Hema

In gedachten verzonken loop ik door een drukke winkelstraat. Plots word ik aangesproken door een schuchtere jongen: „Mag ik wat vragen?” „Natuurlijk mag dat”, zeg ik. Waarop hij vraagt: „Weet je wel zeker dat je naar de Hema mag?” Verschrikt kijk ik op. „Hoe weet jij dat ik onderweg ben naar de Hema?” De jongen

In gedachten verzonken loop ik door een drukke winkelstraat. Plots word ik aangesproken door een schuchtere jongen: „Mag ik wat vragen?”

„Natuurlijk mag dat”, zeg ik.

Waarop hij vraagt: „Weet je wel zeker dat je naar de Hema mag?” Verschrikt kijk ik op. „Hoe weet jij dat ik onderweg ben naar de Hema?”

De jongen kijkt mij aan met een blik alsof hij water heeft zien branden. „Of je wel zeker weet dat je naar de hemel mag”, herhaalt hij.

Ik twijfelde al of de hemelpoorten voor mij zouden opengaan, nu weet ik zeker dat ze gesloten blijven.

Mick van den Berg