Column

Nationaal geluk

Hoera, we zijn uit de recessie! De Nederlandse economie groeide het afgelopen kwartaal met 0,1 procent, maakte het CBS vorige week bekend. Helaas is er nog geen reden voor feest. 0,1 procent is te weinig om te wijzen op duurzaam herstel en valt bovendien binnen de foutmarge van het CBS, waarschuwde Marike Stellinga donderdag in Pauw & Witteman.

Op De Correspondent viel nog een ander soort kritiek te lezen. Het bbp is volgens correspondent Rutger Bregman ‘de grootste mythe van deze tijd’: het bruto binnenlands product zegt namelijk niets over hoe het met ons gaat. Volgens Bregman ligt er te veel nadruk op economische groei als indicator van ons welzijn. In ontwikkelingslanden brengt groei nog een aanzienlijke welzijnsverbetering teweeg, maar wij rijke westerlingen moeten zoeken naar andere manieren om de kwaliteit van ons leven te verbeteren. ‘Al dertig jaar levert economische groei nauwelijks extra welzijn op’, schrijft Bregman.

Dat zal gemiddeld genomen zo zijn, maar individuen zijn geen gemiddelden. Voor een werkloze in de huidige crisis kan economische groei wel degelijk zijn welzijn fiks verhogen, aangezien die groei meestal wordt gevolgd door een toename in de werkgelegenheid. De 0,1 procent is te marginaal om te wijzen op langdurige groei, maar als de groei doorzet is dat goed nieuws voor honderdduizenden Nederlandse werklozen.

Bregman bekritiseert het CBS omdat het niet meet hoe het met ons gaat. Maar dat pretendeert het CBS ook niet wanneer het de groeicijfers publiceert. Wie wel wil weten hoe het met ‘ons’ gaat, moet andere dingen meten. Dat is dan ook wat Bregman voorstelt: een ‘dashboard’ van indicatoren die meten wat het leven de moeite waard maakt, zoals geluk, vrijwilligerswerk en solidariteit.

Stel dat we het nationaal geluk zouden meten. Dan hangt de uitslag nogal af van de gebezigde vraagstelling: geluk is immers een subjectieve toestand. Bovendien is het de vraag wat we zouden hebben aan de uitslag. De meeste mensen zullen weinig boodschap hebben aan een gemiddeld gelukscijfer: geluk wordt individueel beleefd, niet collectief. En de overheid dan – kan die iets met een gelukscijfer? Bregman wil dat zij beslissingen neemt op basis van alle indicatoren van het ‘dashboard’. Maar hoe moet je beslissingen nemen op basis van het gemiddelde gelukscijfer? Een overheid kan een beetje sturen op meer economische groei, maar sturen op geluk zal moeilijk zijn en op veel bezwaren stuiten. Als blijkt dat weinig drinken gelukkig maakt, moeten de accijns op alcohol dan omhoog? Dat zal als paternalistisch worden ervaren.

Vergeleken hiermee is het meten van het bbp makkelijk en relatief waardevrij. Daarbij heeft het, anders dan geluk, een voorspellende waarde (als het CBS er tenminste niet naast zit): een zich herstellende economie kan een voorbode zijn van banengroei. En dat is geen mythe.