Column

Dansen op de rand van de vulkaan

Ik schreef eerder over Halloween in oorlogvoerend Damascus, maar bijna vergelijkbaar vervreemdend is het bloeiende uitgaansleven in Beiroet, nog geen anderhalf uur rijden westwaarts – het Syrische schieten is er maar net niet te horen. Ga bijvoorbeeld mee naar Music Hall, de grote openluchtdisco aan zee in het centrum van de Libanese hoofdstad, dat door premier Rafiq Hariri na de burgeroorlog is herbouwd voor mensen met erg veel geld. Denk Dior.

Hariri werd in 2005 vermoord, maar oorlog en moord zijn hier vast onderdeel van het leven, en de Libanezen dansen door tot diep in de nacht. Music Hall is op het ogenblik the place to be met een aaneenschakeling van live optredens van wisselende kwaliteit, tegen een achtergrond van rood pluche en veel drank. Stampvol. En dansen, dánsen, op onmogelijk hoge hakken, en de ogen geverfd tot de haarlijn.

De volgende ochtend volgen de kindschoenpoetsers elkaar in een kwestie van minuten op, evenals bedelende vrouwen met baby’s. Zij vertegenwoordigen de meer dan een miljoen Syriërs die inmiddels hun toevlucht hebben gezocht in een land dat een kwart van Nederland beslaat. Bovenop vier miljoen Libanezen, die als gevolg van die toestroom te kampen hebben met stijgende huren en werkloosheid. Als ik u even populistisch mag voorrekenen: stel u voor, vier miljoen Belgen vluchten naar Nederland – de gedachte aan vierhonderd is volgens mij al te erg. En de vluchtelingen blijven komen. De Verenigde Naties verwachten er nog honderdduizenden bij, alleen in Libanon, als de oorlog voortduurt. Er is geen enkele aanwijzing dat het Syrische conflict niet nog tien jaar zal woeden.

Willekeurige Libanezen die je ernaar vraagt bezweren dat de oorlog zelf buiten de deur blijft. Feitelijk is die natuurlijk allang de grens over in de vorm van de vluchtelingen, een serie bloedige aanslagen en de leverantie van manschappen aan het Syrische regime door het shi’itische Hezbollah en wapens voor de sunnitische rebellen door Libanese sunnitische groepen. Maar ze bedoelen tanks en sluipschutters in de straten en schuilen onder de trap terwijl de raketten overgieren. De vorige burgeroorlog eindigde nog geen vijfentwintig jaar geleden. Een nieuwe oorlog is te erg om voor te stellen.

De westerse buitenwereld maakt niet de indruk dat hij veel in het werk stelt om een nieuw moordend conflict in Libanon te helpen voorkomen. Of zich al te grote zorgen maakt over de horden vluchtelingen die het land overweldigen. Dat zou die buitenwereld wel moeten doen, uit humanitaire overwegingen, en als daarvoor geen markt is, dan wel om reden van eigenbelang.

Want pak er eens een kaart bij: waar moet iedereen heen als in Libanon de oorlog losbarst? Naar Israël? Naar Syrië? Eerder met zijn allen de zee in op weg naar Europa.

Maar nu op naar Music Hall. Hoe kritieker de situatie, zeggen ze in Libanon, hoe uitbundiger het uitgaansleven. Dansen op de rand van de vulkaan.