De e-bike moet fietsfabrikanten redden

Nederlands grootste fietsfabrikant Accell voorspelt voor dit jaar minder winst.

Een goede zomer maakte het slechte voorjaar niet goed. Er is één lichtpuntje: de e-bike.

Sinds het begin van de crisis worden er in Nederland minder nieuwe fietsen verkocht. De verkoop van tweedehands fietsen steeg daarentegen wel licht. foto rien zilvold

Een warm aangeklede man loopt de Fiets Outlet Zeeland in Zierikzee binnen. Vanonder zijn wollen sjaal vraagt hij of zijn fiets al klaar is. Druk is het vandaag niet in de winkel. De man is de tweede klant in ruim een uur tijd.

„Net als ijs en bier worden de meeste fietsen in de zomermaanden verkocht. Nu doen we voornamelijk reparaties”, zegt Martijn den Boer, de eigenaar van de winkel. Verspreid over twee verdiepingen heeft hij tientallen fietsen staan – van kinderfietsen tot racefietsen.

Meer dan driekwart van alle fietsen bij de Fiets Outlet is afkomstig van twee grote Nederlandse fietsfabrikanten. De grootste is het beursgenoteerde Accell uit Heerenveen. Het bedrijf is bekend van merken als Batavus, Sparta en Koga.

De andere speler op de markt is het iets kleinere Pon Holding, dat merken als Focus, Cervélo en Koninklijke Gazelle fabriceert.

Vandaag schreef Accell in een kwartaalbericht dat de nettowinst dit jaar naar verwachting onder die van vorig jaar zal liggen. De jaaromzet zal daarentegen wel licht toenemen. „Het is een mooie zomer geweest, maar de marktomstandigheden blijven slecht”, zegt topman René Takens in een telefonische toelichting.

Vorig jaar realiseerde Accell, dat circa 2.700 werknemers telt, een omzet van ruim 772,5 miljoen euro en een nettowinst 23,2 miljoen euro.

Ongeveer 27 procent van zijn omzet haalt het bedrijf uit Nederland. Maar ook Duitsland is een belangrijke markt voor Accell. Ongeveer 24,6 procent van de omzet komt uit Duitsland en dat aandeel blijft toenemen.

„De grootste groeimogelijkheden voor Accell liggen in Duitsland”, beaamt financieel analist Fernand de Boer van investeringsbank Petercam. „In Nederland groeit de economie nog niet sterk genoeg en zit het bedrijf dicht tegen het plafond.”

Sinds het begin van de crisis worden in Nederland minder nieuwe fietsen verkocht. Volgens cijfers van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel werden er in 2008 nog 1,4 miljoen nieuwe fietsen verkocht. In vijf jaar tijd daalde dat tot net iets meer dan 1 miljoen.

Consumenten gaven vorig jaar circa 749 miljoen euro uit aan ‘fietsgerelateerde bestedingen’, van een bel of fietsmand tot een gps-systeem. Dat is een daling van ongeveer 15 procent ten opzichte van het jaar ervoor. De verkoop van tweedehands fietsen steeg wel licht. In 2012 werden daar ongeveer 690.000 van verkocht – 90.000 meer dan in 2008.

„En de elektrische fiets raakt meer ingeburgerd”, zegt fietsverkoper Den Boer. „Vroeger kocht ongeveer één op de tien klanten een e-bike. Nu is dat er al één op de vijf.”

Volgens de fietshandelaar komt dat met name doordat de groep consumenten die elektrische fietsen kopen, groter is geworden. Een paar jaar geleden waren e-bikes vooral iets voor klanten van boven de vijftig, nu kopen ook jongere klanten ze.

Op een elektrische fiets behalen fietsers zonder inspanning snelheden van zo’n 20 kilometer per uur. De meeste elektrische fietsen zijn uitgerust met een fietscomputer, waarop je kunt invoeren of je bergopwaarts of tegen de wind in fietst. Een elektrische fiets is prijzig: een e-bike kost al gauw 1.600 euro.

Daarnaast moet om de vijf à zes jaar de accu vervangen worden. Dat kost ongeveer 500 euro. Hoewel een e-bike een prijzige aanschaf is voor consumenten, heeft Accell er in de eerste helft van dit jaar ruwweg 110.000 verkocht. Dat is 28 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

Zowel Accell, met zijn Spartacollectie, als Gazelle zet fors in op de elektrische fiets. Elk jaar komen de bedrijven met kleine aanpassingen, zoals betere motoren en accu’s en duidelijkere schermen voor de fietscomputer.

Den Boer merkt op dat de verschillen tussen de twee merken minimaal zijn. „Het is vergelijkbaar met de verschillen tussen smartphones”, zegt hij. „De fietsen hebben allemaal ontzettend veel functies en ze hebben allemaal hun voordelen, maar uiteindelijk gaat het om de persoonlijke voorkeur van de klant.”