Wrokkig na een glanzende carrière

De 57-jarige langeafstandsloopster Ingrid Kristiansen uit Noorwegen, een groot atlete in de jaren tachtig, beticht de huidige generatie van luiheid.

De Zevenheuvelenloop in Nederland? Ingrid Kristiansen weet nog dat ze in 1991 hard moest lachen om die invitatie. Heuvels? Nederland is toch vlak? Ze kwam, liep en won. In 48,46 minuten, een snelle tijd. Nu, 22 jaar later, herinnert de Noorse zich die race nog scherp. „Want die heuvels waren best pittig.”

Kristiansen was als voormalige winnares eregast ter gelegenheid van de dertigste Zevenheuvelenloop. En ze liep ook nog: zaterdagavond de speciale Zevenheuvelennacht, over tien kilometer. Een kwartiertje langzamer dan in haar toptijd als langeafstandsloopster, maar nog wel met dezelfde, wat hoekige tred. Ondanks haar leeftijd van 57 jaar is Kristiansen amper veranderd. „Ik loop nog wekelijks vijftig à zestig kilometer”, vertelt ze met een brede glimlach.

Kristiansen was in de jaren tachtig een groot atlete; op de lange afstanden misschien wel ’s werelds beste, hoewel ze grotendeels in de schaduw van haar drie jaar oudere landgenote en rivale Grete Waitz heeft gelopen. Afgezet tegen de status van Waitz in Noorwegen voelt Kristiansen zich nog steeds miskend. „Velen denken dat Waitz beter was dan ik. Dat is niet zo. Vergelijk onze persoonlijke records. Ik was sneller op de vijf, tien en vijftien kilometer, evenals op de halve en de traditionele marathon.”

Ook twee jaar na de dood van Waitz wegens kanker zit de wrok bij Kristiansen nog diep. Grimmig: „Waarom zij op een voetstuk is geplaatst [voor het Bislettstadion in Oslo staat een standbeeld van Waitz, red.] is mij een raadsel. Niet vanwege haar karakter. Ik ben sociaal en heb binnen de Noorse atletiek veel vrienden. Grete was altijd op zichzelf. Bij kampioenschappen sliep ze ook nooit in het atletenhotel. We liepen beiden hard, dat was het enige dat we gemeen hadden; verder totaal niets.”

De vete gloeide onlangs op toen Kristiansens echtgenoot Arve kort voor de marathon van New York in de Noorse pers beweerde dat Waitz negen keer kon winnen doordat zijn vrouw bewust niet werd uitgenodigd. Hij sprak van een vorm van matchfixing en noemde dat „erger dan doping”.

Het verhaal wil dat Waitz – nadat Kristiansen in 1985 het wereldrecord marathon op 2.21,06 had gesteld – contractueel liet vastleggen dat haar landgenote niet mocht worden uitgenodigd. Kristiansen weet niet of dat waar is, wel dat ze sindsdien geen invitatie voor ‘New York’ kreeg.

Daarom bewaart ze zulke goede herinneringen aan 1989, het jaar waarin Kristiansen haar enige zege in New York boekte. Een zoete overwinning, omdat later zou blijken dat ze daarmee Waitz haar tiende zege had ontnomen. Nog steeds spinnend van genoegen: „Met dank aan John Hancock, de sponsor van de Boston Marathon, die mij had binnengeloodst. En wat denk je? Waitz verscheen niet aan de start. Waarom niet? Zeg het maar. Ik was graag de strijd met haar aangegaan. Ik won dat jaar in Boston en New York, vanzelfsprekend tot grote tevredenheid van John Hancock.”

Die overwinning voelde ook als een zekere genoegdoening voor de mislukte olympische marathon in 1984 in Los Angeles – de eerste voor vrouwen op de Spelen. Waitz won zilver en Kristiansen werd vierde, een klassering die haar nog steeds dwarszit. „Toen de latere Amerikaanse winnares Joan Benoit na vijftien kilometer wegliep, had ik mijn hart moeten volgen en moeten meegaan. Dat mocht niet van onze coach, die had verordonneerd dat we zo lang mogelijk in de groep moesten blijven. Na afloop voelde dat slecht, omdat ik beter had gekund. Als ik Benoit zou hebben gevolgd, was ik misschien ook vierde geworden, maar dan had ik tenminste wat ondernomen. It was an awful race.”

Uiteindelijk heeft Kristiansen haar glanzende carrière zonder een olympische medaille moeten afsluiten. De Noorse moeder van drie twintigers troost zich met de gedachte dat ze in goed gezelschap van de Britse wereldrecordhouder Paula Radcliffe is. „Maar verder blik ik met grote tevredenheid terug. Ik hebben op alle afstanden tussen de vijf kilometer en de marathon een wereldrecord gelopen.”

Kom daar nu maar eens om als blanke atlete. Ook bij de vrouwen worden de lange afstanden gedomineerd door Afrikaanse loopsters. Dat zint Kristiansen allerminst. Ze maakte de hedendaagse atleten grote verwijten. „Die zijn lui. Met als argument: ‘We kunnen de Afrikanen toch niet verslaan.’ Wat een onzin. Kijk naar hun tijden op de marathon; zo tussen de 2.20,00 en 2.24,00 uur. Zo snel liep ik ook. En ik ben toch echt blank. Maar je moet jezelf de tijd gunnen, niet denken dat je binnen twee jaar aan de top staat. En verder ontbreekt de prikkel. Je hoeft niet meer hard te kunnen lopen om iets van de wereld te zien.”