‘Ik heb zelf nóóit om meer geld gevraagd ’

Als hoofdrolspeler in het miljardenschandaal rond Vestia is Erik Staal verguisd . Twee jaar lang was hij spoorloos. Vandaag doet hij voor het eerst zijn verhaal.

Foto Bram Budel

Erik Staal (62) heeft de afgelopen twee jaar niet gerentenierd onder wuivende palmen, zegt hij. „Zie ik eruit alsof ik in de zon heb gezeten?”, vraagt de oud-directeur van de grootste woningcorporatie van Nederland met een indringende blik.

Staal was spoorloos na zijn haastige vertrek begin februari vorig jaar. Hij zou zijn uitgeweken naar zijn villa op Bonaire, Zuid-Afrika of elders, was het verhaal. Met een omstreden pensioenstorting van 3,5 miljoen euro bruto (1,7 miljoen euro netto), terwijl Vestia bijna bezweek onder een berg rentecontracten (derivaten).

„Ik heb mezelf ook wel eens afgevraagd waar ik was, maar ik ben keurig netjes in Nederland gebleven”, zegt Staal in zijn eerste interview sinds de affaire begon. „Ik heb alleen enkele keren de ruimte genomen om in kleine kring andere lucht in te ademen.” Thuis in Krimpen aan de Lek bivakkeerde de pers achter de coniferen.

Twee maanden na zijn vertrek viel de fiscale opsporingsdienst FIOD binnen. Staal was zelf geen verdachte, maar ze zochten informatie. Ze vroegen Staal of hij wist dat Vestia’s kasbeheerder Marcel de V. via tussenpersoon Arjan G. met derivaten gefraudeerd had. „Ik was echt helemaal van slag. Als zoiets gebeurt onder jouw bewind.”

In het kantoor van zijn advocaat in Amsterdam doet Staal zijn verhaal. Hij praat in formele zinnen om zijn emotie te verbergen. Over onderwerpen die van belang kunnen zijn in rechtszaken, zoals de derivaten, is hij voorzichtig. Hij vertelt wel graag over bouwprojecten uit de gloriedagen van Vestia. Het is lang geleden dat hij dat kon doen. Als je hoofdrolspeler bent in een miljardenschandaal wordt het stil om je heen.

Waarom heeft u zo lang gewacht met het geven van een interview?

„Ik ben erg aangedaan door de massale berichtgeving over mijn rol. Het is heel wat als je 22 jaar intensief en met veel plezier met mensen in een bedrijf werkt. Dan blijkt ineens dat er op een niet correcte manier in derivaten is gehandeld, dat er financieel iets vreselijks aan de hand is.”

Fraude.

„Ja, er is gewoon fraude gepleegd. Of dat was op momenten dat ik er wel was of niet was [Staal was begin 2011 enkele maanden ziek thuis, red.], moet nog blijken. Ik kan er niet veel over zeggen, want het strafrechtelijk onderzoek loopt nog. Maar ik hoop oprecht, ik heb er ook belang bij, dat de onderste steen boven komt. Ik hoop dat Vestia er helemaal bovenop komt.”

U was thuis toen de FIOD binnenviel?

„Ik lag op dat moment in bed, want mijn situatie was toen niet zo geweldig. Het was ’s avonds tussen acht en negen. Nou, ze drongen het huis binnen en hebben werkelijk alles weggehaald. Computers en telefoons van mij en mijn vrouw, stapels papier. Dat was voor mij destijds het ergste, dat je zo in je privacy wordt aangetast.”

Heeft u nooit iets van fraude vermoed?

„Nooit. We hadden juist afgesproken dat we niet via externe partijen zouden handelen, omdat we die kosten niet wilden maken en de kennis in huis hadden. Die tussenpersoon, Arjan G., heeft zichzelf pas na mijn vertrek bij Vestia aangegeven. Dat geeft nog eens aan hoe moeilijk het was de fraude te ontdekken, ondanks alle accountants en alle onderzoeken naar de financiële situatie van Vestia vanaf 2011.”

