‘Ik wil rustig met mijn kunst leven’

Hij snapt niets van alle aandacht voor zijn kunst, zegt Gurlitt in Der Spiegel: „Ik ben geen Boris Becker.”

Links voorpagina van Der Spiegel metCornelius Gurlitt. Rechts hetappartement van Gurlitt in München. Onder uit Gurlitts collectie de aquarel Man en vrouw aan het venster (1923) van Wilhelm Lachnit.

„Van niets in mijn leven heb ik zoveel gehouden als van mijn schilderijen.” Dat zegt Cornelius Gurlitt in het eerste interview dat hij gaf sinds bekend werd dat hij decennialang meer dan 1.000 kunstwerken in zijn appartement in München conserveerde. De 80-jarige bekent dat hij nooit op een mens verliefd geweest is. De nu in beslag genomen kunst, waar mogelijk door nazi’s geroofde werken bij zitten, heeft hij rechtmatig van zijn vader gekregen: „Ik geef niets vrijwillig terug”, zegt Gurlitt in een tien pagina’s tellend interview in het weekblad Der Spiegel.

Verslaggeefster Özlem Gezer is drie dagen met Cornelius Gurlitt op reis geweest. Ze vergezelde hem naar zijn driemaandelijkse hartcontrole bij een arts in een niet genoemde kleine stad in Duitsland. Ze reizen samen met de trein en ze logeert in hetzelfde hotel als hij. Het beeld dat uit het artikel opstijgt, is dat van een wat wereldvreemde man. Hij heeft sinds 1963 geen televisie meer gekeken en nog nooit internet gebruikt.

Dat Beierse beambten 20 maanden geleden bij hem binnenvielen om de meer dan 1.000 werken uit zijn appartement (1.406 volgens de politie, zo’n 1.200 volgens Gurlitt) mee te nemen, verraste hem volledig. Gurlitt: „Ik had ze gewoonweg niet verwacht.” Er waren misschien wel dertig beambten, ‘vreemdelingen’ en ze gingen niet weg. Ze hebben maar liefst vier dagen lang zijn kunstwerken ingepakt en weggevoerd. Ondertussen werd van Gurlitt verwacht, zegt hij tegen Der Spiegel, dat hij in een hoekje zat en rustig toekeek. Hij zag hoe ze het schilderij van Max Liebermann Twee ruiters op het strand naar links (1901) van de muur haalden. Hij keek toe toen ze de Chagall uit het gesloten houten kabinet pakten. De ‘vreemdelingen’ lieten niets achter, ook niet het kleine koffertje met zijn favoriete kunst, een verzameling werken op papier. Al jaren pakte hij ze iedere avond uit om ze te bewonderen.

Gurlitt vindt dat hij zelf een beetje schuld heeft aan dit „fatale ongeluk”, zoals hij het noemt. Hij had de kunst moeten beschermen zoals zijn vader had gedaan: tegen het vuur van de nazi’s, tegen de bommen, tegen de Russen, tegen de Amerikanen. Voor Cornelius Gurlitt was zijn vader een held. Hijzelf heeft gefaald.

„Als ik ergens anders had gewoond, was dit allemaal niet gebeurd.” Gurlitt bedoelt, aldus Gezer: ergens ver van de Zwitserse grens, waar douanebeambten argwaan kregen toen ze hem in 2010 in een trein aanhielden met 9.000 euro op zak, cash. En ergens ver van München, waar Gurlitt de inwoners nooit heeft vertrouwd. „Hier is de beweging begonnen”, zegt hij. Gurlitt doelt op het nationaal-socialisme. Sindsdien heeft het „onheil” de stad niet meer verlaten, aldus Gurlitt.

Ook zijn moeder is schuldig, vertelt hij de Spiegel-journaliste, die veel van zijn woorden samenvat en niet direct citeert. Gurlitts moeder wilde verhuizen naar München, nadat zijn vader en haar man was gestorven. Gurlitt was toen 27, een jonge man die niet van beslissingen nemen hield en die anders dan zijn vader geen man van de daad was, geen leider maar iemand die graag werd geleid. Hij vertrouwde zijn moeder, toen zij twee appartementen in de Münchense wijk Schwabing kocht. Nu, 53 jaar later, zegt Gurlitt: „Ze had ongelijk.” Hij begrijpt niet waarom het openbaar ministerie zoveel trammelant maakt om een oude zaak. Het is immers al anderhalf jaar geleden dat zijn kunst werd opgehaald. „Nu zijn de werken ergens in een kelder en ben ik alleen. Waarom hebben ze niet alleen de werken opgehaald die ze wilden onderzoeken? Dan was het nu niet zo leeg geweest.”

Gurlitt is erg ongelukkig over de aandacht die hij sindsdien krijgt: „Ik ben toch geen Boris Becker? Wat willen deze mensen nu van mij? Ik ben toch gewoon een heel rustige persoon? Ik heb toch gewoon met mijn kunst willen leven? Waarom maken ze foto’s van mij voor kranten die normaal alleen dubieuze figuren laten zien?”

Gurlitt vertelt dat hij vaak afscheid moest nemen in zijn leven: van zijn vader, die overleed in een auto-ongeluk, van zijn moeder, van zijn zus, die stierf aan de gevolgen van kanker. „Gedag zeggen tegen mijn kunst was het pijnlijkste van alles.” Gurlitt: „Ik hoop dat alles snel wordt opgehelderd, opdat ik mijn schilderijen snel terugkrijg.”