In de OK moet iedereen zich vrij voelen om te spreken

De machocultuur onder chirurgen verandert. Dat gaat traag, zegt Johan Lange, maar is noodzakelijk. Want in de operatiekamer moeten fouten altijd bespreekbaar zijn.

Johan Lange is er even stil van. Is het aantal vermijdbare sterftes in ziekenhuizen in vier jaar tijd gehalveerd? Nog maar 970 patiënten die overleden ten gevolge van een medische fout in 2012? „Dat is bijna niet te geloven.” Hij is chirurg en hoogleraar in het Erasmus MC en ijvert al jaren voor cultuurverandering in ziekenhuizen om medische fouten bespreekbaar te maken. „Dat is de enige manier om ze te vermijden.”

Feit is dat de helft van de vermijdbare fouten in de operatiekamer worden gemaakt en dus voor rekening komen van chirurgen en hun team. En dat de 970 doden waarschijnlijk maar het topje van de ijsberg zijn. „Internationaal is men het erover eens dat de helft van de medische fouten niet wordt getraceerd. Maar goed, dat gold dus ook voor de 1.960 vermijdbare sterftes die in 2008 geregistreerd werden. En dus is er wel een halvering. Prachtig.”

Alles draait om de hiërarchische structuur op een ziekenhuisafdeling, zegt Lange (60). Verpleegkundigen, assistenten, artsen-in-opleiding moeten de medisch specialist durven aanspreken als ze zien dat er iets niet goed gaat. „Ze moeten zich vrij voelen om te zeggen: U bent al bij stap vijf, terwijl we stap vier nog niet hebben gezet.” Of om te zeggen dat ze zelf iets verkeerd hebben gedaan: een verkeerd medicijn hebben toegediend of juist een medicijn zijn vergeten. Het beste voorbeeld van de angst voor een hoger geplaatste medicus komt uit Engeland: „Een assistent stond erbij terwijl de chirurg de verkeerde nier uit het lichaam haalde. Ze wist dat het de verkeerde was, zei ze later, maar ze had dat tijdens de operatie niet durven zeggen.”

Zelf heeft Lange meegemaakt dat hij wél werd gewezen op een fout, nog geen drie jaar geleden, tijdens een darmoperatie. „We haalden de tumor weg, en maakten de darm weer aan elkaar vast tot een buis. Daarvoor gebruik je omliggend vet en dáár komen dan gaten in. Die gaten moet je weer vullen voordat je de buik sluit omdat anders een stuk darm erin kan komen en afgekneld raakt. Ik was één zo’n gat vergeten te dichten. De assistent – een ervaren zuster – zei discreet: professor, u heeft er vast goede redenen voor maar waarom laat u dat gat open?’ Ik was blij! Ze behoedde de patiënt, en mij, voor een complicatie.”

Lange schetst een „haast militaire structuur” op een ziekenhuisafdeling: de professor en arts (hij), de medisch specialist, de assistent-in-opleiding, de co-assistent, de verpleegkundige. „De één is afhankelijk van de ander. Als je carrière wilt maken, of wilt promoveren, durf je je opleider misschien niet kritisch aan te spreken. Dat moet wel.” Elke fout, zegt Lange, moet ook achteraf door het team geanalyseerd worden.

Tijdens de opleiding van artsen én verpleegkundigen wordt sinds een paar jaar aandacht besteed aan het bespreken en voorkomen van fouten. Lange: „De cultuur verandert, maar wel langzaam. Dat er steeds meer vrouwelijke artsen zijn, is goed in dat opzicht. In de chirurgie bestond voorheen een machocultuur en misschien ook wel bij andere specialismen. Natuurlijk is er nog wel een functionele hiërarchie: ik ben opgeleid om de darm open te snijden, de assistent of verpleegkundige kunnen dat niet even van me overnemen. Maar er moet verder op de werkvloer geen traditionele hiërarchie zijn: iedereen moet zich vrij voelen om te spreken. Want iedereen maakt fouten. Je moet je feilbaarheid erkennen, én die van je collega’s, en dat moet je leren tijdens de opleiding.”

Uit onderzoek blijkt dat zestig procent van de medische fouten voortkomt uit menselijk falen. „Niet bewuste fouten of nalatigheid maar gewoon: iets vergeten, afgeleid zijn, moe. We hebben crosschecks ingebouwd, sinds 2010, om te voorkomen dat we iets vergeten.” Twintig procent van de fouten komt doordat apparatuur kapot gaat. En nog eens twintig procent wordt veroorzaakt door organisatorische problemen: de dokter heeft een zak bloed besteld die niet aankomt.

Een aantal jaren geleden maakte Lange een fout die echt gevolgen had: hij sneed per ongeluk een zenuw te veel door in de hand van een vrouw. Pas dagen daarna merkte hij, aan haar, dat ze er last van had. Later bleek dat ze daardoor één functie in haar hand kwijt was. „Ik heb mijn excuses aangeboden en zij vroeg me erover te publiceren zodat anderen ervan leerden.” Het was het begin van zijn missie om fouten te reduceren.

De meeste chirurgen (er zijn er 1.100) willen cultuurverandering. Gisteren meldde de beroepsvereniging dat 82 procent van de chirurgen constateert dat ze 20 procent minder fouten maken, sinds ze een verplichte checklist gebruiken voor de operatie. ‘Bent u allergisch? Welke medicijnen neemt u? Moeten we uw linker of uw rechterbeen hebben?

Lange: „Er is veel onzekerheid in ons vak. We proberen nu teams te creëren waarin iedereen zich veilig voelt. Dan voelen mensen zich niet aangevallen als er kritische vragen worden gesteld.”