U heeft alle vierhonderd derivatencontracten wel zelf ondertekend.

„Ik tekende heel veel. En die contracten werden vooraf gescreend. Zaten ze juridisch goed in elkaar? Waren ze toegestaan in Nederland? Hadden we niet al te veel derivaten? Het waren standaardcontracten. Er zaten keurig stickertjes op: ‘Erik, je moet hier en hier tekenen’. Ik beschouw het zo: als je bestuursvoorzitter van een chemieconcern bent, hoef je zelf ook niet alle stofjes in alle pillen te kennen.”

De kritiek is dat u een solitair bestuurder was en dat het interne en externe toezicht bij Vestia gebrekkig was.

„Als je met de kennis van nu zou zeggen dat het toezicht niet beter had gekund, dan plaats je jezelf buiten de werkelijkheid. Ik hoopte dat we alles goed gescheiden en geregeld hadden. Marcel de V. hadden we wel al in de jaren negentig binnengehaald hè. Hij werd gelauwerd door zowel banken als toezichthouders. Het vertrouwen dat ik vroeger snel in mensen stelde, is weg. Eén ding weet ik wel: over die derivaten kan ik mezelf recht in de spiegel aankijken. Ik ben nooit op snoepreisjes van banken geweest, ging nooit naar verre congressen. Mijn hart en ziel lag bij werken voor Vestia, niet bij het aflopen van recepties enzo.”

Het beeld is dat u oude vrienden als toezichthouders aanstelde. Oud-commissaris Jeroen Lugte kent u van uw studietijd. Met oud-commissaris Peter Noordanus deed u zaken toen hij nog wethouder in Den Haag was.

„Luister. In 1992 werd ik gevraagd om het Gemeentelijk Woningbedrijf Den Haag in een paar maanden tijd te privatiseren, de voorloper van Vestia. Er moest snel een raad van commissarissen komen en ik zocht iemand met een juridisch-fiscale achtergrond. Dat was Lugte. De andere vier commissarissen kende ik niet. In 2000 fuseerde Vestia met drie Rotterdamse corporaties en verhuisde het hoofdkantoor naar Rotterdam. Ik kon iemand gebruiken om de Haagse contacten te onderhouden: Noordanus. De andere commissarissen werden door bewoners en de ondernemingsraad aangedragen. Zo zit het.”

Vandaag getuigt Staal op eigen initiatief in de Rotterdamse rechtbank over de pensioenuitkering van 3,5 miljoen euro bij zijn vertrek. Het nieuwe bestuur van Vestia spreekt er schande van en wil het geld terugvorderen. Er is beslag gelegd op Staals bezittingen voor 2,1 miljard euro: het bedrag waarvoor de derivatencontracten bij banken zijn afgekocht. „Symboolpolitiek”, vindt Staal.

Vestia heeft oud-commissarissen Lugte en Noordanus afgelopen september onder ede in de rechtbank van Rotterdam laten horen over de 3,5 miljoen. Met onder meer hun getuigenissen wil Vestia een civiele procedure tegen Staal beginnen.

Waarom gaat u vandaag op eigen initiatief bij de rechtbank getuigen over die uitkering van 3,5 miljoen euro?

„Omdat ik het verbazingwekkend vind dat Vestia mij niet als getuige heeft opgeroepen. Het is een beetje onvolledig als je de ene kant wel en de andere kant niet hoort. Zeker als er mogelijk lacunes in de andere getuigenverklaringen zitten.”

Het draait allemaal om een brief uit januari 2010, ondertekend door Lugte en Noordanus. Lugte, de opsteller, verzekert Staal hierin van een pensioen op eindloonniveau (70 procent van het laatst verdiende loon). Volgens zijn arbeidscontract uit 1994 had Staal ook recht op een eindloonregeling. Maar in 2002 besloten Staals werkgevers voor hem een vaste in plaats van een schommelende pensioenpremie af te dragen. Wisselende salarislasten zouden tot ophef over Staal kunnen leiden, was de zorg.

