Betrokken Amsterdamse fotograaf legde hippietijd en de havens vast

Cor Jaring (1936-2013)

Hij wilde zeeman worden, maar werd fotograaf van de provo’s.

Test met rookbom op de Dam te Amsterdam, daags voor het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus, 10 maart 1966. Foto Cor Jaring, Collectie Stadsarchief Amsterdam

Foto’s van de provo-beweging, ‘het magies centrum’ en de rookbommen tijdens het huwelijk van Beatrix met prins Claus; Cor Jaring, die zondag op 76-jarige leeftijd thuis overleed, was de fotograaf van het roerige Amsterdam van de jaren zestig. En niet alleen dat. Door de meer dan duizend foto’s die hij eind jaren vijftig maakte in het Amsterdamse havengebied en door zijn kleurrijke anekdotes – die werden aangedikt met glaasjes vieux aan de stamtafel van zijn koffiehuis bij de Dappermarkt – was Jaring een bekende Amsterdammer geworden.

Jaring, geboren op 18 december 1936, bracht zijn jeugd door op Wittenburg waar zijn halfblinde vader een winkeltje dreef in tweedehands spullen. Een tijdlang hielp Jaring zijn vader, tot hij in dienst ging en daar voor het eerst een camera in handen kreeg. Toen hij vervolgens als walmatroos en dokwerker aan de slag ging in de Amsterdamse haven, nam hij zijn ‘kiekkassie’ steevast mee. Zo ontstond zijn eerste fotoserie: zwart-wit beelden van reepgasten, Indiase matrozen en Italiaanse dokwerkers. Later, toen Jaring als de hoffotograaf van de Provo-beweging al meer bekendheid genoot, fotografeerde hij de naakte Phil Bloom en legde hij John Lennon en Yoko Ono vast tijdens hun ‘Bed-in for Peace’ actie in het Hilton Hotel.

Het was een rol die hem goed beviel, ook al had hij zichzelf aanvankelijk een heel ander leven toegedacht. Kunstenaar wilde hij worden – minstens zo goed als Rembrandt of Van Gogh – en zeeman. Want zeemannen, ‘die stonken naar ver weg’, vertelde Jaring in 1999 in een interview in Vrij Nederland. Toch bleef hij liever dichter bij huis, wegens zijn gevoelige ingewanden (snel zeeziek) en melancholische aanleg (voorbij Diemen al last van verscheurende heimwee).

„Hij was echt een kind uit de Amsterdamse haven”, zegt vriend en collega Eddy Posthuma de Boer. „Er zat niks tussen Jaring en de mensen. Net als Ed van der Elsken wist hij iemand met een paar woorden voor zich te winnen. Hij had een goed gevoel voor humor.”

Posthuma de Boer leerde Jaring in de jaren zestig kennen. „Ik herkende de manier waarop hij naar de wereld keek: met een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid.” Zowel die betrokkenheid als zijn oog voor compositie bleef binnen de fotografiewereld niet onopgemerkt. In 1975 werd Jaring bekroond met de World Press Photo en ontving hij de Fotoprijs van de Stad Amsterdam. In 2002 kreeg hij van de gemeente de Frans Banninck Cocq penning wegens grote verdiensten voor de fotografie in Amsterdam.

„Jaring was een man die altijd op zoek was naar het uitzonderlijke”, zegt fotograaf Sander Troelstra. „Hij heeft hard en intens geleefd. Hij was fysiek heel sterk. Soms werkte hij nachten door.” Troelstra ging de laatste twee jaar wekelijks langs bij Jaring en zijn vrouw. Een jaar geleden ging het ineens rap achteruit met de gezondheid van de fotograaf. „Hij was gevallen voor zijn atelier en had zijn ribben gekneusd. Sindsdien had hij veel pijn.”

Samen met de familie droeg Troelstra afgelopen maand het negatievenarchief van Jaring over aan het Stadsarchief Amsterdam. Het atelier in de Dapperbuurt, waar Jaring vijftig jaar lang werkte, werd in diezelfde periode leeg geruimd en opgezegd. „Hij wilde dat alles voor zijn dood geregeld zou zijn”, zegt Troelstra. „Hij zei tegen mij: ‘Ik wil rustig uitrollen.’ Toch verwachtte ik niet dat hij zo snel zou overlijden.”

Het Stadsarchief Amsterdam heeft aangekondigd in 2015 een fototentoonstelling te houden over de Provo’s. Het werk van Jaring komt daarin centraal te staan.