Column

Kokosrotsjes voor elk dieet

‘Eet jij brood?” „Hoezo, eet ik brood? Natuurlijk eet ik brood. Ik eet al mijn hele leven brood.” „Maar weet je dan niet dat je van brood (vul in: dik/moe/ziek) wordt?”

Zomaar een conversatie die je recentelijk zou kunnen hebben opgevangen, in een bedrijfskantine of grootstedelijke lunchroom. En waarbij je je nog geen jaar geleden zou hebben omgedraaid om te zien hoe hysterisch de persoon was die hier over brood sprak alsof het slagroomtaart van de Hema betrof.

Inmiddels hoeven we nauwelijks nog op te kijken van zulke broodmijders. Vorige week schreef Martine Kamsma een stuk in deze krant over de angst voor gluten, tarwe en koolhydraten die zich over ons land aan het verspreiden is. Plotseling. En best snel ook. Iedereen die De Voedselzandloper, Broodbuik of Het Oerdieet leest, loopt zomaar het gevaar te worden besmet.

Persoonlijk ben ik zeer benieuwd wat er straks, als de rage is overgewaaid – en hij gaat overwaaien, want dat doen rages altijd – van zal zijn neergedaald. Meer respect voor mensen met onvrijwillige, levenslange diëten zou een mooie erfenis zijn. En misschien zelfs wat meer aandacht in kookrubrieken.

Vandaag een recept voor iedereen die gluten en/of tarwe en/of koolhydraten probeert te mijden, maar af en toe nog stiekem van slagroomtaart van de Hema droomt. Voor verstokte zoetekauwen dus: kokosrotsjes. Wie geen koemelk verdraagt, kan de boter vervangen door kokosolie en de melk door soja-, rijst-, haver- of amandelmelk. Hoeveel stevia je moet toevoegen ligt aan de soort (poeder of druppels) en het merk. Lees het etiket; je hebt het equivalent van 100 gram suiker nodig. En vooruit, wie tot het uitstervende ras behoort dat nog suiker gebruikt, vervangt de stevia dus door 100 gram fijne tafelsuiker.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Laat de boter (of de kokosolie) rustig smelten in een steelpan. Haal de pan van het vuur. Voeg alle overige ingrediënten toe, plus een snuf zout en roer tot een plakkerig mengsel. Maak met behulp van twee (thee)lepels hoopjes van het kokosbeslag op een bakplaat. Je kunt ze heel klein maken of juist wat groter. Bak de koekjes in 10 (voor hele kleintjes) tot 20 minuten (voor wat grotere) gaar en goudbruin. In een goed afgesloten trommeltje blijven de koekjes zeker een week vers. (Je hoeft ze dus niet per se allemaal achter elkaar op te eten. Maar het mag wel!).