Wat doen Rusland en China in die Raad?

Het is beschamend dat opnieuw landen waar ernstige schendingen van de mensenrechten plaatsvinden een zetel krijgen in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Onder meer China, Rusland, Saoedi-Arabië en Cuba zijn vorige week door de Algemene Vergadering van de VN voor een termijn van drie jaar gekozen in dit orgaan, dat over de hele wereld toeziet op naleving van de mensenrechten.

Voor iedereen die de mensenrechten serieus neemt, is dit moeilijk te verkroppen. Voor slachtoffers van onderdrukking, discriminatie, verdrijving of marteling, waar ook ter wereld, moet het helemaal bitter zijn. Moeten zij op déze landen hun hoop op gerechtigheid vestigen? Op landen die zélf als het zo uitkomt de deur dichthouden voor VN-experts die klachten over schendingen van mensenrechten komen onderzoeken? Aan de geloofwaardigheid van de Mensenrechtenraad doen zulke leden ernstig afbreuk.

Maar hoe pijnlijk dit ook is, het is geen reden om het vertrouwen in de raad maar helemaal op te geven. In totaal zijn 47 landen lid van de raad. Sinds de oprichting in 2006 valt op het functioneren ervan heel wat aan te merken. Zo gebruiken sommige landen hun zetel voor pogingen om onderzoek naar misdaden in eigen land of bij bondgenoten, te blokkeren. Maar geen enkel land heeft een veto in de Mensenrechtenraad, een meerderheid kan de dwarsliggers dus overstemmen. En de afgelopen jaren is dat op belangrijke momenten gebeurd. De Mensenrechtenraad heeft het geweld in de Syrische burgeroorlog bijvoorbeeld scherp veroordeeld, toen de in beginsel veel machtigere Veiligheidsraad verlamd was door verdeeldheid tussen de vijf vetomachten.

De belangstelling van landen voor een zetel in de Mensenrechtenraad is de afgelopen jaren toegenomen. Dat is een teken dat de raad ertoe doet. Zelfs de Verenigde Staten, die zich aanvankelijk afzijdig hielden, zijn nu lid. Nederland is kandidaat voor de periode 2015-2017.

Het is in de geest van de Verenigde Naties dat landen met elkaar in gesprek blijven en proberen samen te werken, ook als zij totaal verschillende politieke systemen en opvattingen hebben. Dat kan moeilijk zijn, en soms hopeloos lijken. Maar toch is het zinvol. In de Mensenrechtenraad worden álle landen onder de loep genomen. En alle landen die lid zijn, nemen deel aan een voortdurend gesprek over het belang van de mensenrechten. De raad kan schendingen van mensenrechten onderzoeken en vervolgens aan de kaak stellen. Dat is niet genoeg om aan zulke praktijken een eind te maken. Maar het kan wel een belangrijke stap in die richting zijn.