Voorlopige overeenstemming KPN over schikking KPNQwest

Foto ANP / Koen van Weel

KPN heeft voorlopige overeenstemming bereikt met de curatoren van de failliete glasvezeldochter KPNQwest. Het telecombedrijf is bereid om vijftig miljoen euro bij te dragen aan de financiële afwikkeling van het faillissement uit 2002. Dat meldt KPN vanochtend in een persbericht.

Als er inderdaad een schikking bereikt wordt, komt er een einde aan een jarenlange rechtszaak. De curatoren voeren sinds 2010 een rechtszaak over het faillissement tegen KPN, Qwest, dat is overgenomen door Centurylink, en een aantal voormalige topmensen van KPNQwest. Volgens de curatoren is sprake geweest van onbehoorlijk bestuur bij het glasvezelbedrijf. KPN wordt daar, als een van de aandeelhouders, voor aansprakelijk gesteld.

De curatoren dienden een miljardenclaim in wegens uitstaande schulden (eerst 4,2 miljard, later teruggebracht 2,2 miljard euro). Ook de huidige KPN-topman Eelco Blok werd gedaagd. De schikking die nu op tafel ligt bedraagt in totaal 260 miljoen euro, waaraan KPN zelf dus vijftig miljoen zou bijdragen. Century Link zou 176 miljoen euro betalen en de rest komt van verzekeraars. Als de deal doorgaat, beëindigen de curatoren de rechterlijke procedure. KPN zal dan ook afzien van claims. De schikking is nog afhankelijk van onder meer de handtekening van de rechter-commissaris. Eerder schikte KPN al met beleggersvereniging VEB voor veertien miljoen euro.

‘KPNQwest sjoemelde met cijfers

KPNQwest, waar telecombedrijf KPN en het Amerikaanse Qwest hun glasvezelactiviteiten sinds 1998 in onderbrachten, legde 25.000 kilometer kabels in achttien landen en verkocht capaciteit aan derden, voornamelijk aan de eigen moederbedrijven. In 1999 ging het bedrijf naar de beurs. Het viel in 2002 om en liet een miljardenschuld na. Volgens de curatoren werd er gesjoemeld met de cijfers voor de beursgang in 1999, zo verklaarde curator Marcel Windt eerder:

“De prijzen kelderden met 40 tot 80 procent, maar de omzet werd kunstmatig hoog gehouden door op het einde van het kwartaal een paar grote transacties te doen.”

Daarbij werd de omzet van de totale contractlooptijd, bijvoorbeeld twintig jaar, meegerekend. In feite zou slechts een fractie van dat bedrag meegeteld mogen worden, aldus Windt. “De inkomsten waren maar de helft van wat werd gerapporteerd.” Uit mailwisselingen zou blijken dat er gezocht werd naar nep-omzet om elk kwartaal de cijfers op te krikken.