‘Nederland is wereldkampioen winkeldiefstal’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Metro, NOS en NRC, vorige week

De aanleiding

Nederlanders stelen meer dan elk ander volk, zo valt de berichtgeving van afgelopen week over winkeldiefstal samen te vatten. Kranten en nieuwsprogramma’s meldden in koor: ‘Nederland is wereldkampioen winkeldiefstal’. Onder andere Radio 1, het AD, een groot aantal regionale kranten en de Volkskrant gebruikten die exacte formulering. NRC Handelsblad kopte in een kort bericht: ‘Nederland wereldwijd op kop in het aantal winkeldiefstallen’. Het is nogal wat, dat Nederlanders meer zouden stelen dan inwoners van arme landen met hoge criminaliteitscijfers als Mexico en Zuid-Afrika. Klopt de stelling wel?

Waar is het op gebaseerd?

De bron van de berichten is een rapport van Euromonitor International in opdracht van Checkpoint Systems. Het eerste is een Londens marktonderzoekbureau, het tweede een beursgenoteerd beveiligingsbedrijf . In dit jaarlijkse rapport wordt de ‘derving’, het verlies door winkeldiefstal, becijferd voor verschillende landen. De resultaten zijn gebaseerd op een vragenlijst die dit jaar werd ingevuld door 157 grote winkelbedrijven in zestien landen.

Noemt het rapport Nederland ‘wereldkampioen winkeldiefstal’? Nee, die formulering komt ergens anders vandaan. Dinsdagmiddag kregen redacties in heel Nederland een persbericht over het rapport, waarin stond: ‘Het aandeel winkeldiefstal door klanten nergens zo hoog als in Nederland’. De term ‘wereldkampioen’ zien we diezelfde dag voor het eerst opduiken in de bij de Geassocieerde Pers Diensten (GPD) aangesloten regionale kranten. De volgende dag gebruiken nationale media als Radio 1 en het AD dezelfde formulering.

En, klopt het?

In de berichtgeving over het rapport gaan een paar dingen goed mis. De belangrijkste fout is dat Nederlandse media het onderzoek interpreteren als een wereldranglijst. Nederland zou wereldkampioen winkeldiefstal zijn, maar aan dit kampioenschap deden slechts zestien landen mee – dat is het aantal landen dat Euromonitor International onderzocht. Misschien lijdt de Nederlandse detailhandel minder verlies door winkeldiefstal dan winkeliers in landen als Venezuela en Zuid-Afrika – toppers in de internationale criminaliteitsstatistieken. Maar over die landen doet het onderzoek geen uitspraken. Van de zestien onderzochte landen scoort Nederland het hoogst in de categorie ‘winkeldiefstal door klanten’. Hoger zelfs dan Mexico, dat ook werd onderzocht en wel in de toptien staat van landen met de hoogste criminaliteitscijfers. Het zou dus best kunnen dat Nederland wereldkampioen winkeldiefstal door klanten is, maar door haar beperkte omvang levert dit onderzoek daarvoor geen bewijs.

Daarnaast worden de in het rapport vermelde dervingspercentages in veel artikelen en nieuwsitems verkeerd geïnterpreteerd. Dervingspercentages geven aan welk deel van de totale winkelomzet verloren gaat aan winkeldiefstal. In de berichtgeving over het rapport wordt telkens het dervingspercentage van 1,4 procent voor Nederland genoemd – hetzelfde als in het persbericht. Maar juist met dat percentage zit Nederland in de middenmoot van de onderzochte landen. Zo ligt het dervingspercentage in Mexico op 1,6 procent. De crux is dat het rapport dit dervingpercentage uitsplitst naar verschillende categorieën: administratieve fouten, diefstal van personeel, leveranciersfraude en diefstal door klanten. Alleen in die laatste categorie blinkt Nederland uit: van de totale winkelomzet verdwijnt in Nederland 0,82 procent door klantendiefstal. Alleen de Volkskrant gebruikte het correcte percentage.

Conclusie

Nederland is wereldkampioen winkeldiefstal, meldden verschillende nieuwsprogramma’s en kranten op basis van een internationaal onderzoek. Uit dat onderzoek blijkt dat Nederland in één categorie hoger scoort dan de vijftien andere onderzochte landen: winkeldiefstal door klanten. Het zou dus best waar kunnen zijn dat Nederlandse klanten meer stelen dan klanten elders ter wereld. Maar omdat slechts zestien van de 195 landen op aarde zijn onderzocht, levert het onderzoek geen bewijs voor die stelling. We beoordelen de bewering daarom als ongefundeerd.