Intocht

Is Sinterklaas zijn onschuld voorgoed kwijt? Het was een gedachte die ik moeilijk kon onderdrukken toen ik gistermiddag op de Dam in Amsterdam ronddrentelde. De intocht moest een feestelijke gebeurtenis worden, maar toch voelde je een onderhuidse spanning: als dat maar goed afloopt. Er was veel politie op de been, inclusief de gespierde ‘stillen’ die elk moment konden toeslaan.

Sinterklaas moest met zijn 600 (!) Pieten royaal door de bocht, toen hij de Dam op wilde in de richting van het Paleis. Dat was de enige manier om te voorkomen dat hij vlak langs de demonstranten reed, die zich achter de hekken in die bocht hadden verzameld. Sommigen hadden hun mond afgeplakt of droegen shirts met het opschrift „Zwarte Piet is racisme”. Er waren blanken bij, maar het merendeel was zwart en jong. Ze hadden één kenmerk gemeen: ze bleven, onaangedaan kijkend, met hun rug naar de stoet staan.

„Geen lawaai, maar stilte en blijven staan”, had hun organisatie, de Stichting Nederland Wordt Beter, van hen gevraagd. „Dit vergt discipline, maar als wij al meer dan een eeuw met Zwarte Pieten kunnen leven, kunnen wij best 20 minuten stilstaan.”

Zo meden stoet en demonstranten oogcontact, ook al hielden ze elkaar in het oog. De politie zag er angstvallig op toe dat niemand uit het gevolg van de Sint te dicht bij de demonstranten kwam. Eén vergeetachtige Piet wilde via een lange stok wat pepernoten tussen de betogers droppen, maar een politieman bracht hem snel op andere gedachten. Een fotograaf liep kort voor de binnenkomst van de Sint de weg op om foto’s van de demonstranten te maken. Hij moest het meteen bezuren: zeker vijftien beveiligers stortten zich op hem en sleepten hem weg. Het was tekenend voor de moeizaam onderdrukte nervositeit.

Andere fotografen en cameramensen bleven wijselijk op de stoep, dichtbij de demonstranten. Niemand van hen keek nog naar de Sint om, alle aandacht was gericht op dat wat het nieuws van de dag kón worden. „De politie is beducht voor radicale pro-Pieten”, had de leiding van de demonstranten de dag tevoren laten weten.

Tja, wie niet?

De demonstranten leken vreedzaam, ook een tweede groep die zich op de Dam in een lange linie had opgesteld, met de rug naar de tribune waar burgemeester Van der Laan met zijn gezin en honderden anderen de komst van de Sint afwachtten. Maar wat had er kunnen gebeuren als de betogers geprovoceerd zouden zijn door blonde Jannen op de Dam?

Ik zag al die ouders en hun argeloze kinderen – sommigen stonden nog geen meter van de demonstranten – en ik was er niet helemaal gerust op terwijl de lange stoet langs ons trok. Onwillekeurig gingen de gedachten naar de recente, volledig uit de hand gelopen voetbalrellen, ook op de Dam, tussen Celtic-supporters die zich lieten provoceren door Ajax-tuig.

De vraag is of Nederland er veel beter van wordt als kinderfeesten in een sfeer van wantrouwen en angst worden gehouden. Misschien moeten ze zich dat bij die anti-Piet Stichting toch eens wat strenger afvragen. Demonstreren is prima, maar liever „niet waar de kinderen bij zijn”.

De Pieten hadden zich enigszins aangepast, ze droegen geen gouden oorringetjes en hadden niet allemaal hun lippen rood gestift. Zal het op lange termijn voldoende zijn? Ik betwijfel het. Onder het publiek zag ik opvallend weinig zwarte toeschouwers. Dat waren de betogers die thuisbleven.