Scheur in kamp Berlusconi goed voor stabiliteit

Oud-premier Berlusconi, met een schorsing als senator boven zijn hoofd, is verlaten door zijn kroonprins. Die wil de zittende brede coalitie zeker nog een jaar de kans geven.

De afgelopen maanden hebben de persoonlijke en partijpolitieke problemen van oud-premier Berlusconi vaak tot een crisisgevoel geleid in Italië. Maar hoewel de breuk binnen het rechtse kamp dit weekeinde definitief is geworden en Berlusconi een actiepartij optuigt, is de dreiging van een politieke crisis juist verminderd. De weglopers uit het kamp van Berlusconi hebben gezegd dat zij de brede coalitie van premier Letta zeker een jaar willen blijven steunen. Dat moet de centrum-linkse premier in principe een stabiele meerderheid geven.

De scheuren op rechts waren begin oktober zichtbaar geworden. Vice-premier Angelino Alfano keerde zich toen met de vier andere rechtse ministers publiekelijk tegen de poging van Berlusconi om het kabinet te laten vallen.

De oud-premier hangt een schorsing als senator en een verbod op publieke functies boven het hoofd wegens een veroordeling voor belastingfraude. Hij hoopte daar onderuit te komen door een politieke crisis te veroorzaken, maar zag zich door het verzet van Alfano op het laatste moment gedwongen het kabinet te steunen.

Alfano en enkele andere parlementariërs uit Berlusconi’s partij vonden en vinden het laten vallen van de regering onverantwoordelijk. „Wij konden het land niet in een toestand storten die de situatie waarin de Italianen verkeren, zou hebben verslechterd”, zei Alfano vrijdagavond. Een kabinetscrisis zou de economische problemen hebben vergroot. Hij wil het kabinet een jaar geven om de groei te herstellen en hervormingen door te voeren – in de tweede helft van volgend jaar is Italië voorzitter van de Europese Raad. „De regering zal stabiel zijn”, zei Alfano, die jarenlang als de volgzame kroonprins van Berlusconi gold en het besluit om te breken „pijnlijk en bitter” noemde.

Zijn nieuwe groep heeft als werknaam Nieuw Centrum-Rechts. Alfano neemt dertig senatoren mee (op ruim driehonderd) en zeventien Kamerleden. Letta had in de Senaat een aantal stemmen uit het rechtse kamp nodig voor een meerderheid.

Berlusconi zei zaterdag dat hij zich vooralsnog niet tegen het kabinet zal keren. Maar hij blijft de linkse Democratische Partij van premier Letta verwijten met hulp van ‘linkse magistraten’ zijn val te orkesteren. „Het is erg moeilijk in het parlement bondgenoot te zijn en in de ministerraad aan dezelfde tafel te zitten met mensen die de leider van een partij politiek willen vermoorden”, zei Berlusconi.

In een toespraak van anderhalf uur riep hij zijn aanhangers op niet te hard uit te halen naar het Alfano. Hij zei dat die uiteindelijk in het rechtse kamp thuishoort. „We moeten geen kloof graven die moeilijk te verwijderen is”, zei hij. De 77-jarige Berlusconi moest zijn rede even onderbreken omdat de emotie hem te veel werd. Hij verliet na afloop het podium samen met zijn arts.

Berlusconi heeft nu Forza Italia nieuw leven ingeblazen. Die partij, waarmee hij in 1994 de verkiezingen won, was in 2007 opgegaan in het Volk van de Vrijheid, een beweging waar de rijke mediamagnaat nog wel de dienst uitmaakte maar die heterogener was. De heroprichting van Forza Italia is een poging van Berlusconi om met een strakker georganiseerde, militante groep aanhangers te werken. Tegelijkertijd erkende hij dat zijn partij nieuw bloed nodig heeft.

Verwacht wordt dat Forza Italia zich fel zal keren tegen een mogelijke schorsing van Berlusconi als senator. De senaat zou daar eind deze maand een definitief besluit over nemen. Berlusconi zette gisteren de toon met, opnieuw, felle uithalen naar de magistraten die hem vervolgen en veroordelen. Dat zijn politieke besluiten van linkse aanklagers en rechters die zich onkwetsbaar wanen, zei Berlusconi.

Hij keerde zich tegen de bezuinigingspolitiek die veel EU-landen voeren. Die is „aan allen opgelegd door Duitsland en werkt alleen in het voordeel van Berlijn”, zei Berlusconi. Hij refereerde ook aan bondskanselier Merkel en oud-president Sarkozy, wier blik van verstandhouding op een vraag over Berlusconi eind 2011 liet zien dat veel Europese landen geen vertrouwen meer hadden in de toenmalige Italiaanse premier. Hij beweerde dat hij als een van de weinige regeringsleiders „de ervaring en de wil had om nee te zeggen tegen veel van hun voorstellen, die me onzinnig leken.”