Olympisch schaatsjaar? Daar zijn de Amerikanen

De Amerikaanse Brittany Bowe verraste in Salt Lake City met een wereldrecord op de 1.000 meter. Ook haar landgenoten blinken uit.

De Amerikaanse schaatsster Brittany Bowe gisteren bij de wereldbekerwedstrijden in Salt Lake City, op weg naar haar nieuwe wereldrecord op de 1.000 meter: 1.12,58. Foto AFP

Op het middenterrein van de Utah Olympic Oval keken de Amerikanen Eric Heiden en Peter Mueller gisteren glimlachend naar de race van hun landgenote Brittany Bowe op de 1.000 meter. De twee voormalige olympische kampioenen hadden allang door wat er aan de hand is. Een olympisch jaar, en dus rijden alle Amerikaanse schaatsers knetterhard. Zo piekten ze ooit zelf – Mueller verrassend naar het eerste olympisch goud op de 1.000 meter in Innsbruck 1976, Heiden naar unieke winst op alle vijf de afstanden in Lake Placid 1980. En zo piekt nu Bowe, pas drie jaar internationaal schaatsster. Maar krap drie maanden voor Sotsji wel ‘gewoon’ 1.12,58 op de kilometer. New World Record.

Nederland het grootste schaatsland? Wel wat betreft het aantal topschaatsers, wereldkampioenen en de ruime financiële middelen. Niet wat betreft olympische medailles. Amerika staat op de eeuwige ranglijst bovenaan, met 29 keer goud en 89 plakken in totaal. Nederland volgt met 27 goud, op een totaal van 82. Charles Jewtraw was in 1924 de eerste olympisch kampioen, op de 500 meter. Shani Davis tot nu toe de laatste, op de 1.000 meter in 2010. Schaatsen mag een piepkleine sport zijn in Amerika, olympische ambitie drijft enkelingen steeds weer tot succes. Ook nu weer. Drie magere jaren, weinig structuur bij de bond en dramatisch geldgebrek? Bij de eerste wereldbekerwedstrijden in Calgary en Salt Lake City rijden de Amerikanen vooraan. Op naar Sotsji.

Met Brittany Bowe (25) uit Ocala, Florida als onverwachte kopvrouw. De nieuwe wereldrecordhoudster op de 1.000 meter begon pas in 2011 serieus met schaatsen, na een college-carrière als basketbalster en inlineskater. In 2012 werd ze achtste op de kilometer bij de WK afstanden, vorig seizoen in maart al derde in Sotsji. In Calgary en Salt Lake City reeg Bowe op 500, 1.000 en 1.500 meter de persoonlijke records aaneen. Met 1.12,58 was ze precies een tiende sneller dan het oude wereldrecord van de Canadese Christine Nesbitt, die ernstig tobt met haar vorm. Haar tijd was dezelfde als een legendarisch wereldrecord van de Rus Pavel Pegov bij de mannen in 1983 in Alma Ata, in 1989 geëvenaard door de Wit-Rus Igor Zjelezovski.

„Hier heb ik van gedagdroomd en ook ’s nachts van gedroomd”, jubelde Bowe na haar recordrace op schaatsen.nl. Een rit later zag ze haar meer ervaren trainingsmaatje Heather Richardson nog heel dicht bij de nieuwe toptijd in de buurt komen, met 1.12,61. Beide Amerikaansen waren sneller dan Ireen Wüst, die in een Nederlands record van 1.13,33 derde werd. Zaterdag won Wust in 1.52,08 wel ijzersterk de 1.500 meter, ook al een nationaal record. Maar ook op de langste van de middenafstanden waren Richardson (tweede in 1.52,45) en Bowe (derde in 1.52,55) niet ver van de winst.

Wie als schaatser in de Verenigde Staten nog iets met zijn sport wil verdienen, moet ten minste olympisch kampioen worden. Vraag het Derek Parra, die op de Spelen van Salt Lake City in 2002 de 1.500 meter won. Goud alleen was niet genoeg, vooral zijn bijzondere verhaal leidde tot geld en roem. Hij was de eerste Amerikaanse Latino met goud op de Winterspelen. „Ik moest het hele land door om speeches te houden”, vertelde hij later. „Daar verdiende ik mijn geld mee.” Zijn landgenoot Casey FitzRandolph, goud op de 500 meter, kent niemand meer. Geen verhaal.

Zou het verhaal van Shani Davis aanslaan in Amerika? Tweevoudig olympisch kampioen op de 1.000 meter, maar nog altijd gebrand op goud op het koningsnummer, de 1.500 meter. Drie jaar lang leek Davis langzaam weg te zakken. Kleine blessures, weinig structuur in zijn trainingen, nauwelijks inkomsten. Om in dit olympisch jaar weer ouderwets te vlammen op zijn middenafstanden. Na winst op de 1.500 meter van vrijdag, in een razendsnelle tijd van 1.41,98, volgde zaterdag een vlekkeloze race van een 1.000 meter. In 1.06,88 versloeg hij opnieuw Kjeld Nuis (1.07,02) in een rechtstreeks duel.

Let op nummer drie, de pas 23-jarige Brian Hansen. Persoonlijke records en podiumplaatsen bij de vleet op de 500, 1.000 en 1.500 meter, conditioneel sterk genoeg om te starten op alle afstanden. Zijn generatiegenoot Jonathan Kuck toonde met een gave vijf kilometer (vijfde in een persoonlijk record 6.09,73) weer zijn topvorm uit 2010, hoewel winnaar Sven Kramer (6.04,59) niet zomaar is ingehaald. En let op Trevor Marsicano, na seizoenen vol blessureleed op de weg terug. Een seconde beter nog en goud daagt op de 1.500 meter. Aan de ervaring van zijn nieuwe coach Peter Mueller zal het niet liggen.

Amerikanen en schaatssucces? „Onze sporters moeten elke dag afwachten of ze iets in de ijskast vinden”, vertelde Eric Heiden op de Spelen van Vancouver. „Ze zijn afhankelijk van liefdadigheid van hun ouders. Als een Amerikaan kiest om te gaan schaatsen, is er geen andere beloning dan succes. Je moet diep van binnenuit wel zo van deze sport houden om door te zetten.”