De krappe marges van het asielbeleid

Eigenlijk zijn asielzoekers in Nederland nooit heel welkom geweest

Pim Fortuyn of de PVV van Geert Wilders waren in 1987 nog nergens te bekennen, vertelt Eduard Nazarski. Evengoed zag hij angst in de ogen van de bewoners van Stevensbeek. Het Brabantse dorp zou honderden vluchtelingen uit Somalië, Eritrea en Irak opvangen. „Die mensen waren echt bang dat hun dorp hun dorp niet zou blijven. De beelden van een huilende vrouw uit het dorp haalden het journaal.”

Eduard Nazarski is directeur van Amnesty International Nederland en al sinds de jaren 80 betrokken bij het Nederlandse asielbeleid. Angst in de maatschappij over asielzoekers is volgens hem niet veroorzaakt door populistische partijen. „Zij vertolken eerder het ongemak dan dat ze het aanjagen. Not in my backyard gaat vaak boven solidariteit. Ik zie niet veel verschil tussen toen en nu.”

De woorden uit het politieke debat zijn ook niet veel veranderd. Een terughoudend asielbeleid is geen uitvinding van dit kabinet of verantwoordelijk staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD). In april 1987 zei Ad Melkert als Tweede Kamerlid voor de PvdA dat zijn partij zich „gebonden acht aan een restrictief toelatingsbeleid voor vreemdelingen”. En ook toen al benoemde Melkert het probleem dat asielzoekers soms met een smoes naar Nederland komen – niet omdat zij in nood zijn in hun eigen land, maar omdat ze hopen op een beter bestaan hier.

Mede om ‘gelukzoekers’ te weren voert kabinet na kabinet een „streng en rechtvaardig” asielbeleid, in de woorden van Teeven. Onder staatssecretaris Kosto (1991) heette dat „sober doch humaan”. Vooral in retoriek, zegt hoogleraar rechtssociologie Ashley Terlouw, „stralen bewindsperso nen het liefste uit dat ze heus héél weinig mensen toelaten”. „Niet één zal er zeggen: iedereen in nood is welkom, kom allemaal maar hierheen.”

Toch verandert er de laatste maanden iets in de opvang en behandeling van asielzoekers. Jan-Kees Goet, directeur van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers kondigde onlangs aan dat asielzoekers wat hem betreft niet meer op de rand van het bed hoeven blijven zitten, maar vrijwilligerswerk mogen doen. Eerder dit jaar was er de zelfmoord van de ten onrechte opgesloten Russische asielzoeker Dolmatov. De fouten van de overheid hebben politici ervan bewust gemaakt hoe Nederland met vreemdelingen omgaat, ziet Ashley Terlouw. „Daar is íéts gebeurd.” Teeven besloot het aantal mensen in vreemdelingendetentie terug te brengen, en mensen die wel in detentie zitten, krijgen meer vrijheid.

Juridische uitspraken hebben een nog groter corrigerend effect dan een incident als met Dolmatov. Zo haalden rechters het besluit onderuit dat gemeenten vanaf 2007 verbood uitgeprocedeerde asielzoekers op te vangen. Het kabinet achtte zulke opvang, vanwege het generaal pardon dat 26.000 mensen van een verblijfsvergunning zou voorzien, niet meer nodig. Rechters bepaalden kort daarna dat sommige groepen mensen wel recht op opvang hebben, zoals kinderen met hun ouders. Nu voorziet de staat weer in opvang voor uitgeprocedeerde gezinnen.

Nog niet duidelijk is hoe de politiek omgaat met de recente uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten dat uitgeprocedeerde asielzoekers recht hebben op basisvoorzieningen als onderdak, kleding en voedsel. Teeven reageerde terughoudend. Maar, zegt CDA’er Eddy van Hijum, in de brief die de staatssecretaris gisteren aan de Tweede Kamer stuurde, is al wat beweging te zien.

Teeven schrijft daarin dat asielzoekers die nu een bezwaar- of beroepsprocedure voeren over hun verblijfsvergunning, recht krijgen op opvang als daar medische reden toe is. Hij schrapt voorwaarden die „voorkomen dat zieke vreemdelingen op straat terechtkomen”. Van Hijum: „Zo breidt door jurisprudentie de opvang weer uit. Ik snap Teevens terughoudendheid wel, maar je moet er toch iets mee als de rechter je corrigeert.”

Het was onder andere Van Hijums CDA dat in 2007 tot het verbod op noodopvang besloot. Is de politiek daar te ver gegaan? Moeilijk te zeggen, vindt hij. Wat hem betreft staat of valt een geloofwaardig asielbeleid ermee dat mensen moeten terugkeren als ze hier niet mogen blijven. „En dat je dus voor uitgeprocedeerden níét standaard in opvang moet voorzien.”

De gedachte van politici dat de kring van instroom en terugkeer van asielzoekers sluitend te krijgen valt, is naïef, zegt Eduard Nazarski van Amnesty. „Steeds dachten bewindspersonen: en nú hebben we voor iedereen iets geregeld. Een generaal pardon, een kinderpardon. Maar er zal altijd een groep mensen zijn die hier zonder verblijfspapieren een bestaan probeert op te bouwen.”

Ook de idee dat een kentering gaande is in de Nederlandse omgang met die mensen nuanceert hij. „Het denken over asielbeleid maakt altijd slingerbewegingen. Nu en dan dringt het besef even door dat we iets moeten regelen voor deze mensen.”