„Geef jij aan de Filippijnen?” „Wat denk je zelf?”

„Klinkt als een nee.”

„Ieder jaar is er wel weer een ramp waarvoor zo’n televisie-uitzending wordt georganiseerd, met BN’ers in een telefoonpanel om je gift in ontvangst te nemen. Laatst Syrië, nu de Filippijnen. Terwijl we allemaal al bijdragen: we betalen belasting voor ontwikkelingssamenwerking. De staat gooit er vast nog een leuk bedrag bovenop.”

„Het kabinet bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking, vriend.”

„Dat mocht ook wel een keer. We moeten zelf bepalen of we iets geven. Ik kies ervoor om dat niet te doen. Deze acties zijn de aflaten van onze tijd. In de Middeleeuwen kocht je je zonden af door te betalen aan de kerk, nu geven we aan ngo’s. Vervolgens kijken we niet meer naar die stakkers op de Filippijnen om. Doneren is vooral een egoïstische daad: je doet het voor je eigen gemoedsrust.”

„Is er iets tegen op een zuiver geweten?”

„Nee, maar je redt er geen levens mee. Hebben die acties écht effect? Kijk naar Haïti, in 2010 getroffen door een zware aardbeving. Nederlanders stortten 111,4 miljoen op Giro 555 – o, wat waren we goed! Twee jaar later was er een cholera-uitbraak en woonde een half miljoen Haïtianen nog in tenten. Alle hulporganisaties werkten langs elkaar heen.”

„Er zijn toch ook levens gered met die miljoenen?”

„Dat mag ik hopen, ja. Maar hoeveel geld er aan de strijkstok blijft hangen weten we niet. Wat we wel weten dankzij jaarverslagen van die zogenaamde goede doelen, is wat hun directeuren verdienen. Die van het Rode Kruis, wat kreeg hij ook alweer? 180.000? Kun je beter zelf een boot sturen met verbandtrommels en beschuit.”

„Eigen initiatieven worden juist afgeraden. Logistiek is de hulp op de Filippijnen een nog grotere uitdaging dan op Haïti. Het land bestaat uit vele eilandjes. De tyfoon heeft de infrastructuur zo aangetast dat vervoer op sommige plekken onmogelijk is. De hulp vereist een strakke coördinatie. Mensen zonder ervaring in een rampgebied lopen dan alleen maar in de weg.”

„Wees realistisch. Dat land is totaal corrupt. Deze zomer gingen in Manilla tienduizenden mensen de straat op om te protesteren. Bewezen is dat voedselhulp corruptie stimuleert, zie die hongersnood in Somalië. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties moest smeergeld betalen aan lokale autoriteiten om zijn werk te doen. Zo zal het ook op de Filippijnen gaan.”

„Dus vind je dat ze het allemaal zelf op moeten lossen?”

„Eigenlijk wel.”

„Kunnen ze het wel zelf?”

„Vast niet. Maar dat is niet ons probleem.”

„De Watersnood van 1953 was ook niet het probleem van Nigeria, dat vijfhonderd dekens stuurde. Van India kregen we vijf ton jute zakken. Landen brachten postzegels uit om ons te helpen.”

„Heel aardig, maar nogmaals: het is niet ons probleem. We zitten zelf in de shit. Zo veel mensen zitten zonder werk.”

„Het is crisis, inderdaad. Dus waar maken wij ons druk over in Nederland? Zwarte Piet en glutenintolerantie.”

„Haha, ja.”

„En ondertussen loopt het dodental verder op. 3.974 volgens de laatste berichten. In Tacloban staat bijna niets meer overeind. Het voedseltekort is groot.”

„En dan doen wij het brood in de ban dat zij zo goed kunnen gebruiken.”

„Als we nou eens alle euro’s die we daarmee uitsparen naar de Filippijnen sturen? Goed idee?”