Er zijn meer smaakjes in de onderhandelingen

Momenteel wordt weer gepraat over een klimaatverdrag Alle landen hebben verschillende belangen Volgens ex-onderhandelaar Maas Goote moeten we dan ook af van één algemene oplossing

Verslaggever

De zure regen neemt af, het gat in de ozonlaag wordt gedicht, verontreinigende organische stoffen zijn aan banden gelegd. Maar de wereld slaagt er maar niet in om de uitstoot van broeikasgassen, die bijdragen aan de opwarming van de aarde, terug te dringen. Al ruim twee decennia wordt ten minste één keer per jaar onderhandeld over hoe klimaatverandering moet worden voorkomen. Dit jaar is het klimaatcircus, zoals het vaak oneerbiedig wordt genoemd, in Warschau neergestreken.

Op de grote ‘Earth Summit’ (1992) werd de noodzaak om iets tegen klimaatverandering te doen erkend. In Kyoto (1997) werd men het eens over een ‘protocol’ met verplichtingen voor rijke landen. In Kopenhagen (2009) werd een volgens velen vrijblijvend ‘akkoord’ gesloten en in Parijs (2015) wacht de ondertekening van een nieuw verdrag – als het lukt. Maar tot een afname van broeikasgassen hebben al die afspraken niet geleid.

Ex-klimaatonderhandelaar Maas Goote begrijpt wel waarom het zo moeilijk is. „Broeikasgassen zijn verweven met alles wat we doen. Met energie, consumptie, wonen, eten. Dat gaat diep. Zelfs het krijgen van een kind draagt, als je het zo wilt zeggen, bij aan het klimaatprobleem.”

„En het gaat natuurlijk over grote belangen. En om veel geld. We willen toe naar een wereld waarin olie een ondergeschikte rol speelt, ten gunste van duurzame energie – zeg dat maar eens tegen een Saoedische prins.”

Goote was onderhandelingsleider voor Nederland en tussen 2008 en 2010 ‘uitgeleend’ aan de Europese Unie als hoofdonderhandelaar. Op de beruchte top in Kopenhagen zag hij president Obama, bondskanselier Merkel, de Braziliaanse president Lula, premier Singh van India en andere staats- en regeringsleiders samen aan de slotverklaring sleutelen.

Het heeft niet geholpen, er is geen stevig akkoord gekomen.

„Kopenhagen is de meest onbegrepen klimaatconferentie van allemaal. Ik beschouw het nog steeds als een ongelooflijk succesvolle stap. Maar de verwachtingen waren veel te hoog gespannen. Ik heb vooraf steeds gezegd: er komt een deal, maar die big bang, dat grote akkoord waar alles in zou zitten, was volkomen irreëel.”

En toch noemt u het een succes.

„Het bijzondere van Kopenhagen was dat regeringsleiders zelf de pen ter hand namen en, ondanks fundamentele tegenstellingen, tot een akkoord kwamen. Het was een historisch moment van overeenstemming tussen de politieke blokken.”

Is het resultaat niet te vrijblijvend?

„Een tekst is niet effectief alleen omdat die bindend is. Ik heb liever een effectief arrangement waarvan ik weet dat de Chinezen en Amerikanen ook meedoen – die zijn samen goed voor meer dan de helft van de wereldwijde broeikasuitstoot. Juridisch bindend zijn is geen doel op zichzelf, maar hooguit een middel. Ik kan je nu al op een briefje geven: als er straks in Parijs een prachtig bindend verdrag ligt, zal dat sneuvelen in de Amerikaanse Senaat, die dat nooit zal ratificeren, wat er ook in staat. Waarom zou je dan als een dolleman proberen tot een bindend verdrag te komen?”

Dat klinkt niet erg hoopgevend.

„Er zitten weeffouten in de onderhandelingen. We voeren steeds dezelfde onderhandelingen. Waarom zou er dan over twee jaar ineens wél een allesomvattend akkoord liggen? Einstein zei het al: ‘Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results’.”

Wat betekent dat voor de klimaattop in Parijs in 2015?

„Er zal de komende tijd niet fundamenteel uit een ander vaatje worden getapt. Dus wordt alles weer op één hoop gegooid om daarna te zeggen: deze reductie moet je halen, dat mag je niet doen, dit moet je betalen. Zo maak je zo’n groot vraagstuk heel lastig om aan te pakken. Ik verwacht in Parijs dan ook geen grote doorbraken.

„En aan het eind wordt dan weer gezegd dat de VS hun verplichtingen ontlopen, dat China geen verantwoordelijkheid wil nemen en dat de EU meer had kunnen doen.”

Wat moet er dan gebeuren?

„We moeten af van het idee dat er maar één smaak is in de onderhandelingen: alleen een algemene reductie van CO2-emissies per land. We kunnen beter een gereedschapskist ontwerpen met meer oplossingen. Waarin ruimte is voor de belofte van China om de ‘koolstofintensiteit’ van zijn industrie te verlagen, voor de cementsector om met eigen voorstellen te komen, voor een arm land als Bangladesh om een bijdrage te leveren, bijvoorbeeld door zijn delta weerbaarder te maken tegen zeespiegelstijging, voor initiatieven van steden.”

Waarom lukt dat niet?

„Landen hebben allemaal verschillende belangen. Er zitten onderhandelaars tussen die niet op zoek zijn naar oplossingen. Maar we moeten ons wel realiseren dat de relevantie van klimaatovereenkomsten worden ondermijnd als we keer op keer akkoorden sluiten met dezelfde fouten.”