Gurlitt erfde kunst, maar ook grote verantwoordelijkheid

Het is anderhalf jaar geleden dat in München de kunstcollectie is opgehaald die lag opgeslagen in het appartement van Cornelius Gurlitt (80). Hij had de 1.406 werken, schilderijen en tekeningen van onder meer grote moderne kunstenaars geërfd en nooit als zodanig opgegeven om er belasting over te betalen. Dat kon hij niet, want hij erfde met de schilderijen het idee dat hij ze geheim moest houden. Zijn moeder verklaarde na de dood van zijn vader dat de complete collectie in vlammen was opgegaan bij het bombardement van Dresden. Dat geheim is doorbroken, sinds Gurlitt de argwaan wekte van de douane doordat hij een aanzienlijk bedrag bij zich had – de opbrengst van een verkocht schilderij.

Inmiddels is een aantal werken bekendgemaakt. Erfgenamen, van Joodse voormalige eigenaren, die denken werk te herkennen, hebben zich al gemeld en vragen onderzoek en teruggave.

Vader Hildebrand Gurlitt (1895-1956) was een van de slechts vier kunsthandelaars aan wie het naziregime toestond te handelen in ‘ontaarde kunst’. Hij heeft veel kunst gered, zegt zoon Cornelius, en daar zit wat in. Maar die redding resulteerde ook in een enorme collectie voor Gurlitt, deels verworven uit Joods bezit onder de paraplu van het naziregime. Dat wil zeggen onder omstandigheden die hem als koper onbehoorlijk in de kaart speelden. Ook een kluizenaar als Cornelius weet dat de verkopende partij destijds virulent werd vervolgd. Joden waren chantabel. Los daarvan dreigde de brandstapel voor deze kunst.

Nu was Gurlitts geheim een bekend geheim. Zijn vader werkte mee aan exposities. Hijzelf verkocht als hij geld nodig had een stuk aan een galerie, het laatst een werk van Max Beckmann voor een aanzienlijk bedrag. De oorspronkelijke Joodse eigenaars werden afgekocht met een deel van de opbrengst. Oftewel, zowel Gurlitt als de kunstwereld wist dat er iets stonk. Maar niemand deed iets.

Ook de Duitse staat niet. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken vroeg laatst om transparantie, maar de rijen sluiten zich daar nu, lijkt het. De zaak is verjaard, de collectie is een privézaak, juridisch zou er weinig aanleiding zijn voor inbeslagname.

Cornelius Gurlitt zorgde niet voor de kunst, hij sloeg het op. Hij loog dat hij, op één schilderij na, niets bezat. Nu poseert hij als trieste oude eenzame man. Ik wil rustig met mijn kunst leven, zei hij in een interview. Dat kan hij vergeten. Hou oud hij ook wordt, hij zal nooit meer rustig met zijn kunst leven. Musea die vermoeden dat ze roofkunst in bezit hebben laten dat onderzoeken. Ze restitueren het, ook als ze het in goed vertrouwen hebben verworven. Dat mag ook van Gurlitt worden verwacht. Zo niet juridisch dan wel met een beroep op fatsoen en moraal.