Hij maakt breiende oma’s hip

Twee jaar geleden begon Niek van Hengel het project Granny’s Finest met twintig breiende oma’s. Nu zijn het er 162 en de eerste opa’s hebben zich aangesloten.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

verslaggever

Knotten wol liggen verspreid door de winkel van Granny’s Finest in hartje Rotterdam. Aan een grote tafel zitten zo’n vijftien oudere vrouwen en één man druk te breien en te keuvelen. Ze leveren goed werk. De winkel is winterklaar: de rekken in de kledingzaak liggen vol met sjaals, mutsen en wanten.

Bij ieder breiwerk schrijven de oma’s een kleine boodschap voor de koper. ‘Met liefde gebreid. Ria Reijntjes’, staat op een briefje bij een colsjaal. En: ‘Met deze haarband heb je geen last van koude oren. Janny de Lijster.’

Er is veel sympathie voor het concept van Granny’s Finest. Door de oma’s wekelijks samen te laten breien wordt eenzaamheid onder ouderen tegengegaan, tegelijkertijd zorgen zij voor kleding die op ambachtelijke wijze is gemaakt. Granny’s Finest is een zogeheten social enterprise: een sociale onderneming waar het niet draait om winst, maar om maatschappelijk succes.

‘Gezocht: oma’s met breiambitie’, staat op een bord in de winkel, die gevestigd is aan de chique Karel Doormanstraat. Studiemaatjes Niek van Hengel (28) en Jip Pulles (32) begonnen het project twee jaar geleden. Van Hengel – die met het idee kwam – kijkt trots naar de breiende oma’s. De oudste oma is 97 jaar, ze komt iedere week met haar vier jaar jongere zus.

Het verhaal van Granny’s Finest is niet nieuw. Toen het project in het najaar van 2011 begon schreven diverse kranten erover. Maar het bleef niet bij een buzz, het succes zette door. Granny’s Finest groeide van 20 breiende oma’s twee jaar geleden naar 162 nu. Inmiddels hebben zich ook twee opa’s aangesloten, Leo en Hans.

Sociaal ondernemen is in opkomst in Nederland. Wel is het nog onontgonnen terrein, blijkt uit een begin deze maand verschenen rapport. „Sociale ondernemers moeten nog veelal op de tast werken”, stond in het rapport.

Niek van Hengel weet er alles van. Hij is samen met zijn compagnon Pulles een pionier op het gebied van sociaal ondernemen. Ze werken vooral samen met zorginstellingen. Hun merk groeit nog iedere dag. Granny’s Finest heeft inmiddels negen breiclubs door het land: naast zes locaties in Rotterdam zijn er vestigingen in Schiedam, Scheveningen en Utrecht. De twee ondernemers geven wekelijks presentaties bij onderwijsinstellingen en bedrijven over het project. Onder meer Wehkamp heeft hun producten in het assortiment.

Granny’s Finest kan de vraag nauwelijks aan. „We verkopen alles dat we maken”, zegt Van Hengel. De onderneming is nog grotendeels afhankelijk van subsidies. Dit jaar wordt waarschijnlijk een omzet gehaald van zo’n 100.000 euro, waarvan 75 procent uit subsidies komt.

Wat is de gedachte achter het idee?

„Eenzaamheid onder ouderen tegengaan. Het is niet zo dat we vragen: voelt u zich nog altijd eenzaam? Dat is de vinger op de zere plek leggen. We brengen mensen samen, er ontstaan vriendschappen, ze gaan op elkaar letten. Het zijn vooral gezellige middagen: een kop koffie met wat lekkers erbij, breien en praten over waarmee je bezig bent.”

Wat hebben de oma’s eraan, behalve gezelligheid?

„We zorgen ervoor dat ze wat langer leven. Doordat mensen een doel hebben, houden ze levensplezier. Je blijft actief. Het creëert een actieve houding. Dat is een kern van succesvol ouder worden: betrokken blijven. Ouderen vinden het helemaal niet zo vervelend om nog iets te doen. Er zijn oma’s die vragen: geef me meer werk, anders kom ik de week niet door. Ze krijgen niet betaald. We organiseren activiteiten, zoals bezoek aan musea en mode-evenementen.”

Jullie zetten je in de markt als een modemerk. Eigenlijk maak je de breiende oma’s hip.

„Dat klopt. We brengen ieder jaar een magazine uit, met veel aandacht voor fashion. We proberen een soort lifestyle te creëren. Als er over ouderen wordt gesproken, gaat het vaak over zorg en dat het allemaal zo duur is. Ze worden een beetje in een hoekje gestopt, wat onterecht is. Dit laat een hele andere kant zien van ouderdom. Wij gaan uit van de kracht van ouderen, in plaats van de gebreken te onderstrepen.”

Waarom koppelen jullie een commercieel product aan een maatschappelijk probleem als eenzaamheid?

„Zo kunnen we de activiteiten die we organiseren voor de ouderen bekostigen. Het commerciële en sociale is met elkaar verweven: als er meer oma’s komen, kunnen we meer producten verkopen, en kunnen we meer wol kopen en meer breiclubjes beginnen. Winst is een middel om een groter doel te bereiken: het creëren van welzijn en zorgen dat mensen niet eenzaam zijn. En het maken van een tof merk.”

Een merk is ook een beleving. Wat doet het product met de oma’s?

„De winkel zit aan de Karel Doormanstraat, dat is de PC Hooftstraat van Rotterdam. Het is nu een klein beetje vervallen, maar de ouderen weten nog dat het vroeger een heel mooie straat was. Ze zeggen nu: we hebben een zaak aan de ‘Karel Doorman’. Dat is voor de Rotterdamse dames heel belangrijk, dat het lokaal gemaakt en verkocht wordt, in een mooie zaak. In Den Haag is dat vergelijkbaar: we hebben daar geen eigen zaak, maar onze spullen worden in een winkel aan de Frederik Hendriklaan verkocht.”

Past dit ook in een tijd waarin we beter nadenken over waar onze producten vandaan komen, dus dat we niet zomaar meer een trui kopen die gemaakt is in een fabriek in China of Bangladesh?

„Absoluut. Je kan bij ons altijd de winkel binnenlopen en koffie drinken, die transparantie is voor ons belangrijk. Er is steeds meer aandacht voor het ambacht, de kwaliteit en lokaal ondernemerschap. Dat is een goede tegenbeweging van de industriële revolutie. En het zal zich doorzetten, er zijn steeds meer mensen die eerlijke producten willen kopen.”

Hoe wordt er gereageerd als je in het café vertelt over Granny’s Finest? Dit lijkt me een verhaal waar je mee scoort.

(lachend) „Er wordt altijd gevraagd: hoe is het met de oma’s? Het is natuurlijk redelijk out of the box. De meeste van mijn vrienden werken bij de grote bedrijven, wat ook prima is. Daar zou ik zelf in eerste instantie ook voor gaan, tot dit op mijn pad kwam. Voor het geld moet ik het niet doen, als ik rijk wil worden moet ik ergens anders gaan werken.”

Wat wil je nog bereiken?

„We willen het project groot maken en niet meer afhankelijk zijn van subsidies. Het doel is om over drie jaar in de twintig grootste steden van Nederland te zitten met breiclubjes en verkooppunten.”