Weer doden bij oplopende strijd Beijing en islamitische Oeigoeren

Twee Chinese agenten en elf Oeigoeren zijn zaterdag gedood in de westelijke stad Kashgar. Het geweld gaat door.

In de al decennia oude strijd tussen de Chinese autoriteiten en de islamitische minderheid in de provincie Xinjiang is het zaterdag opnieuw tot een botsing gekomen waarbij elf Oeigoeren en twee politiemannen zijn gedood. Het incident bij Kashgar, de meest westelijke stad van China, volgt kort nadat op het Tiananmenplein in Beijing drie Oeigoeren volgens de autoriteiten een „terroristische aanslag” pleegde op de Verboden Stad.

In het Bachu-district bij het nagenoeg volledig islamitische Kashgar zouden volgens de officiële lezing een groep Oeigoeren het politiebureau zijn aangevallen met messen en bijlen. Volgens de plaatselijke autoriteiten, die overigens nadrukkelijk niet over een aanslag spraken, kwam de overval totaal onverwachts. Een woordvoerder van het Wereld Oeigoerscongres, een organisatie die de Oeigoeren in het buitenland zegt te vertegenwoordigen, zegt dat de overwegend jonge Oeigoeren bij de politie verhaal halen omdat een van hen met een zweep was geslagen door de politie. Zij werden meteen vanuit het zwaar bewaakte politiebureau beschoten.

Sinds een vergelijkbaar incident in april, waarbij 21 Oeigoeren en Han-Chinese agenten werden gedood, heeft de politie in Xinjiang de order meteen te schieten als politiebureaus worden aangevallen door groepen Oeigoeren. De botsing van zaterdag is in combinatie met de zelfmoordaanslag in Beijing een nieuw bewijs dat de spanningen tussen de islamitische minderheidsgroep en de Han-Chinese autoriteiten oplopen.

Volgens de overheid wordt de onrust onder de Oeigoeren aangewakkerd door Oeigoerse separatisten die banden hebben met Al-Qaeda. Het mondiale Oeigoerscongres zegt dat de Oeigoeren handelen uit wanhoop over hun benarde situatie als gevolg van economische en sociale discriminatie en de onderdrukking van geloofsuitingen.