Les Bleus nog minder geliefd dan de president

Kwakkelend Frankrijk strijdt vanavond tegen Oekraïne voor zijn laatste kans op plaatsing voor de eindronde, volgend jaar in Brazilië

De Franse aanvaller Olivier Giroud (r) vrijdag in duel met verdediger Jevgen Chatsjeridi van Oekraïne. Foto ProShots

Vier jaar terug was de hand van Thierry Henry ervoor nodig om Les Bleus te kwalificeren voor het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika. Na eerloos verlies tegen Oekraïne, afgelopen vrijdag, hoopt Frankrijk vanavond op een nieuw mirakel als het nationale voetbalelftal thuis in het Stade de France een allerlaatste kans heeft op plaatsing voor het WK volgend jaar in Brazilië.

Met 2-0 verloor de ploeg van Didier Deschamps vrijdag de eerste ronde van het beslissende treffen in de play-offs tegen de vooral in de tweede helft veel sterkere elf van Oekraïne. Na een eerste doelpunt van Roman Zozulya, even na rust, kwam er in blessuretijd nog een penalty overheen. De Franse Arsenal-verdediger Laurent Koscielny werd daarbij van het veld gestuurd.

Het was een „nachtmerriewedstrijd”, concludeerde Le Monde, waarbij de „middelmatige” Fransen (L’Équipe) niet alleen tegen het „meer gemotiveerde” Oekraïne, maar ook tegen zichzelf en de 70.000 wildenthousiaste thuissupporters streden. Frankrijk, dat in 2016 zelf het EK organiseert, is „overklast”, oordeelde Le Figaro.

„We moeten erin blijven geloven”, zei Deschamps. Maar zijn lichaamshouding verried dat hij de hoop zelf al had opgegeven. „We hebben geen goede uitgangspositie, maar we hebben nog negentig minuten de tijd om het tij te keren”, zei hij, voorovergebogen en met de blik op oneindig tijdens een persconferentie in Kiev.

Ook de Franse fans hebben er weinig vertrouwen in. Het nationale elftal rolt van schandaal naar schandaal sinds het gebrek aan eenheid bij het WK in 2010 met de nog nadreunende woordenwisseling tussen sterspeler Nicolas Anelka en toenmalig coach Raymond Domenech zo eloquent aan de oppervlakte kwam.

De ‘Staking van Knysna’, na enkele lamentabele wedstrijden, ligt nog vers in het geheugen. De weigering om toen te trainen werd afgekondigd na de verwijdering van Anelka, die Domenech een „vuile hoerenzoon” had genoemd die „zich in zijn kont kon laten neuken”. Domenech noemde zijn spelers later in zijn memoires „lui en arrogant”.

De belangrijkste leider van de revolte destijds, toenmalig aanvoerder Patrice Évra, tekende vorige maand voor een nieuwe rel toen hij voetbalanalisten van TF1 die het op het Franse team voorzien hadden de oorlog verklaarde. Zij zouden nog liever de voormalige minister Rama Yade – net als hij afkomstig uit Senegal – linksachter zien dan hem, zei hij.

Tijdens de wedstrijd van vrijdag reageerde Yade op Twitter gevat met de mededeling dat ze het waarschijnlijk inderdaad beter zou doen dan Évra. De verdediger van Manchester United was een van de zwakste schakels van het team, dat volgens diverse analisten nog steeds lui en arrogant is en niet voor volk en vaderland de handen uit de mouwen wil steken.

„Niemand houdt van hem”, zei analist Jean-Michel Larqué op Canal + over Évra. Frankrijk „speelt door Évra met tien man”, merkte analist Rolland Courbis, oud-trainer van onder meer Olympique Marseille, op bij nieuwszender BFMTV.

„We hebben spelers die individueel allemaal erg goed zijn, maar niet in staat blijken om in een collectief te werken”, oordeelde oud-voetballer Alain Boghossian, in 1998 lid van de ploeg die de wereldtitel behaalde, in een groot klaagverhaal over de Franse voetbalcrisis in Le Parisien. „Ze zijn helaas allemaal bezig met hun privéprojecten.” In de kwalificatieronde hebben ze „geen enkele keer laten zien het te kunnen”.

De zwanenzang van het nationale team lijkt intussen symbool te staan voor een breder vertrouwensprobleem in Frankrijk. De schrijver en cultuurpaus Bernard Pivot werd er zondag door het journaal van de publieke omroep bij gehaald om een verband te leggen tussen het gebrek aan steun voor president François Hollande, de kwakkelende economie en de malaise van Les Bleus.

Uit een peiling van Le Parisien bleek vorige maand dat 82 procent van de Fransen een „slecht oordeel” over het nationale team heeft. ‘Kampioenen van de impopulariteit’, kopte de krant. Zelfs Hollande, de minst populaire president sinds opiniebureaus met tellen begonnen, doet het iets beter. De spelers krijgen volgens de ondervraagden „te veel betaald” ( 86 procent) en zijn „individualistisch” (84 procent) en „ongemanierd” (73 procent).

Arsenal-aanvaller Olivier Giroud heeft zich opgeworpen als moreel geweten van de Franse ploeg. „We zijn klaar om te sterven op het slagveld”, zei hij gisteren. „We zijn het verplicht aan onszelf, aan iedereen die van ons houdt en ons steunt: de 64 miljoen Fransen, de familie, mijn naasten... Ik wil geschiedenis schrijven.” Dat is taal waar de trotse Fransen van houden. Maar het is wellicht wat laat.