‘Ik ben niet racistisch, mensen zijn gewoon overgevoelig’

Hij werd verguisd na zijn transfer naar Talpa, kwam terug bij RTL en maakt nu ‘Koning Voetbal’.

Foto Nick van Ormond

Hij droomt ervan om nog eens een kinderboek voor twaalfjarigen te schrijven. In zijn onderwijstijd, vóór het cabaret en de tv, vertelde hij zijn groep acht altijd verhalen. Maar voorlopig komt het er niet van: sinds gisteren presenteert Jack Spijkerman (65) de quiz Koning Voetbal bij RTL7.

U ging toch met pensioen?

„Eigenlijk wilde ik stiekempjes achter de schermen te verdwijnen. Mijn contract liep na acht jaar af en ik was blij dat ik niet hoefde te stoppen op een dieptepunt. Maar toen kwam de vraag voor een quiz over voetbal. Dat kan ik niet weigeren.”

Vreest u voor de ontvangst van het programma?

„Ik ben niet bang voor een mislukking. De reacties die ik in mijn Talpatijd kreeg waren niet leuk, maar dat hangt niet meer zo aan me. Al zal er altijd een groep blijven voor wie ik het nooit goed kan doen. Het wordt wel spannend, eerdere pogingen om een voetbalquiz op televisie te brengen zijn niet geslaagd. Maar met Johnny de Mol en Viggo Waas kun je ongelooflijk lachen. En er doen voetballers mee, die zijn bloedfanatiek. Tot valsspelen aan toe. Het moet wel goed komen.”

Een test: welke Nederlandse speler maakte zijn debuut als international op een WK?

„Ik weet het niet. Tscheu la Ling?”

Het was Dick Schoenaker, in 1978.

„Zie je wel, ik weet niet zo veel. De jongens van Infostrada maken de quizvragen. Zij weten alles. Welke drie spelers er op het EK 88 wél een snor hadden maar niet werden opgesteld. Prachtig.”

Vorige week noemde u Humerto Tan ‘donker en nog dom ook’, toen hij de vraag niet wist.

„Ja, dat werd in ‘De tv draait door’ van DWDD vervelend geknipt. Hij had daarvoor gezegd: ‘zit je hier aan tafel met een donker iemand, twee homo’s en een lesbienne. Jij bent de enige normale.’ Daar verwees ik naar. Humberto en ik hebben na afloop uitermate gezellig aan de drank gezeten.”

Hij leek het niet erg leuk te vinden.

„Ik ben niet racistisch. Maar mensen zijn tegenwoordig overgevoelig. Ik vind: je moet overal grappen over kunnen maken, mits de grens van het fatsoen niet wordt overschreden. En die grens zit in het hoofd van de grappenmaker.”

Janna Laeven