Kom op voor gevangen schrijver

Wereldwijd worden schrijvers vastgezet, klagen bij regimes helpt, ervaren René Appel en Manon Uphoff.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

In Nederland ontstond recentelijk enige opschudding: in de zaak A.F.Th. van der Heijden vs. Peter Koelewijn werd eerstgenoemde gedaagd, omdat hij in zijn roman De helleveeg zou hebben gesuggereerd dat de moeder van Koelewijn er ooit een abortuspraktijk op na zou hebben gehouden. Jongstleden vrijdag deed de rechter uitspraak: Koelewijn was de verliezende partij en de rechter wees al zijn eisen af. Je zou kunnen zeggen dat de literatuur zegevierde. Als in sommige andere landen een auteur voor de rechter moet verschijnen, is dat helaas vaak om heel wat ernstiger redenen en in veel gevallen ook met veel ingrijpender consequenties, waardoor schrijvers (en daarmee de literatuur) zwaar worden gedupeerd.

Vietnam is een voorbeeld van zo’n land. Het wordt een steeds populairder vakantiebestemming voor Westerse toeristen, maar kent bepaald niet de vrijheid van meningsuiting waar we in het Westen prat op gaan. Tientallen schrijvers, journalisten en mensenrechtenactivisten worden jarenlang opgesloten onder vaak mensonterende omstandigheden omdat ze hun opvattingen over het (nog altijd communistische) regime niet voor zich houden.

Zo werd Ngûyen Huu Câu, dichter en liedjesschrijver, in 1982 gearresteerd door de Politie van Openbare Veiligheid vanwege een boek met zogenaamd belastende liedjes en gedichten. Achterop enkele pagina’s van het oorspronkelijke manuscript zou de schrijver twee hoge legerofficieren hebben beschuldigd van corruptie en omkoperij. Op 23 mei 1983 werd hij ter dood veroordeeld, waarbij de betreffende pagina’s van het manuscript niet als bewijsstuk dienden, zogenaamd om de twee officieren te beschermen.

De moeder van Huu Câu ging in beroep, waarna de doodstraf werd omgezet in levenslange gevangenisstraf. Hij werd gedetineerd in een concentratiekamp ver van de bewoonde wereld, waar hij al jaren verblijft onder erbarmelijke omstandigheden. Zijn dochter krijgt slechts beperkte toestemming voor bezoek. Hij is zo goed als blind en doof en lijdt aan een ernstige hartkwaal, maar medische behandeling wordt nauwelijks toegestaan.

Een land dat nog niet hoog scoort op de toeristische index, maar voor het Westen wel belangrijk is als olieproducent, is Kazachstan. Daar zitten verschillende schrijvers vast omdat ze het hebben gewaagd kritiek uit te oefenen op het regime van president Noersoeltan Nazarbayev, die al 23 jaar aan de macht is. Veelzeggend genoeg werd hij in 2011 herkozen met ongeveer 95 procent van de stemmen. Om dat krankzinnig hoge percentage te bereiken, is het natuurlijk wel nodig om oppositionele stemmen tot zwijgen te brengen. Dat gebeurt onder meer door dissidenten te laten opsluiten.

Een van die gedetineerden is de dichter en schrijver Aron Atabek, die in 2007 tot achttien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld omdat hij een massaal oproer zou hebben georganiseerd.Hij had echter alleen met sympathie geschreven over mensen die in opstand kwamen tegen de sloop van hun volkswijk. Het ging verder dan alleen gevangenisstraf. Hij had namelijk opnieuw de regering getart door uit de gevangenis een manuscript met kritische stukken over het bewind van Nazarbayev te laten smokkelen. Dat heeft hij ernstig moeten bezuren. Hij werd overgebracht naar een gevangenis met extra streng regime, meer dan 1.500 kilometer van zijn familie. Hij brengt zijn tijd door in eenzame opsluiting, wat door de VN als marteling wordt beschouwd. Medische verzorging wordt hem onthouden, pen en papier krijgt hij niet en hij wordt één keer per dag gelucht, waarbij het hem verboden is met medegevangenen te praten. Dit zijn ‘zomaar’ twee gevallen van enkele honderden die worden gevolgd door PEN International, de organisatie van schrijvers die opkomt voor het vrije woord en collega’s steunt die lijden onder censuur, vervolging of gevangenzetting. De invloed is niet goed in te schatten, maar in een enkel geval worden schrijvers vervroegd vrijgelaten na PEN-acties of wordt het detentieregime versoepeld als de aandacht van ‘de vrije wereld’ zich richt op kwalijke gevangenispraktijken. Voor de schrijvers is het in ieder geval een belangrijke morele steun. Over de hele wereld, van Venezuela tot Vietnam en van Nigeria tot Wit-Rusland, zijn er helaas nog veel misstanden als het gaat om de vrijheid van meningsuiting. 15 november is uitgeroepen tot De Dag van de Gevangen Schrijver. Daar kunnen we mooie gedachten aan wijden, maar belangrijker is wat PEN probeert te doen: situaties aan de kaak stellen waarin het recht op vrije woord en het recht op tegenspraak met voeten worden getreden en de schrijvers steunen die daar het slachtoffer van worden.

De manier waarop in Nederland een zaak als die tussen A.F.Th. van der Heijden en Peter Koelewijn wordt behandeld, kan gezien worden als een grote luxe, een verworvenheid, die we schrijvers in landen als Vietnam, Turkije, Kazachstan, China, enz. enz. ook graag zouden gunnen.