Een update: hoe staan we er voor op het ijs

De Winterspelen beginnen over een kleine drie maanden Alles bij de schaatsers en shorttrackers staat nu in het teken van ‘Sotsji’ Kunnen we ons als schaatsland al stiekem rijk rekenen?

Bij het langebaanschaatsen

Wereldtijden van Sven Kramer op de vijf kilometer, Nederlandse records bij de vleet. Ireen Wüst (1.52,08 op de 1.500 meter), Michel Mulder (34,26 op de 500 meter), Ronald Mulder (34,25 op de 500 meter) en Koen Verweij (1.42,28 op de 1.500 meter) dit weekeinde in Salt Lake City, plus Lotte van Beek een week eerder al in Calgary (1.13,36 op de 1.000 meter). Tot twee keer toe een wereldrecord op de ploegachtervolging voor Kramer, Verweij en Jan Blokhuijsen. Op vrijwel alle afstanden stonden Nederlandse schaatsers in Noord-Amerika op het erepodium, bij de eerste twee wereldbekerwedstrijden van dit olympische seizoen. En toch moet het grootste schaatsland ter wereld zich niet op voorhand rijk rekenen in Sotsji.

Let op de Amerikanen. Niet voor niets staat dit land op de eeuwige ranglijst van olympisch schaatsgoud boven Nederland, met 29 om 27 gouden plakken.Shani Davis benadert voor het eerst sinds drie jaar weer zijn beste vorm, en wint direct de 1.000 en 1.500 meter. Zijn jonge landgenoot Brian Hansen komt met rasse schreden dichterbij en is gewaagd aan zijn Nederlandse generatiegenoten Kjeld Nuis en Koen Verweij.

Zelfs Trevor Marsicano lijkt onder coach Peter Mueller na jaren vol blessureleed terug te keren aan de top op de middenafstanden. Ook de sprinters Tucker Fredericks en Mitchell Withmore doen mee om goud, net als bij de vrouwen de middenafstandspecialisten Heather Richardson en Brittany Bowe. De laatste speelde tot voor kort basketball op college-niveau en heeft op 1.000 en 1.500 meter de snelst stijgende prestatiecurve van allemaal. In Amerika telt schaatsen nauwelijks, tot het jaar dat er olympische medailles te verdienen zijn. Meer dan 130 journalisten verdrongen zich vorige week bij de Amerikaanse ploeg, die zich in Salt Lake City aan de pers presenteerde.

Minder in aantal maar zeker zo goed in prestaties zijn de Zuid-Koreanen, die bij de vorige Spelen al verrasten met drie keer goud. Stayer Lee Seung-hoon bedreigt de Nederlanders net als toen op de lange afstanden. Mo Tae-bum sprint nog altijd snel. En bij de vrouwen rijgt Lee Sang-Hwa de wereldrecords aaneen, met als laatste dit weekeinde een fabelachtige 36,36 seconden, na een ook al onvoorstelbaar snelle opening van 10,09. Sven Kramer zou er jaloers op zijn.

En bij de shorttrackers

De Nederlandse shorttrackploeg heeft een recordaantal startbewijzen geboekt voor de Olympische Spelen van Sotsji. Bij het laatste van twee olympische kwalificatietoernooien stelde de nationale ploeg van bondscoach Jeroen Otter afgelopen weekeinde in het Russische Kolomna zeventien van de twintig startbewijzen veilig. Daaronder zitten ook de twee belangrijkste nummers in de sport: de aflossing voor mannen en vrouwen.

Tijdens de Spelen mag elk land per afstand maximaal drie rijders afvaardigen. Daarbij gaat het om de 500 meter, de 1.000 meter en de 1.500 meter. De Nederlandse mannen misten één ticket: de derde man op de 1.500 meter. De vrouwen hebben slechts twee rijdsters op de 1.000 en 1.500 meter.

Daarmee kon Otter met een goed gevoel terugkijken op de kwalificatietoernooien. „We hebben alle startposities gehaald die we wilden – op één na: de derde plek op de 1.500 meter bij de mannen”, zei hij tegen de NOS. Hij denkt dat een aantal van zijn rijders klaar is om in Sotsji finales te schaatsen. „Alle ingrediënten zijn daarvoor aanwezig: kracht, goed kunnen uitversnellen, blokkeren, aanvallen, starten, finishen, overzicht houden.”

In Vancouver (2010) kwam de Nederlandse ploeg nog met zeven shorttrackers uit op twaalf nummers. De mannen kwalificeerden zich destijds niet voor de aflossing. Nu, vier jaar later, is de ploeg van Sjinkie Knegt, Niels Kerstholt, Daan Breeuwsma en Freek van der Wart een serieuze kandidaat voor een olympische medaille, misschien zelfs voor goud.

Maar in Sotsji zal het beter moeten dan gisteren in Kolomna. In de finale, met de teams van de VS, Zuid-Korea en Rusland, leek het Nederlandse kwartet in de laatste twee ronden af te stevenen op goud, totdat afmaker Knegt in de laatste bocht onderuit ging, waardoor Nederland als vierde eindigde. De frustratie was groot, maar tijdelijk. Zulke calamiteiten horen bij shorttrack. De zinderende finale toonde ook aan hoe klein de verschillen zijn tussen de vier beste ploegen ter wereld. Op een goede dag, en dat leek het gisteren te zijn voor Nederland, kan de ploeg alle concurrenten verslaan.