de politie niet is ontgaan. De waarschuwing uit Rome is in ieder geval overgekomen.