Dit gaan we veel vaker zien, als we nu niet handelen

Minister Melanie Schultz van Haegen probeert een VN-programma voor waterveiligheid op te zetten. Dat dit hard nodig is, heeft tyfoon Haiyan bewezen.

De wereld reageerde geschokt op de verwoesting die tyfoon Haiyan aanrichtte op de Filippijnen: duizenden Filippijnen verloren het leven, hele steden en dorpen zijn van de kaart geveegd door vloedgolven en windstoten, tienduizenden overlevenden lijden gebrek aan schoon water, voedsel en een dak boven hun hoofd. De beelden van de ontreddering grijpen ons naar de keel.

Maar voordat op de Filippijnen de storm toesloeg die we zo sterk op het netvlies hebben, werden dit jaar honderdduizenden mensen op alle continenten getroffen door overstromingen of andere watergerelateerde rampen. Door watersnood alleen al kwamen dit jaar wereldwijd enkele duizenden mensen om het leven. In Nepal en India worden nog altijd duizenden mensen vermist na overstromingen in juni. En in de laatste vier weken zorgde regenval voor overstromingen op bijna elke continent: in Afrika (Somalië, meer dan honderd doden), Azië (India, Indonesië), Noord-Amerika (Mexico, Texas) en in Europa (Italië). Niet overal kwamen mensen om, maar de zorgen achteraf zijn overal hetzelfde: hoe krijgen we schoon (drink)water bij de overlevenden en hoe kunnen we watergeweld beperken?

De menselijke en materiële schade van natuurgeweld lijkt steeds groter te worden. Dat komt mede door het feit dat overal op aarde steden groeien. Veel van die steden liggen relatief laag, zoals in rivierdelta’s. Ze zijn door de stijgende zeespiegel extra kwetsbaar voor waterrampen. Bovendien groeit de wereldwijde kwetsbaarheid voor water door veranderende weerpatronen: periodes van extreme droogte en extreme regenval lossen elkaar sneller af. Waterproblemen worden steeds complexer: te veel, te weinig of te vies water, het komt steeds vaker tegelijk voor.

De gevolgen van watergeweld kunnen worden verkleind, maar veel landen hebben niet de kennis en kunde in huis om zich goed op waterrampen voor te bereiden. Nederland heeft na de watersnoodramp van 1953 en de overstromingen van onze rivieren in 1993 en 1995 veel aandacht gestoken in waterveiligheid en waterzekerheid. Volgend jaar nemen we in eigen land belangrijke beslissingen in een nieuw Deltaplan: met meer mensen achter de dijken en grotere economische belangen is het ook in Nederland zaak het veiligheidsniveau te verhogen. Onze kennis en kunde hierover zetten we wereldwijd in. Zo reis ik komende maand naar Vietnam, waar een door Nederlandse en Vietnamese experts uitgedacht Deltaplan voor de Mekongdelta wordt gepresenteerd.

Tijd voor internationale actie

Samenwerking met andere landen is cruciaal om meer veiligheid te bieden. Maar het is niet genoeg. De impact van tyfoon Haiyan, maar ook de recente watersnood op andere continenten, laat zien dat wereldwijd actie nodig is. Natuurlijk door snel noodhulp te brengen, zoals de beelden uit de Filippijnen laten zien. Of door te helpen bij het realiseren van de juiste infrastructuur, zoals dijken en waterkeringen. Maar het belangrijkste is dat we ver vooruitdenken: hoe bouw je steden, wetende dat ze in de toekomst meer gevaar lopen? Kies je wel of niet voor woningbouw in de laagst gelegen gebieden? Hoe voorkom je dat in snel groeiende steden illegaal grondwater wordt onttrokken, waardoor de bodem daalt? Hoe voorkom je dat water in delta’s verzilt? En hoe kun je gebieden zo inrichten dat je functies kunt combineren en een overstroming minder dramatische gevolgen heeft?

Al deze vragen verdienen meer wereldwijde prioriteit. Daarom moet er een internationaal programma komen dat waterveiligheid en waterzekerheid hoger op de politieke agenda zet, bij voorkeur onder de vlag van de Verenigde Naties. Een programma dat zich richt op alle wateraspecten: van het bouwen van waterkeringen tot het veiliger inrichten van kwetsbare gebieden. En van betere voorziening van schoon (drink)water en sanitaire voorzieningen tot het verwerken van afvalwater met slimme technologie.

Ons pleidooi vindt weerklank

Dit programma is niet bedoeld als overlegcircuit, juist niet. Het moet het mogelijk maken snel en praktisch aan oplossingen te werken. Er zijn wereldwijd al tientallen organisaties op het gebied van water, met hun eigen budgetten. Die hoeveelheid is onderdeel van het probleem. Er moet een betere organisatie en aanpak komen van uitdagingen die met elkaar verbonden zijn: van overstromingen tot schoon water en afvalwater. Een nieuw, geïntegreerd programma zou al die internationale kennis – en het geld – moeten bundelen.

Op dit moment heb ik – binnen Nederland en internationaal – intensief contact met betrokkenen om te kijken hoe we zo’n programma het beste kunnen opzetten. Ik merk dat ons pleidooi weerklank vindt. Natuurlijk is zo’n geïntegreerd programma er niet van de ene op de andere dag. Maar we hoeven maar naar het nieuws te kijken om te zien dat we niet kunnen wachten.