„Maar die keuze is, achteraf bezien, niet gelukkig geweest”, schrijft Lugte aan Staal in 2010 „ Vestia had jou, als werknemer, niet bij dat probleem moeten betrekken. Ik ben het van harte eens met je stelling dat het ontstane probleem van het pensioentekort als gevolg van de kredietcrisis niet op jou mag worden afgewenteld.”

Het probleem werd opgelost met een extra pensioenstorting, aangevuld met andere opgebouwde rechten, op een depotrekening bij advocatenkantoor Allen & Overy: dat is de 3,5 miljoen euro die vrijkwam toen Staal aftrad in 2012 en die alom als ‘gouden handdruk’ werd gezien.

Alleen nemen de oud-commissarissen nu afstand van de brief. Tijdens een verhoor voor forensisch onderzoek door Vestia kon Lugte zich de brief uit 2010 ineens niet herinneren. In de Rotterdamse rechtbank suggereerde hij onder ede dat Staal het concept zélf had geschreven. Noordanus verklaarde in de rechtbank dat hij de brief „te vluchtig” heeft gelezen en spijt heeft van zijn handtekening. Er staan namelijk afspraken in uit 2005, van na zijn periode als commissaris (2001-2003).

De vraag is: heeft Staal zijn pensioen via zijn commissarissen zelf gerepareerd?

Klopt wat Lugte suggereerde: heeft u zelf die pensioenbrief geschreven?

„Nee. In 2008 kon ik volgens mijn arbeidscontract kiezen of ik bij Vestia wilde blijven of niet. Mijn pensioenadviseur zei: er zit wel een gat tussen wat je hebt afgesproken en je opbouw. De raad van commissarissen heeft Allen & Overy toen ingeschakeld om een aanvulling op mijn arbeidsovereenkomst te maken. Ikzelf nam bij die besprekingen altijd een leidinggevende personeelsfunctionaris van Vestia mee. Díe man heeft uiteindelijk het concept voor de brief uit 2010 gemaakt.”

Waarom is de brief dan in de ik-vorm geschreven en staat het huisadres van Lugte in Capelle bij het briefhoofd?

„Ja, dat moet je niet aan mij vragen. De werkgever moet zo’n brief ondertekenen, dus moet hij van de werkgever komen. Ik heb hem in ieder geval aan Lugte gegeven met het verzoek om hem met Noordanus te bespreken. Later kreeg ik hem geaccordeerd terug. Noordanus woonde toen nog in Den Haag. Ik heb gevraagd: wanneer ben je thuis? Hij zei: kom maar langs. Dus ben ik op een avond langs geweest.”

Bij Noordanus’ thuis?

„Ja, met de brief. Noordanus bevestigde dat hij hierover met Lugte al contact had gehad. Hij heeft hem rustig gelezen, gezegd dat alles klopte en netjes getekend.”

Glaasje wijn, blokje kaas erbij?

„Ik drink geen alcohol en ik eet geen kaas. Maar we zaten rustig aan tafel.”

Noordanus heeft juist verklaard dat hij de brief te vluchtig heeft gelezen en hem achteraf „bepaald manipulatief” vond .

„Wat ik manipulatief vind, is dat we in 2002 een afspraak maken, die ook wordt ingevuld. Men bevestigt per brief dat we die afspraak maken. En dan wordt er achteraf een constructie bedacht van ‘ja-we-hebben-toch-niks-afgesproken’. Ik heb destijds gezegd: prima als we het pensioen anders doen. Eén ding: ik hoef er niet beter van te worden, maar ook niet slechter.”

Er zijn wel pensioenbrieven uit 2002 en ook uit 2005 teruggevonden. Waarom staat daar niets in over die afspraak?

„De commissarissen hebben dat toen zo afgesproken, ik ging er niet achterheen lopen. Ik had wel andere dingen te doen. Dat vertrouwen moet er zijn in een organisatie. Misschien ben ik tot de conclusie gekomen dat de raad van commissarissen ook wat laks was met een aantal dingen.”

