Vervreemding

Eerlijk gezegd spreek ik onevenredig vaak met nette mensen. Dat is tamelijk zinloos. Ze zeggen allemaal het zelfde, dat ten eerste. Ze zijn het altijd roerend met me eens, dat is een tweede. Verder heb je niets aan ze als je op een maandagmiddag met harde hand de orde in het land weer wilt herstellen. Daar is dit soort te netjes voor.

We zijn uit de recessie. Dat is mooi. Al dat afschaffen van muziekscholen, bibliotheken en rechtsbijstand aan armlastigen is kennelijk ergens goed voor geweest. Maar waarom zijn de nette mensen dan zo treurig? Iedere arts die ik spreek, iedere onderzoeker, zelfs iedere goed verdienende commercieel advocaat heeft het plezier in haar werk verloren. En klagen helpt niet, zeggen ze in koor, want niemand luistert naar ze.

Oorzaak is de efficiëntie. In bedrijven, kantoren en instellingen viert efficiëntie hoogtij. Handelen wordt vervangen door het invullen van evaluatieformulieren, vernieuwingsdrift door poeha, en behulpzaamheid wordt opgeheven. Nu is dat al langer zo, maar dit jaar lijkt opeens de rek eruit. Iedere aardige professional overweegt ontslag en naar Azië te emigreren. „Ik krijg zojuist de opdracht een onderzoek te publiceren dat nog niet klaar is”, zegt een serieuze wetenschapper tegen me. „Zo kan het nog dit jaar als prestatie worden meegeteld. Maar dan mag ik het onderzoek volgend jaar niet meer afronden. Vanwege de efficiëntie.”

Overal hetzelfde verhaal. In literair tijdschrift Tirade schreef psychiater Minke Douwes deze zomer, onder de titel Het lijkt hier goddomme de Sovjet-Unie wel!, een vrij zorgelijk stukje. In de Sovjet-Unie werd iedereen geëxecuteerd die vraagtekens zette bij krankzinnige bewindsdoelen. Bij ons word je niet direct doodgeschoten wanneer je managers aanspreekt die via een data warehouse toezien op je productiviteit als psychiater, geeft ze toe.

„Maar ook ons hulpverleners werd te verstaan gegeven dat voor wie zich niet betrokken toont bij het behalen van de productienormen, geen plaats meer is in de GGZ. Als de taal van de leiding niet meer strookt met de werkelijkheid ontstaat vervreemding. Wie schreef daar ook al weer over? Was dat niet Karl Marx?”

Rumoer op de werkvloer! Je zou hopen dat de artsen en juristen hun gemopper kracht bijzetten en tot een revolutie komen. Vooral omdat hun vervreemding voortkomt uit hun besef dat al die virtuele productie – dat succes op papier – leidt tot economische en maatschappelijke schade. Dat productiedwang in de psychiatrie leidt tot een genezingsbubble. Dat prestatiedwang in de wetenschap leidt tot een kennisbubble. En dat die luchtbellen net zo hard uiteen zullen spatten als de huizenbubble. Met net zulke desastreuze gevolgen.

Maar nee, zeggen de nette mensen, protesteren heeft geen zin. Er is de laatste jaren al genoeg geprotesteerd en er zijn genoeg alternatieven voorgesteld. In WRR-rapporten. Door departementale denktanks. Door bedrijfsadviseurs. Door kenniscentra. Alleen helpen al die interventies niet. Want als iedereen weet dat blindstaren op de papieren productie schadelijk is, en er wordt niets aan gedaan, dan kun je er donder op zeggen dat er redenen zijn waarom er niets aan wordt gedaan. Kennelijk zijn er mensen die er rijk van worden. En dus worden advocaten opgejaagd door hun bazen, psychiaters door de minister en artsen door de verzekeraars. Dat was altijd al zo, maar dit jaar is de treurnis van de ernstige mensen toch veel groter dan vorig jaar.

Er zijn dagen waarop ik besluit een hoger standpunt in te nemen. Dan zoek ik mijn toevlucht tot de internationale esthetica, dan lees ik over kunstzinnige thema’s. Stijl. Etiquette. ‘How to wear Brown Shoes’. Maar zelfs daar kom ik de verzuchting tegen dat de mens tegenwoordig wordt voortgejaagd. Zojuist lees ik in een stijlgids dat de brave mens onherroepelijk is gereduceerd, geoormerkt, getemd, dat hem neus en oren zijn afgesneden en dat hij nog slechts de kudde dient.

Niemand heeft in deze tijd nog inzicht in de werkelijkheid, niemand heeft nog weet van weg en doel. „Er zijn geen Renaissance mensen meer, omdat er geen Renaissance is. Of is het juist andersom?” Waarna onvermijdelijk het advies volgt om bruine schoenen te gaan dragen bij een grijs pak, of witte wijn te drinken bij wild, of andere vormen van rebellie waar Karl Marx nog wat van kan leren.

Hoe opwindend zo’n advies ook is, je zou het natuurlijk nog spannender kunnen maken en de revolutie uitroepen op de werkvloer. Maar nee, dat heeft geen zin, zeggen de nette mensen. Met hun aandacht voor inhoud zijn ze kansloos tegenover de kwade krachten. Nee, ze kunnen beter ontslag nemen en iets anders gaan doen. Ze denken erover schrijver te worden.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.