De mensen uit ‘93’ zijn er, maar niemand weet waar

Inwoners van het slaapstadje Niort zijn boos Ze denken dat de linkse burgemeester in ruil voor overheidsgeld arme inwoners uit de banlieue huisvest Het gerucht is hardnekkig, bewijs is er amper

Correspondent Frankrijk

De stratenmaker twijfelt niet. „Iedereen weet het hier: de burgemeester heeft geld gekregen om zwarten te huisvesten”, bevestigt hij voor de deur van het buurtcafé waar hij net de lunch heeft gebruikt. „Je ziet mensen die er eerder niet waren, de criminaliteit schiet omhoog. Ze heeft het duidelijk op een akkoordje gegooid met le quatre-vingt-treize en daar hebben wij nu last van.”

Dat getal, 93, staat voor Seine-Saint-Denis, een van de meest gekleurde departementen van Frankrijk, aan de noordkant van Parijs. De burgemeester van Niort, de socialist Geneviève Gaillard, zou volgens een hardnekkig gerucht subsidies hebben ontvangen om honderden overtollige „families uit West-Afrika” vanuit de Parijse banlieue onder te brengen in haar bemiddelde stadje in het westen van het land.

Gaillard heeft vorige maand aangifte gedaan wegens „schade berokkend aan het openbaar gezag door leugenachtige beweringen”. Sinds ze Justitie heeft ingeschakeld, melden zich meer burgemeesters. Ook de linkse collega’s in de nabije steden Limoges en Poitiers en een rechtse bestuurder in het honderden kilometers noordelijker gelegen Châlons-en-Champagne blijken deze geruchten al maanden aanhoudend te moeten ontkennen. Wie de verhalen verspreidt, weet niemand. „De verwarmingsmonteur en loodgieter vertelden het me”, smiespelt de verkoopster van een grote boekhandel in het stadscentrum samenzweerderig.

„Volgens mij verspreidt de politie dit gerucht”, meent voorvrouw Jocelyne Baussant van de plaatselijke afdeling van vakbond Force Ouvrière. Haar dochter, zegt ze in de deuropening van haar kantoor, is laatst overvallen. „Zij heeft me sms’jes laten zien waarin zwarte mensen uit ‘93’ de schuld krijgen. Ik snap dat ze nu gevoelig is voor zulke verhalen.”

In Niort gebeurt eigenlijk nooit wat, bekent stadsverslaggever Yves Revert van de regionale krant La Nouvelle République. „Moeilijke wijken met grote sociale problemen of een geschiedenis van racisme hebben we hier niet; de werkloosheid is laag.” Het Franse bureau voor de statistiek bevestigt dat: terwijl in de rest van Frankrijk overal banen verdwenen, zijn in Niort in tien jaar tijd juist 12.000 banen gecreëerd. De kleine criminaliteit is er, anders dan de verhalen beweren, ondanks enkele geruchtmakende straatroven afgenomen.

Het provinciestadje met zo’n 65.000 inwoners, al ruim vijftig jaar in linkse handen, ligt op circa vier uur rijden van Parijs, even voorbij Poitiers. De hoofdkantoren van de grote mutuelles, coöperatieve verzekeringsmaatschappijen, zijn haast allemaal hier gevestigd. Zij bieden kantoorbanen voor hoog opgeleide mensen.

„Een jaar of drie geleden” stak het gerucht over de vermeende ruilhandel voor het eerst de kop op, vertelt Revert. In 2011 schreef hij er voor het eerst een berichtje over. Inmiddels heeft hij in vele artikelen geprobeerd uit te leggen dat het verhaal onzin is. Hij ging op zoek in notulen en bezocht de plaatsen, onder andere een oude kazerne, waar de mensen uit ‘93’ zouden zijn ondergebracht. Allemaal vergeefs.

Wat wel waar is: Niort is de laatste jaren grondig op de schop genomen en het historische centrum, rond de donjon (de middeleeuwse verdedigingstoren) is verbouwd. „Dat moet toch ergens van betaald zijn”, zegt een krantenverkoper aan de rand van de stad. Ook in Poitiers en Limoges maken grote infrastructurele werken deel uit van het verhaal. De bevolking is in tien jaar tijd bovendien met zo’n 10 procent gegroeid, een „nieuw fenomeen”, schreef de statistische dienst INSEE onlangs. Veel van die nieuwe mensen komen, inderdaad, uit de regio Parijs vanwege de goedkope huizen en de banen.

„Door jarenlang links bestuur staat onze stad bekend als een open gemeente, waar voor iedereen plek is”, zegt Jean-Romée Charbonneau, die bij de komende gemeenteraadsverkiezingen lijsttrekker is van het uiterst rechtse Front National. Hij noemt het gerucht een ‘affaire’. „Natuurlijk zit er een kern van waarheid in. En als het niet waar zou zijn, dan had de burgemeester toch geen aangifte hoeven doen?” Door naar de politie te stappen „maak je een gerucht officieel”, waarschuwt ook de Parijse socioloog Gérald Bronner, die een boek schreef over eerdere urban legends. „Zo verspreid je het gerucht verder.”

Frankrijk heeft een geschiedenis van complottheorieën, zegt hij. De beroemdste dateert van 1969, toen Orléans werd opgeschrikt door rellen nadat de bevolking ervan overtuigd was geraakt dat tientallen meisjes verdwenen zouden zijn uit paskamers van de Joodse middenstand en met onderzeeërs via de Loire waren afgevoerd. In verschillende vormen is dit verhaal tot eind jaren tachtig opgedoken.

Zegt dat iets over Frankrijk? „Mensen in de provincie hebben soms grote moeite met verandering”, denkt vakbondsvrouw Baussant. Is dat racisme? Journalist Revert haalt zijn schouders op. „Ik weet het niet. Volgens mij zijn mensen hier meer bang voor de Parijse banlieue dan voor mensen met een donkere huidskleur.”