Kunt u zich voorstellen dat er mensen zijn die 3,5 miljoen euro wat veel vinden?

„Ten eerste is de helft van dat bedrag door Vestia direct aan de Belastingdienst afgestort. Maar het is het beeld van ‘graaien, graaien, pakken wat je pakken kan’. Ik kan me goed voorstellen dat mensen zo denken, maar in de praktijk is het gans anders gegaan. Het zit zelfs zo: de raad van commissarissen heeft een bureau ingehuurd dat mijn pensioengat op ruim vier miljoen euro inschatte. Mijn eigen pensioenadviseur kwam uit op drie miljoen euro. Prima heb ik gezegd, dat is genoeg voor mij.”

Staal heeft niet zelf om het hoogste salaris in de sector gevraagd, zegt hij. „Ik heb zelf nóóit gevraagd om aanpassing van mijn arbeidsvoorwaarden. Ik ben tevreden met wat ik heb. Ben ik ontevreden, dan ga ik weg. Zo simpel zit ik in elkaar.”

De commissarissen hebben hem de riante salarisverhogingen gegeven, zegt hij. Tussen 1998 en 2003 werd zijn salaris verdubbeld, omdat hij de jaren daarvoor geen extra verhogingen had gehad. „De opvattingen over topsalarissen zijn inmiddels gewijzigd, maar het paste in die tijd. De vastgoedmarkt was gunstig. Men was tevreden over de prestaties van Vestia en wilde me graag binden.”

In juni 2002, toen Noordanus voorzitter van de raad van commissarissen was, werd zijn salaris met terugwerkende kracht tot oktober 2001 met 2.400 euro per maand verhoogd, volgens Staal.

Maar Noordanus heeft in de media gezegd dat hij uw salaris in 2002 heeft laten toetsen door een extern bureau, de Hay Group, en niet verhoogd heeft.

„Dat klopt absoluut niet. Het salaris is nog nooit zo sterk gestegen als toen. Dit zijn verklaringen die mij erg storen.”

Ook de kritiek vanuit Den Haag over zijn hoge salaris en pensioen, irriteert Staal. „Ik heb als een van de weinige corporatiedirecteuren meerdere keren volledige openheid over mijn salaris gegeven. Het is een maaivelddiscussie.”

In 2002 meldde hij zijn salaris bij een onderzoek van de toezichthouder, het Centraal Fonds Volkshuisvesting, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 2006 en 2007 werkte hij mee aan een onderzoek van het ministerie van VROM. Er was ophef ontstaan nadat de Volkskrant meldde dat Staal 438.000 euro verdiende. Staals contract bleek waterdicht, Vestia beloofde bij een volgende directeur het loon te evalueren. Minister Winsemius schreef Staal dat de zaak was afgedaan.

Dat oud-minister Spies (Binnenlandse Zaken) het salaris en de pensioenuitkering van 3,5 miljoen vorig jaar „ongepast” noemde, noemt Staal „gespeelde” verbazing. „De minister en haar ambtenaren hadden de informatie heel lang.”

Hoe brengt u nu uw tijd door?

„Twee dagen per week zorgen mijn vrouw en ik voor kleinkinderen van twee en drie. Dat is leuk, geeft wat afleiding. Verder pieker ik veel. Sommige vragen blijven misschien onbeantwoord. Als ik hoor van zo’n Libor-affaire vraag ik me af: wat voor effect heeft dat op ons gehad?”

Hoe kijkt u terug op de hele zaak?

„Ik vind het heel erg voor de medewerkers en de huurders dat het tempo van investeringen van Vestia ernstig vertraagd is. En dat men doet alsof er de laatste 20 jaar niets is gepresteerd terwijl er prachtige projecten zijn afgeleverd.”

De huren zijn verhoogd om de schade te kunnen betalen.

„Ik weet niet of die relatie er is. Maar het ging toch al gebeuren. Vestia stond juist altijd bekend om de gematigde huren. Het is de politiek die de huren wilde verhogen.”