In beeld

Chaos en verdriet na aanslagen in Beiroet

Bij twee explosies vlakbij de Iraanse ambassade in het zuiden van Beiroet, Libanon, vielen vanochtend zeker 23 doden en 146 gewonden. Het Libanese staatspersbureau meldde dat de eerste explosie het werk was van een zelfmoordterrorist op een motorfiets. De tweede explosie kwam van een autobom. De schade was groot. De brigade van Abdullah Azzam, een groep gelinkt aan Al-Qaeda, eiste de aanslag op. Onze columniste Carolien Roelants schreef vanochtend in haar column nog over Beiroet: "Willekeurige Libanezen die je ernaar vraagt bezweren dat de oorlog zelf buiten de deur blijft. Feitelijk is die natuurlijk allang de grens over in de vorm van de vluchtelingen, een serie bloedige aanslagen en de leverantie van manschappen aan het Syrische regime door het shi’itische Hezbollah en wapens voor de sunnitische rebellen door Libanese sunnitische groepen." De wijk waar de aanslag vanochtend plaatsvond is in handen van de Hezbollahmilitie, die sterke banden heeft met de Syrische president Bashar Assad. Of er inderdaad een verband is tussen de burgeroorlog in Syrië en de aanslag is echter nog onduidelijk.
Libanese medewerkers van het Rode Kruis dragen een lichaam weg van de plek van de ontploffing. AP / Bilal Hussein
Bewoners kijken vanaf hun verwoeste balkon naar de schade die in hun buurt is aangericht. AFP
Medewerkers van de burgerbescherming van Hezbollah dragen een gewonde man weg. AP / Hussein Malla
Medewerkers van de burgerbescherming van Hezbollah staan een gewonde man bij. AP / Hussein Malla
Twee Libanezen halen een lichaam uit een verbrande auto. AP / Hussein
Een man draagt een gewonde vrouw weg van de plek waar de explosies plaatsvonden. Reuters / Issam Kobeisy
Een Libanese soldaat helpt op de plek waar de ontploffingen plaatsvonden. AFP / Anwar Amro
Een man probeert een lichaam uit een brandende auto te halen. AP / Hussein Malla
Een Libanese soldaat helpt bij het wegbrengen van een gewonde man. AFP
Brandweermannen blussen brandende auto's op de plek waar de aanslagen plaatsvonden. AP / Hussein Malla