Achtergrond Geschiedenis van het geld

1. Vertrouwen in elkaar

Ooit bestond handel uit geschenken die in goed vertrouwen werden gegeven. Zoals het nu nog binnen families gaat. Het komt wel goed. ‘Hier, drie geiten. Als ik iemand nodig heb voor de oogst, kom ik wel bij jou.’ In primitieve tijden garandeerde de hechte sociale structuur de wederkerigheid van de giften. Tussen mensen en groepen bestond een complex netwerk van onderlinge ‘ereschulden’.

Vanaf 3.000 voor Chr. ontstonden centraal geleide staten. De priesters van de Sumerische stadstempels en de schrijvers van de farao hielden precies bij welke goederen centraal werden ingeleverd en wat daar tegenover stond. Dáárom is indertijd het hiërogliefen- en spijkerschrift uitgevonden: als boekhoudinstrument. Geld was er niet.

2. Vertrouwen in goud

De uitvinding van het Fenicische alfabet (ca. 700 voor Chr.), het steeds groter gebruik van (Griekse) huursoldaten in het Midden-Oosten én de groei van handel over grote gebieden, maakten de tijd rijp voor iets nieuws. De uitvinding van muntgeld (ca. 600 v. Chr.) was een sociale, mentale en economische revolutie. Want muntgeld functioneert zonder vertrouwen. De waarde van de munt is de waarde van het metaal (goud, zilver, koper) waarvan de munt geslagen is. Dat metaalgehalte is door ervaren handelaren goed te controleren. Van wie je de munt krijgt is onbelangrijk.

3. Vertrouwen in het systeem

Dankzij Italiaanse bankiers in de late Middeleeuwen werd vertrouwen weer belangrijk. Met geldwissels, verhandelbare schuldpapieren en uiteindelijke met officieel bankpapier uitgegeven door staatsbanken, werd papiergeld de basis van de geldeconomie. Dat papier zelf is niks waard, maar tot ver in de vorige eeuw bestond de fictie dat de centrale bank desgewenst het bedrag in goud zou uitbetalen. Papiergeld is in essentie overdraagbaar krediet, aldus Felix Martin in zijn net verschenen boek Geld. De ongeautoriseerde biografie. Nu is zelfs die schuldfictie verlaten. Want er is geen ‘gouden standaard’ meer.

Toch bleef het vertrouwen in geld. Ten eerste omdat iedereen het papiergeld accepteert (en omdat je overal kan pinnen). En ten tweede houdt een centrale instantie de totale geldhoeveelheid in de gaten om te grote inflatie te voorkomen.

Als maar genoeg mensen meedoen, kan je zo ook zelf geld creëren. Bitcoin is niet het enige initiatief. In Amsterdam kun je bijvoorbeeld klussen betalen met ‘makkies’, die je verdient door zelf weer diensten te verlenen. Je kan er ook spullen mee kopen. In Rotterdam-Zuid bestaat zo de ‘zuiderling’, op Schouwen-Duiveland zijn er ‘tijdpunten’. Zolang het goed gaat, gaat het goed.