Borstvoeding? ‘Extra vlees, voor de vitamientjes’

Volgens Noorse onderzoekers bevat moedermelk te weinig vitamine B12.

Een baby die zes maanden lang alléén maar borstvoeding krijgt, krijgt te weinig vitamine B12 binnen. Dat kan schadelijk zijn voor de groei en de motorische en neurologische ontwikkeling. Begin daarom al na vier maanden met gemalen vlees en vis. Dat stellen vier Noorse kinderartsen in een interview op de nieuwssite ScienceNordic.com, een gezamenlijk overheidsinitiatief van de Scandinavische landen (14 november). De artsen verwijzen daarbij naar hun eigen onderzoek dat deze maand verscheen in The American Journal of Clinical Nutrition. De Scandinavische media pikten de kwestie op, en de populaire Noorse krant Verdens Gang pakte er groot mee uit.

Maar de Wereldgezondheidsorganisatie en het Nederlandse Voedingscentrum adviseren juist om baby’s zes maanden alleen melk te geven, dan wat fruit en groente erbij en pas vanaf een maand of acht een beetje vlees en vis. Wie heeft er nu gelijk?

Vitamine B12 is onmisbaar voor onder meer celdeling, groei en de ontwikkeling van het zenuwstelsel. Mensen zijn voor hun vitamine B12 volledig afhankelijk van dierlijk voedsel, zoals melk, vlees en eieren. Dit is een uitdaging voor vegetariërs en veganisten. Zij kunnen supplementen nemen, of plantaardige producten waaraan B12 is toegevoegd, zoals marmite en bepaalde vleesvervangers. Zuigelingen krijgen B12 binnen via de moedermelk.

Het Noorse onderzoek was uitgevoerd onder 105 zuigelingen die waren doorverwezen naar de kinderarts met voedings-, motorische of neurologische problemen. Bij 75 procent van hen constateerden de onderzoekers een tekort aan vitamine B12. Ze gaven de helft van deze baby’s eenmalig een flinke injectie met deze vitamine. De andere helft kreeg een placebo. Na een maand was het vitaminetekort bij de eerste groep sterk verminderd. Deze baby’s scoorden bovendien beter op een motorische test en verschilden daarin gemiddeld niet meer van gezonde leeftijdgenootjes. Dat alles gold niet voor de placebogroep.

„Het is niet vanzelfsprekend dat de moedermelk alles bevat wat een kind nodig heeft”, zeggen de auteurs op de Scandinavische nieuwssite. „Zes maanden lang alléén maar borstvoeding geven zou allergieën voorkomen. Maar steeds meer wetenschappelijke studies, onder meer van de European Food Safety Authority, laten zien dat dit niet zo is.” De Noren concluderen dat baby’s beter af zijn als ze al vanaf vier maanden naast de moedermelk vaste voeding krijgen waar vitamine B12 in zit.

Frits Muskiet is hoogleraar pathofysiologie en klinisch chemische analyse aan de Rijksuniversiteit Groningen en (onbetaald) wetenschappelijk lid van het Vitamine Informatie Bureau, een adviesbureau dat betaald wordt door drie supplementenfabrikanten. Hij vindt dat de Noren doorslaan in hun conclusie. „Je moet toch wel ver zijn afgedwaald als je vindt dat borstvoeding niet adequaat zou zijn voor de pasgeborene”, zegt hij. „Want hoe hebben we dan ooit in de evolutie overleefd?”

Als baby’s te weinig B12 hebben, komt dat doordat de moeder er te weinig van heeft (moedermelk is voor baby’s immers de enige bron). Dus kun je veel beter dáár wat aan doen, vindt Muskiet, dan de oplossing te zoeken in zulke jonge baby’s „biefstuk voeren”. „En die moeder dan”, vervolgt hij, „laten we die maar gewoon lekker B12-deficiënt zijn en een volgend kind baren met een nog lagere B12-status?”

Muskiet is vooral verontwaardigd over de manier waarop de Noren hun resultaten interpreteren in de pers; in hun wetenschappelijke artikel geven ze geen voedingsadviezen. Ook de vraag of een standaard B12-bepaling voor alle baby’s wenselijk zou zijn, indien nodig gevolgd door een injectie, laten ze onbeantwoord. Een redactioneel commentaar bij het artikel benadrukt dat het daar te vroeg voor is, onder andere omdat een veilige bovengrens van de B12-waarde niet is vastgesteld.

Muskiet zou er in elk geval geen voorstander van zijn. Hij verwerpt de focus van de Noren, de snelheid van de babyontwikkeling en de studieduur van slechts één maand. „Ons brein is het meest plastische orgaan in zijn ontwikkeling”, zegt hij. „Het enige belangrijke is de langetermijnuitkomst. Als de ene functie sneller uitrijpt, moet een andere functie even wachten. Er is een analogie met visolievetzuren: die verbeteren gezichtsscherpte, motoriek en gedrag op de leeftijd van drie tot vier maanden. Maar op latere leeftijd is daarvan niets meer terug te vinden.”